3e zondag van Pasen – jaar B

B-cyclus · Paastijd · 3e zondag van Pasen · wit

Voor de Derde en de Vierde Paaszondag-B beschikken we niet over een homilie van Mgr. Romero, omdat de Aartsbisschop gedurende die periode in Rome verbleef. We zullen de Bouwstenen voor de homilie dan ook pas kunnen hernemen vanaf de Vijfde Paaszondag-B, dit jaar op 28 april 2024. ***Maar we kunnen voor de Derde en Vierde Paaszondag-B wel een Wekelijkse reflectie doorsturen.  ***

Als evangelielezing voor de Derde Paaszondag-B staat in de liturgische kalender de tekst aangegeven uit Lucas 24, 35-48. Ludo Van de Velde had eerder al, in 2021, een reflectie geschreven bij die tekst, gebaseerd op een commentaar van Padre José Antonio Pagola. Voor vandaag, zondag 14 april 2024, heeft hij in zijn reflectie van drie jaar geleden nog enkele kleine aanpassingen aangebracht vanuit de recente actualiteit.

Wekelijkse reflectie onder het licht van Romero - nr. 4. Derde Paaszondag-B – 14 april 2024.

Om het geloof van zijn leerlingen wakker te schudden vraagt Jezus hen om in de eerste plaats naar Zijn handen en voeten te kijken.

“Wanneer we de levende aanwezigheid van Jezus in ons midden vergeten; of wanneer we die aanwezigheid verbergen onder het protagonisme dat een logisch gevolg lijkt te zijn van de prominente positie die we in de gemeenschap bekleden; of wanneer het verdriet dat we in ons eigen leven ervaren ons ervan weerhoudt om ten volle de vrede te voelen die Hij ons toezegt; of wanneer we elkaar besmetten met pessimisme en ongeloof… – in al die gevallen zondigen we tegen de Verrezene en tegen datgene wat Hij ons in de eerste plaats aanbiedt en van ons vraagt. Een ‘Kerk van getuigen’ zijn is dan niet mogelijk. Om het geloof op te wekken vraagt ​​Jezus aan Zijn leerlingen niet om eerst en vooral te kijken naar Zijn gezicht, maar veeleer naar Zijn handen en voeten. Opdat zij altijd Zijn wonden van de kruisiging zouden blijven zien, en daarbij ook Zijn grenzeloze liefde voor ogen zouden houden, en hoe Hij trouw was tot in de dood. Nee, het is geen geest die op Pasen aan hen verschijnt! ‘Ik ben het persoonlijk’, wil Jezus aan Zijn leerlingen zeggen. ‘Ik ben Dezelfde die jullie hebben gekend en Die jullie hebben liefgehad op de wegen van Galilea.’”

José Antonio Pagola is zich ervan bewust dat de Kerk en de christenen maar al te gemakkelijk ‘de levende aanwezigheid van Jezus in ons midden’ vergeten. Hij vermeldt enkele mechanismen die van deze ‘vergeetachtigheid’ de oorzaak kunnen zijn: ons eigen protagonisme, ons verdriet, ons pessimisme en ongeloof. We kunnen er verder ook nog het risico aan toevoegen dat we het gewoon geworden zijn om de levende aanwezigheid van Jezus in ons midden haast uitsluitend te beperken tot ‘Zijn lichaam en bloed’ in de eucharistie, waarbij we op die manier onze ogen dreigen te sluiten voor ‘Zijn handen en voeten’, dat wil zeggen voor de wonden van Zijn leven, die tegelijk ook de wonden zijn van het volk, de wonden van alle ‘arme’ mannen en vrouwen…

