Twijfel die tot geloof brengt

B-cyclus · Paastijd · 2e zondag van Pasen · wit

Dikwijls leerde men dat wij aan ons geloof niet mochten twijfelen. En dat is juist. Want God is waarachtig en zijn woord is betrouwbaar. Daarin zit de moeilijkheid niet. Maar de vraag is: wanneer en hoe spreekt God tot de mens?

Wij kunnen God nooit zien van aangezicht tot aangezicht en Gods Woord is altijd gehuld in een menselijk woord. Zo blijft Hij in zijn aanwezigheid toch altijd de Afwezige. Hoe dikwijls horen wij bij de profeten de klacht: “God, waar zijt Gij, waarom zwijgt Gij, waarom slaapt Gij?” Zelfs Jezus heeft klagend aan het kruis geroepen: “Mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?” Is niet elk menselijk geloof in wezen een twijfelend geloof?

Gods aanwezigheid is niet zo evident en zijn handelen in deze wereld roept voor iedereen vragen op. Waarom grijpt God niet in waar onschuldige kinderen gemarteld en vermoord worden, waarom laat Hij zoveel kwaad gedijen? Wij stellen ons daar vragen bij, en terecht want: een geloof dat zich geen vragen stelt is een dood geloof.

De apostel Thomas heeft zijn twijfels, hij kan de ergernis van het kruis niet plaatsen in zijn visie op Jezus. Jezus neemt die twijfel van Thomas ernstig. Hij stuurt hem geen verwijten toe, maar wijst hem wel de weg naar het echte geloof. “Kom Thomas, zegt Hij, jij kunt Mij niet herkennen met je verstand en je kunt je geloof niet veroveren met bewijzen.

Thomas was op de verkeerde weg, hij wilde zien en grijpen om te kunnen begrijpen: “als ik mijn vinger niet kan leggen in zijn hand en mijn hand niet in zijn zijde, zal ik zeker niet geloven. Jezus wijst hem een andere weg om tot geloof te komen: “leg je hand in mijn zijde”. Deze woorden zijn zeker niet letterlijk te nemen, het zou hem ook niet geholpen hebben. De zijde heeft bij Johannes, die ons in zijn evangelie dit verhaal vertelt, wellicht een heel bijzondere betekenis. Johannes mocht op het laatste avondmaal rusten aan het hart van Jezus, hij had ook gezien hoe dat hart doorboord werd op het kruis als teken van hoogste liefde. Met de woorden: “Kom Thomas, leg je hand in mijn zijde, wilde Jezus hem gewoon zeggen, geef je over aan de liefde. Grijp niet, maar laat je grijpen, wees niet langer ongelovig, erken dat je niet alles kunt oplossen met je verstand. Wees gelovig, want God herkennen kun je alleen door je aan Hem over te geven, door te geloven in de liefde. Alleen die liefde zal je inzicht geven in al je twijfels, of nog beter gezegd, zal je leren hoe je met je twijfels moet omgaan.

In deze liefdevolle ontmoeting met Jezus, wordt zijn geloof verhelderd en komt Thomas tot de diepste geloofsbelijdenis die er in het evangelie staat: “Mijn” Heer en “mijn” God! Dit antwoord geboren uit de twijfel, is boven elke twijfel verheven, in zijn volle overgave is Jezus “zijn” Heer en “zijn” God geworden.

Dit verhaal over Thomas is voor ons uiterst troostvol. Wij mogen leven met onze twijfels als wij maar komen tot de volle overgave aan zijn liefde. Twijfels over het geloof, die geboren zijn uit een hoogmoedig zelfvertrouwen, of intellectuele discussie zonder engagement, tasten de kern van het geloof aan, vernietigen ons geloof. Maar twijfels, die in wezen een zoeken zijn naar God, kunnen ons geloof alleen verdiepen. Want een geloof dat zich geen vragen stelt, is een dood geloof. Daarom is het slotwoord van Jezus, over het hoofd van Thomas tot ons gericht, voor ons bijzonder bemoedigend: “Zalig zij die niet zien” - Daar zijn wij toch ook bij - “En toch geloven,” dat wil zeggen, zich durven toevertrouwen aan de liefde. God openbaart zich niet aan het verstand, maar aan het hart.

Zoeken in Preken Online