2e Paaszondag

B-cyclus · Paastijd · 2e zondag van Pasen · wit

Ongelovigen heb je in alle soorten en maten: felle atheïsten, die men vroeger godloochenaars noemde omdat ze alle godsgeloof bestrijden. En je hebt de argeloze atheïsten: mensen die langzaam zijn weggegleden uit het geloof; ze stellen geen vragen meer; ze leven helemaal aan God en religie voorbij. En dan zijn er die zeggen: Er zal misschien wel iets zijn. Maar ze verbinden daaraan geen consequenties voor hun leven. En ten slotte heb je de categorie die wel wil geloven, maar eerst bewijzen wil zien.
Net als ongelovigen heb je ook gelovigen in soorten en maten. Er zijn er die alles zeker lijken te weten, niet van hun stuk te brengen. Ze weten precies wat God denkt en wil. Ze hebben antwoorden op alle vragen, en net als de strijdbare atheïsten vervallen zulke schokvrije gelovigen gemakkelijk tot fanatisme. Ze sluiten hele groepen mensen uit, en delen de wereld op in gelovigen, die gered, en ongelovigen, die verdoemd worden.
Waartoe dit fanatiek geloven leiden kan, vertelt ons de geschiedenis. Het valt nog iedere dag te zien, in Ierland en Iran bijvoorbeeld, en lange tijd in Zuid-Afrika, waar door een kleine groep zogenaamde gelovigen met de Bijbel in de hand de zwarte mensen van Godswege werden gedegradeerd tot tweede soort.
Gelukkig zijn er ook echte en evenwichtige gelovigen, mensen tussen de fanatieke godontkenners en de alleswetende gelovigen in. Zoekende, onderzoekende en vragende gelovigen. Ze weten niet zo veel zeker, en dat weten ze! Maar ze leven, bij alles wat hun overkomt, in de overtuiging dat er een vaste grond is waarop ze staan. Ze leven niet op drijfzand. Ze vertrouwen erop dat er een hand is die hen vasthoudt, een Vader die bezorgd is om zijn mensenkinderen. Maar ze kennen dus ook tijden waarin de twijfel toeslaat. Hun geloof is vermengd met vragen.

Over zo’n gelovige ongelovige gaat het vandaag in het evangelie: Tomas. Hij weet dat Jezus gestorven is; dat heeft hij met eigen ogen gezien. Hij hoopt dat het daarmee niet afgelopen is, maar hij is ontmoedigd en teleurgesteld. Hij twijfelt hartgrondig, en het evangelieverhaal van vandaag wil ons vertellen dat Tomas langzaam en met moeite tot geloven is gekomen.
Wat mij iedere keer wanneer ik dit verhaal hoor of lees, weer zo aanspreekt, is dat de andere apostelen Tomas zijn kritische houding gunnen. Hij wordt niet fijngemalen in de groep, en hoeft van hen dus niet meteen te geloven wat zij geloven. Hij wordt ook niet buitengesloten als de ongelovige. Nee, hij mag zichzelf blijven. Ze gunnen hem de tijd om tot geloof te komen.
En ten slotte moet hij zich wel gewonnen geven: ‘Mijn Heer en mijn God!’, roept hij uit. Dat is geen van buiten geleerde geloofsbelijdenis. Dat komt niet uit een boek, maar uit het hart. En die geloofsbelijdenis kan pas uit het hart komen wanneer en omdat hij door de twijfel heen is gegaan.
Aan het begin zei ik: Gelovigen heb je in soorten en maten. Ik denk dat die allemaal het nodige van elkaar kunnen leren. Rechtlijnige zeker-weters in onze kerk kunnen uit de verhalen over Tomas in ieder geval leren dat je in de kring van geloofsgenoten best kritische vragen mag stellen, en soms moet stellen, om tot echt geloof te kunnen komen.

Zoeken in Preken Online