Leve het leven (1997)

B-cyclus · Paastijd · 3e zondag van Pasen · wit

INDIANENVERHAAL


1854. De Amerikaanse regering wil grond kopen van de indianen. Hun opperhoofd Seattle houdt een on sterfelijke redevoering. Hij begrijpt niet waarom de blanke man buffels doodschiet en moeder natuur als zijn vijand beschouwt. Hij zoekt een verklaring en zegt: “Een dode blanke vergeet het land van zijn ge boorte als hij zijn tocht naar de sterren begint. Onze doden vergeten dit prachtige land nooit: het is de moeder van de dode man.” De indiaan heeft gehoord dat christenen geloven in het hiernamaals. Daarom - denkt hij - gaan ze zo slordig om met de natuur.\

WAT BEDOELT LUCAS PRECIES?

De hiernamaalsverhalen uit het evangelie zijn mooi, maar je komt er moeilijk achter wat er precies be doeld wordt. Duidelijk is de overtuiging: “Jezus leeft”. Maar hoe moet je dat zien? De vrouwen vinden hem niet in het graf, de vrienden ontwaren een spook, maar hij is geen geest. Anderen beseffen achteraf dat hij de vreemdeling was die met hen meeliep en brood deelde. Je krijgt er “geen vinger achter”. Jezus leeft en dat bezielt de achterblijvers. Zoveel is duidelijk.\

DE OUDSTE GETUIGENISSEN

Ouder dan deze subtiele verhalen van Marcus, Lucas en Matteüs, - ze zijn geschreven na het jaar 70 - zijn bepaalde zinswendingen uit de brieven van Paulus. Men neemt aan dat bepaalde spreuken ouder zijn dan de brieven zelf. Waarschijnlijk al direct na Jezus’ dood is het geloof in zijn leven vastgelegd in zinnen als: “Jezus, die God uit de doden heeft opgewekt” en “Wij geloven dat Jezus is gestorven en weer is opgestaan” of “De Heer is werkelijk verrezen”. Dat zijn de vroegste geloofsbelijdenissen. Ze hebben nog geen beeldend verhaal, ze zijn het inzicht dat God deze Jezus, de vermoorde onschuld, die de taal van de liefde sprak, niet aan de dood heeft prijsgegeven.
Daarna ontwikkelt de christelijke theologie zich verder; anderen moeten overtuigd worden en misvatting en moeten worden bestreden. De eenvoudige geloofsbelijdenis in Jezus’ leven krijgt argumenten. Paulus citeert al uit de oude Geschriften om aan te tonen, dat Jezus wel moest leven. Als Lukas rond het jaar tachtig paasverhalen op papier zet, is de overtuiging dat Jezus de levende is, al wijd verbreid. Bij sommigen neemt dit geloof vreemde vormen aan. Zij belijden Jezus als een geest die nooit werkelijk op aarde heeft bestaan omdat hij daarvoor te zuiver was. Voor hen schrijft Lucas dat de leerlingen Jezus hebben ervaren als een mens was hij hun nabij, en dan weer niet, en toch…, maar hij was geen spook, geen geest, ze konden hem betasten en hij at. Er is heel wat uit te leggen als je een ver haal gaat maken over tijd en eeuwigheid.\

VERHAAL EN WERELDBEELD

Eeuwenlang is het verrijzenisverhaal gelezen als een onbetwistbaar ooggetuigeverslag, door God aan Lucas ingefluisterd. Dat hinderde niemand. De voorstelling die men had van tijd en ruimte, van hemel en aarde, was zodanig dat niets een letterlijk interpretatie in de weg stond. Dat is tegenwoordig anders. Het verhaal past niet in ons wereldbeeld, niet als je het letterlijk neemt. Zo leerden wij in mijn jeugdjaren al dat Jezus verrezen was met lichaam en al, maar dat kon natuurlijk niet zijn gewone lichaam zijn, want dat kan niet bestaan buiten de ruimte en de tijd, dus dat was een “verheerlijkt” lichaam. Wat een verheer lijkt lichaam nou precies was, kon niemand uitleg gen. Natuurlijk niet. De goddelijke werkelijkheid gaat ons verstand oneindig te boven. Vroeg of laat moet je de concrete verhalen loslaten en je overgeven aan God.\

DE OVERTUIGINGSKRACHT LIGT IN ONS HART

Ik denk dat wij in onze eeuw goed geholpen zijn met de geloofsgetuigenissen van die allereerste christenen. Bijvoorbeeld die uit de Petrus’ brief “Jezus was gedood naar het vlees, maar hij werd ten leven gewekt naar de Geest.” Het paasverhaal vindt zijn overtuigingskracht in ons eigen hart. Daar heeft God het geloof gelegd in Zijn existentie. Het kan niet waar zijn dat een onschuldig mens lijdt en vernietigd wordt zonder dat hem recht gedaan wordt bij God. Het paasgeloof is ten diepste het geloof dat God recht doet, waar dan ook, wanneer dan ook, hoe dan ook.\

INDIANENVERHAAL 2

Ik zou de wijze indiaan uit 1854 willen antwoorden: “Het geloof in het hiernamaals demonstreert op zijn best geen minachting voor het leven op aarde, het is juist geworteld in een diep geloof in de kracht van het leven. We kunnen geloven in een leven bij God, omdat we het leven hier als iets kostbaars aanvoelen. Pasen begint ermee dat je het leven eerbiedigt, dat je het beschermt, en dat je uiteindelijk gelooft in de overwinning ervan op de dood.\

STIPPIE

Lieve kinderen. Marlies had een poesje gekregen. “Hoe wil je haar noemen?”, had moeder gevraagd. Marlies wist het niet. “Poesje” zei ze, want kinderen zijn logisch. Moeders niet. “Dat kan toch niet. Het ¡s een poesje. Wat is haar naam?” “Stippie”, zei Marloes om moeder een plezier te doen. De poes had namelijk een witte plek tussen de ogen. De komende dagen liep Marloes de hele tijd achter Stippie aan. Ze was o zo bezorgd of Stippie wel genoeg at, en dronk en dat ze niet ziek werd of overreden. Ze gaf de poes water en op zondag zelfs een kommetje limonade. Ze joeg de honden uit de buurt, zelfs Boris en ze verbood moeder om te stofzuigen want daar werd Stippie zenuwachtig van. Ze hield haar hart vast als Stippie op straat liep. En in de kattebak lag een extra dekentje. Marloes wilde het leven van de poes beschermen. Marloes kiest voor het leven. Daar begint Pasen mee. Als mensen voor het leven van anderen kiezen. Als mensen hun best doen om anderen te laten leven. Dat kan heel ver gaan. Heel ver. Het leven komt uit God. God wil ons leven beschermen, zoals Hij bij Jezus deed. Zelfs als we doodgaan. Kijk maar naar Marloes.

Zoeken in Preken Online