We kunnen ons afvragen: welke van deze mechanismen van ‘vergeetachtigheid’ beïnvloeden ons vandaag de dag op een bijzondere manier? Ieder van ons kan en moet zich de vraag stellen of we wel nederig genoeg zijn in het volgen van Jezus, of het niet zo zou kunnen zijn dat de prominente positie die we bekleden in de gemeenschap, in de coördinatie tussen christelijke gemeenschappen, in lokale en volksorganisaties…, - of dat alles niet feitelijk de levende aanwezigheid van de Verrezen Jezus in ons midden in de weg staat en verbergt. We kunnen ons afvragen of de nieuwe golven van covid en de angst om onszelf of anderen daarmee te infecteren; de eenzaamheid die ons steeds meer bedreigt door een gebrek aan sociale nabijheid; onze eigen pijn en onze angst voor ouderdom en aftakeling…, niet zoveel ‘verdriet’ veroorzaken dat we er niet langer meer toe in staat zijn om de ‘vreedzame’ en genezende aanwezigheid van Jezus in ons midden te voelen. We kunnen ons afvragen of we als christenen in deze (ook politiek zwaar geladen) tijden niet veeleer apocalyptische profeten zijn die proberen het pessimisme in de harten van de mensen te zaaien in plaats dat we elkaar zouden versterken en bemoedigen in het licht van de uitdagingen van de toekomst. We kunnen ons afvragen of ons christelijk getuigenis (dat wil zeggen onze manier van leven in het gezin, in de gemeenschap, in de buurt, enz.) anderen wel aanmoedigt om dichter bij Jezus te komen en beter Zijn aanwezigheid in ons midden te beseffen, of dat ons getuigenis op de duur eerder een tegengetuigenis is dat zwak overkomt, dat louter bij het religieuze blijft of incongruent is met het Evangelie…

Pagola herinnert er ons aan: ‘… Om het geloof te wekken, vraagt ​​Jezus ons niet om naar Zijn gezicht te kijken, maar naar Zijn handen en voeten. Hij laat ons met nadruk de wonden zien van Zijn kruisiging.’ Santiago, lid van de gemeenschap ‘Santiago y Raquelita – Zacamil’ heeft ons indertijd een heel concreet voorbeeld gegeven van die àndere manier van kijken naar de Verrezene in ons midden, toen hij ons zei: ‘… Er zijn altijd gezinnen die armer, meer gewond, zieker, meer uitgesloten zijn, … dan de onze.’ Hij vertelde mij dit voor het eerst op Paaszondag 1978, en hij heeft er ons vele malen aan herinnerd, en dat niet alleen met woorden. In de gemeenschappen verrichten we gewoonlijk zeer specifieke daden van solidariteitsdienst en solidariteitsvasten. Dat is wat Jezus vraagt ​​van degenen onder ons die (jaarlijks) het Pascha van Christus willen vieren. Hij vertelt ons over de wonden die Hij heeft opgelopen door de geseling, door de marteling aan het kruis, door de speer die Zijn hart opende. We zien deze wonden vandaag de dag evenzeer aanwezig bij degenen die honger en dorst hebben, bij degenen die ziek zijn en in de gevangenis zitten, bij degenen die niet eens werk hebben (en dus geen leefbaar loon krijgen, noch een eerlijk pensioen), bij degenen die migrant, asielzoeker of vluchteling zijn, bij degenen die uitgesloten zijn en misbruikt worden… Vanuit het afwegen van onze broederlijke relatie en solidariteit met die ‘arme’ mensen en families, met al die sociale sectoren in de marge, zal het definitieve oordeel over ons leven worden geveld.

De apostel Thomas was niet aanwezig bij de leerlingen, de eerste keer dat Jezus Zijn wonden aan hen liet zien. En om die reden kon hij de boodschap van de anderen dat Jezus leefde en dat Hij de dood aan het kruis had overwonnen niet geloven. De evangelies lieten hem en ons echter een uniek en exclusief pad na, een letterlijke ‘vind-plaats’ en een feilloze verificatiemogelijkheid om te kunnen geloven in en te vertrouwen op de opstanding van Jezus: het aanraken van de wonden – ook die van mensen vandaag, hier en nu. Degenen die dat niet doen, zij die het niet willen, niet kunnen of niet durven, zullen blijven leven en rondzweven in een religieuze zeepbel die niets te maken heeft met het Evangelie van Jezus. Alleen wanneer we op Jezus vertrouwen, kunnen we weerstand bieden aan het geweld en het kwaad, en zijn we in staat om de dood te overwinnen. Maar het gaat dan altijd over die Jezus Die vandaag en hier en nu tot ons spreekt vanuit Zijn historische wonden. We hoeven niet bang te zijn.

Tere en Luis Van de Velde

Overdenking voor zondag 14 april 2024 (aangepaste tekst van de oorspronkelijk geschreven reflectie voor de Derde Paaszondag-B, 18 april 2021).

Zoeken in Preken Online