Is het u ook al eens overkomen dat u achter iemand aan holt in de mening dat daar een kennis, vriend of familielid loopt. U roept, hij draait zich om en het blijkt iemand anders te zijn. Zelfs als het gezicht gelijkenissen vertoont kunnen we er soms helemaal naast zitten. Om elke verwisseling van personen te voorkomen hebben we van alles bedacht, zoals een paspoort, een vingerafdruk en zo meer, maar onder gewone burgers geeft dat geen feest der herkenning. Daar is meer voor nodig.
Zelfs een naam zegt ons dikwijls weinig. Anders wordt het als we met iemand samen iets heftigs hebben meegemaakt zoals uitbundige vreugde, groot verdriet of een moeilijke opdracht. Een paar woorden daarover en we weten het weer: Nou en of, die ken ik. Je kunt iemand alleen herkennen als je hem of haar al eerder hebt gekend.
Het klinkt heel ontroerend als iemand beweert God te herkennen in het gedrag van de ware christen, maar het is wel onzin. Je kunt God niet herkennen, want je hebt Hem nog nooit gezien of samen met Hem iets meegemaakt. Een enkeling meent daden te hebben gezien die je alleen van God kunt verwachten, maar dat is nog iets anders als God herkennen.
Je mag denk ik wel zeggen, dat je een kind van God kunt herkennen aan het gedrag, als goedheid tot het frappante gedrag van een Godskind behoort. Het volk Gods beijverde zich destijds niet alleen om Gods kinderen te herkennen in hun midden, maar ook en dan veel zeldzamer om een Messias te herkennen, een Redder van het volk, een reddende held. Die laatste moest te kennen zijn aan zijn gedrag ten opzichte van zieken, kreupelen en blinden. De vissers uit Galilea Petrus Johannes en hun collega’s die kennismaakten met Jezus hadden al spoedig het vermoeden, dat ze hier te maken hadden met iemand met de kenmerken van een Redder, een Messias. Slechts stap voor stap hebben ze echter ontdekt dat daar een lijdensweg bij hoorde. Diezelfde Jezus die weldoende was rondgegaan, is door zijn tegenstanders bespot en mishandeld. Pas langzaam zijn de apostelen tot het besef gekomen, dat een lijdensgang en zelfs de dood, het sterven voor de goede zaak tot de meest typische trek van een Redder en Messias behoort. Pas na zijn dood en verrijzen hebben ze Hem herkend zoals ze Hem gekend hebben en toen kwam alles weer naar boven, niet zijn stem, zijn vingerafdrukken of andere uiterlijkheden, maar alles wat ze met Hem hadden meegemaakt en wat Hij hun gezegd en voorgedaan had.
Herkenning heeft voor ons vandaag een betekenis op de manier waarop je frappante karaktertrekken van ouders terugziet in de kinderen. Zij die op kraamvisite komen letten vooral op de ogen, de mond enz en roepen verrast: Och, net opa. Bij Godskinderen gaat het niet om gelaatstrekken maar om gedrag.
Wat de apostelen hebben meegemaakt leert ons, waar we op moeten letten op zoek naar mensen die op Jezus gelijken: Is het iemand die goed doet en niet eens goed ontmoet, iemand die lijden weet te dragen in onophoudelijk gebed, die weet te sterven in volle overgave aan die we de Almachtige of de Algoede noemen, in vertrouwen dat we hoe dan ook nooit uit de wereldorde zullen vallen die uit Hem is voortgekomen.
Wijzelf zijn wellicht niet zo’n reddende helden; er zijn er wel. Maar minstens enige trekken kunnen we ons eigen maken. Dat is trouwens een absolute voorwaarde om met recht christen genoemd te mogen worden of Gods kinderen, want die waren en zijn te herkennen aan hun omgaan met medemensen. Moge dat voor ons zo zijn.