Je hoort soms opmerkingen als: ‘In Christus geloof ik wel, maar de Kerk heb ik daarbij niet nodig. Je kunt even goed christen zijn, ook als je niet naar de kerk gaat.'
Het evangelie van vandaag spreekt een andere taal. Thomas vond het geloof in de verrezen Heer binnen de gemeenschap. Op de eerste dag van de week, dat is de zondag, de dag dat de christenen samenkwamen, was Thomas niet bij hen. Acht dagen later, dat is weer op zondag, was Thomas wel bij hen en in die gemeenschap mocht hij ervaren dat de Heer verrezen was. Thomas had zijn twijfels, hij was zo ontgoocheld dat hij de gemeenschap vermeed. Maar dan keert hij toch weer terug naar de gemeenschap in de hoop, dat deze gemeenschap hem kan helpen in zijn twijfels.
Jezus had ook aan Thomas persoonlijk kunnen verschijnen, maar Hij wachtte totdat Thomas zich weer thuis voelde binnen zijn gemeenschap. In dit evangelie wil de evangelist dus duidelijk maken dat, wie de verrezen Heer wil ervaren, Hem bij voorkeur zal moeten gaan zoeken binnen de gemeenschap, tijdens de eucharistieviering, waar wij samen luisteren naar zijn Woord en waar wij samen met Hem het brood breken.
Tegenwoordig zijn er veel mensen die lijken op Thomas. Veel mensen leven met vragen en twijfels, zij zijn ontgoocheld door de Kerk en zij menen dat de Kerk geen antwoord kan geven op hun religieuze vragen. Zij gaan dan hun heil zoeken in horoscopen, nemen deel aan spiritistische sessies, sluiten zich aan bij sekten, in Duitsland alleen zijn er driemaal zoveel waarzeggers als priesters.
Maar dat doet Thomas niet. Thomas blijft bij zijn gemeenschap, hij blijft bij de Kerk, hij gaat op de eerste dag van de week weer terug naar de groep leerlingen van Jezus. Hij gaat het niet ergens anders zoeken. En die groep draagt ook zorg voor Thomas: ‘Wij hebben de Heer gezien’, verklaren zij hem. Zij willen hem deelachtig maken aan hun geloofservaring. En terwijl zij zo samen over Jezus spreken, komt Christus zelf bij hen.
Veel christenen verliezen de bindingen met hun parochie en daarmee met de Kerk. Ze menen dat ze in hun eentje even goed christen kunnen blijven. Maar dat is een illusie. De Kerk is het volk Gods, dat leeft van het lichaam van Christus en daardoor zelf lichaam van Christus wordt. Daarom is het gezegde: ‘Jezus wel, maar de Kerk niet’ absurd. Wie werkelijk Christus zoekt, moet Hem binnen de gelovige gemeenschap zoeken. Wie de Kerk verliest, zal op den duur ook Christus verliezen. Een leeggedronken wijnfles behoudt nog een tijdje de geur van de wijn, zo zullen die christenen nog wel een tijdlang een zeker Christusgeloof in hun geest bewaren, maar statistieken bewijzen dat een volgende generatie ongelovig is.
Ook christenen die telkens weer op een andere plaats de eucharistie gaan vieren, zullen op den duur niet meer naar de kerk gaan. Geloven kun je niet in je eentje, maar alleen binnen een gemeenschap. Binnen de gemeenschap ervaren wij de Heer, wanneer wij samen luisteren naar Gods woord, samen de sacramenten vieren en door de Geest binnengevoerd worden in het gebed tot de Vader.
Thomas heeft er goed aan gedaan, zich met zijn twijfels toe te vertrouwen aan de gemeenschap van christenen die aan elkaar hun ervaringen uitspraken over de verrijzenis van de Heer. Ook wij doen er goed aan ons met onze twijfels toe te vertrouwen aan anderen. Binnen onze gemeenschap zullen wij altijd overtuigde christenen ontmoeten, die door hun getuigenis en hun leven ons kunnen verwijzen naar de verrezen Heer. Blijf daarom, zoals Thomas, bij de Kerk, dat is heel concreet: bij je parochie. Wie wegblijft uit de eucharistie verliest zijn geloof in Jezus. Geloof zonder eucharistieviering wordt een geloof van herinneringen dat geen invloed meer heeft op het leven.
Als wij dan op de eerste dag van de week samenkomen, dan zal Christus in ons midden, ook ons zijn vreugde en vrede willen schenken, zodat wij kunnen geloven.