Zusters en broeders,
Het evangelie leert ons bij de roeping van de leerlingen dat Thomas, waarover vandaag sprake, ook wel Didymus wordt genoemd.
Misschien vroeg u zich tijdens een of andere bevlogenheid wel eens af wat Didymus eigenlijk betekent… Didymus betekent tweelingbroer.
Tweelingbroer van wie, wordt in het evangelie dan weer niet vermeld.
Of zou het?
Moest Thomas nu eens onze tweelingbroer zijn? Wij zijn krak dezelfde?
Ja toch?
Wij hebben wel gemakkelijk met de vinger te wijzen en te zeggen, Thomas, jongen toch, hoe is het mogelijk zo te twijfelen aan de verrijzenis, of dan toch minstens aan de verkondiging van wie je vrienden zijn geworden; de apostelen…
Ongelovige Thomas…
Eigenlijk lijkt hij mij niet zo heel ongelovig te zijn. Want laat ons wel wezen: De leerlingen kwamen samen, ze sloten vensters en deuren ‘uit vrees voor de joden’, wordt er gezegd. Ze sloten zich op in bunkers van angst, van droefheid en zelfbeklag.
Het is daar dat de Heer zelf verschijnt, hun zijn wonden toont en hen vrede toewenst. Ze waren, wordt ons verteld, uitzinnig van vreugde…
Thomas was er dus niet bij.
De anderen vertellen hem wel wat er gebeurd was, maar Thomas neemt het niet aan. Had hij er reden toe? De verrezen Heer mocht dan wel verschenen zijn, behalve oprechte blijdschap had het niet veel effect. De bunker van angst, droefheid en zelfbeklag bleef onveranderd sterk overeind. Hoe had Thomas in die sfeer ooit tot geloof kunnen komen?
Thomas weigert een al te gemakkelijk verrijzenisgeloof en hij heeft misschien wel gelijk. Geloven kan maar zin hebben als wij bereid zijn de wonden van de Heer ernstig te nemen.
Die wonden zijn bij de verrijzenis niet verdwenen.
Hij die verschijnt is de gekruisigde.
En voor ons: Hij die hier in ons midden komt, aanwezig komt, is de gekruisgde.
Hij rond wie wij eucharistie vieren, is de gekruisigde.
De woorden die wij hier herhalen zijn die van de gekruisigde.
De gekruisigde…
Hij verwijt niet, zegt niet: waarom liep je weg vanonder het kruis? Waarom sluit je je op in bunkers van angst? Waarom heb je de boodschap van bevrijding eigenlijk niet geloofd? Dat zijn mensenwoorden, onze woorden… Zijn woorden zijn verrijzeniswoorden…
Hij zegt: vrede zij u…
Vrede zij U…
Het klinkt als een refrein in elke eucharistieviering.
Vrede zij U…
Het klinkt als een refrein in alle Paasverhalen. In dit en andere…
Vrede zij U…
Waar Jezus komt, is vrede de liefste wens.
Vrede en al wat erbij hoort; en al wat eruit volgt…
Goede moed, en kracht en inzet… vreugde ook…
Vreugde niet in de zin van plezier of van heel veel happy together. Maar vreugde in die zin dat wij ons door de Heer gedragen mogen weten; dat ook als wij twijfelen, bang zijn, de Heer bij ons komt en vrede toewenst…
In ons hart mag Gods vrede wonen. In ons hart, met al wat er woont, alle talenten en alle menselijkheid en dus zwakheid; met alle kwetsuren, met alles wat zonde moet worden genoemd…
Wij zijn van God.
God wenst ons zijn vrede.
Schenkt ons zijn vrede.
Laat ons daar minstens dankbaar om zijn…
AMEN.