2e zondag van Pasen – jaar B

B-cyclus · Paastijd · 2e zondag van Pasen · wit

Op zaterdag 17 maart 2012 kreeg ik vanwege Zuster Johannes, abdis van Male, het volgende mailberichtje in mijn box gedropt, naar aanleiding van de komende Goede Weekvieringen waarin ik in Male mocht voorgaan:

Na een tentoonstelling in Sijsele is hier als bij toeval (maar wat is toeval?) in de abdij van Male een schilderij terecht gekomen van de heer Blomme, kunstenaar, van wie Mark Roseeuw uit Roeselare de schilderijen in bewaring heeft. Ik had bij de tentoonstelling met de kunstenaar over dit schilderij gesproken, en had hem gezegd dat ik het mooi vond. Het schilderij draagt als titel: ‘De vrouwen bij het graf’. Nogal donker: blauw, paars en dieprood, met in het midden een smalle streep van licht, en op de voorgrond twee vrouwen die op weg zijn naar het graf… Kan jou dat inspiratie geven voor jouw homilie in onze abdij op Pasen? Ik dacht bijvoorbeeld aan ‘de steen wegrollen…’ Wie rolt voor ons vandaag in godsnaam de zware steen weg van voor het graf? Op de laatste bijeenkomst van onze Associatio zijn wij daar nogal mee bezig geweest…

Heb jij daar iets aan? Kan je daar voor ons en onze situatie iets mee doen?

Dag,

Zuster Johannes – abdis van Male

P.S. Zoals iedereen ondertussen waarschijnlijk wel weet, is het prachtige kasteel waarin de Abdijgemeenschap van Sint-Trudo in Male reeds zo lange tijd gehuisvest is, definitief verkocht. De zusters maken zich stilaan klaar om naar een andere plaats in het Brugse te verhuizen…

Homilie voor de Paasviering

Sint-Trudoabdij Male – 8 april 2012

Er is een SCHEUR afgebeeld in het midden van het schilderij…

‘There is a crack in everything…’, zingt Leonard Cohen in zijn ‘Anthem’. Hij heeft het lied gemaakt na een zware, langdurige depressie in zijn leven. Zo is dat: alles wat we hier in dit leven hebben is maar half, of gaat stuk vroeg of laat. Misschien niet leuk om te horen, maar de waarheid is hard.

We gaan kapot aan de pijn die we onszelf en anderen aandoen. Vriendschappen gaan stuk, relaties worden verbroken, je gezondheid blijkt minder robuust dan je had gehoopt. Misschien trek je, wanneer je jong bent, nog met een gevoel van onkwetsbaarheid door het leven, maar vroeg of laat vallen we allemaal, en breken we - en dan moeten we uithuilen bij de scherven. ‘On and on the rain will say – how fragile we are how fragile we are…’ klinkt de stem van Sting in een ander heel mooi lied: ‘Fragile’.

Eigenlijk zou elk mensenkind geboren moeten worden met zo’n sticker op de buik: ‘Fragile’ / ‘Breekbaar’. Daarom is eerst en vooral die scheur afgebeeld op dit schilderij. Want er zit een scheur in het hart van elke mens.

En er zit nu sinds enige tijd ook voorgoed een scheur in dit prachtige gebouw van de Sint-Trudoabdij van Male, nu die recent is verkocht en een andere bestemming zal krijgen. Er is een scheur aangebracht in deze gemeenschap die steeds ouder en kleiner wordt. Er is een scheur, een niet te dichten of te herstellen barst, ‘a crack’ in het hart van elke zuster hier (het valt me op hoe kwetsbaar/breekbaar vele van deze zusters zijn geworden met de jaren, en hoe klein deze kloostergemeenschap ondertussen is geworden…)

‘There is a crack, a crack in everything…’, zingt Leonard Cohen terecht met zijn diepe, ruige stem in het lied ‘Anthem’. En hij herhaalt het tientallen keren…

Breekbare mensen, kostbare schatten

Paulus - geen popidool maar een geestelijke vader uit het begin van onze jaartelling die nog in de arbeids- en verloskamer van de eerste Kerk heeft gestaan - wist dat ook. Hij schreef ooit voor breekbare mensen die kostbare schatten met zich meedragen deze bijzondere woorden: ‘De God die heeft gezegd: “Uit de duisternis zal licht schijnen,” heeft in ons hart het licht doen schijnen om ons te verlichten met de kennis van zijn luister, die afstraalt van het gezicht van Jezus Christus. Maar wij zijn slechts een aarden pot voor deze schat; het moet duidelijk zijn dat onze overweldigende kracht niet van onszelf komt, maar van God.’ (2 Kor. 4:6-8)

Dat is een beeld dat me aanspreekt. Mensen als breekbare schepselen, die de kostbare boodschap van Pasen met zich meedragen in de kwetsbare, doodgewone, haast banale kleipotten van hun dagdagelijkse, onopvallende levens. Dat is zo door God bedoeld vanaf het begin, zegt Paulus tot zijn wat ontmoedigde eerste christenen uit Korinthe, opdat wij noot de onmetelijke en met niets te vergelijken kracht van Gods genade zouden verwarren met de kracht waarover we zelf maar beschikken… We dragen elk op onze manier een schat mee in ons hart – maar het is een bron van kracht die we niet uit onszelf halen, maar die ons als een bron van ‘heiligmakende genade’ wordt ingegeven van elders…

De schilder Blomme heeft daarom trefzeker het gebeuren van Pasen op dit doek afgebeeld, met het lege graf in het midden als een grote scheur…

‘Scheuren’ is een merkwaardig werkwoord in onze taal. Hoor naar de beginklank: ‘Sch…’: scheppen, scheiden, geschieden… - het zit er allemaal in of het spreekt er van. De vliezen breken. De schoot gaat open (met alweer die sch..!) De akker scheurt, en maakt zich zo gereed voor het zaad dat van elders komt. Het graf in de tuin is niet meer intact, is niet langer gesloten en potdicht. Het is gescheurd. Dat wil tegelijk ook zeggen: er is misschien geboorte op komst, nieuwe schepping, een andere geschiedenis, begin van een opgewekt leven voorgoed…

Zo is dat altijd in de Schrift. Wanneer Jezus gedoopt werd in de Jordaan, scheurde de hemel voor het eerst open. In de catacomben van Rome hebben ze dat visioen geschilderd met verve en in felle kleuren: zoveel verwachting lieten ze tegelijk met het doopwater van de Jordaan op de schouders van hun Messias nederdalen, zoveel verlangen en hunker naar ruimte en licht en nieuwe adem. En dat, precies op het moment dat ze als ratten in de val leken te zitten – in hun eigen ogen veroordeeld om voorgoed een bange, opgesloten, ‘ondergrondse’ Kerk te zijn.

Toen Jezus afdaalde in de Jordaan en in die diepste diepte als het ware voor het eerst ‘nederdaalde ter helle’, scheurde de hemel open. Verderop in het evangelie scheuren de oude zakken, onder de druk van de nieuwe wijn. In het lijdensverhaal wordt het bovenkleed van Jezus gescheurd – het onderkleed merkwaardig genoeg niet. En wanneer Hij sterft, scheurt het voorhangsel van de tempel in twee stukken uiteen…

Telkens weer betekent die scheur volgens de Schrift: het schisma van de geboorte, het scheiden van dood en leven, het aanbreken van een nieuw begin vanuit de ‘tohoewabohoe’, de chaos, de onvruchtbaarheid en uitzichtloosheid van een verleden dat voorgoed voorbij is…

Het is een scheur waar LICHT doorheen valt…

Maar er valt op het schilderij wel een lichtstraal door de barst van deze gebrokenheid, door die scheur heen – en die lichtstraal komt duidelijk van buiten, van elders, vanuit de verte en de diepte achter het graf. Zoals het zonlicht door kapotte daken heen breekt, zo dringt Gods Licht van Pasen door in het gebroken hart van een mens die heeft ontdekt dat ons leven niet meer ‘heel’ is – als het dat ooit al was. Zoals de dichter zegt:

‘Soms breekt uw licht

in mensen door

onstuitbaar

zoals een kind

geboren wordt…’

(Huub Oosterhuis)

Zo is dat. Centraal in alle paasverhalen staat het Goddelijk Licht dat in het kleine, menselijke en onperfecte oplicht. Het doet me denken aan het vervolg van de dichtregels uit het lied van Leonard Cohen: ‘There is a crack in everything; that’s how the light gets in…’ (In alles wat bestaat zit er een barst – zo kan het licht er in binnen komen…)

Misschien is het wel heel juist wat Leonard Cohen daar zingt in dat prachtige lied ‘Anthem’ – een lied dat hij maakte na lange tijd te hebben geworsteld met een ernstige depressie:

‘Ring the bells that still can ring Forget your perfect offering There is a crack in everything That’s how the light gets in.’

‘Laat alle klokken luiden die nog luiden kunnen

Vergeet jouw aanbod dat altijd perfect zou moeten zijn

Want er zit een barst in alles wat bestaat

Het is de plaats waar het licht doorheen breken kan…’

En misschien is dit de eerste, grote paradox van de paasboodschap – zeker voor vandaag, in onze hedendaagse, actuele kerksituatie, en al helemaal voor deze kwetsbare, gekwetste zustergemeenschap van Male: Onze kwetsbaarheid en onze gekwetstheid – het is het enige, maar misschien ook wel het grootste geschenk dat wij in de toekomst aan de wereld om ons heen te bieden hebben. Als een teken voor elke ‘ongelovige Thomas’ van deze (zelf ook zo gekwetste) wereld. Als een paasbericht van ‘Vrede zij met u…’ en ‘Weest niet bevreesd…’ Wij moeten die scheur in het kleed van ons bestaan niet krampachtig willen verbergen; we moeten die kwetsuur niet absoluut willen maskeren, die geschonden façade niet willen opkalfateren – bijvoorbeeld om ze toch maar weer mooi en jong en aantrekkelijk te maken voor mensen van vandaag. In zulke doofpotoperaties of opsmukpresentaties gelooft het evangelie van Pasen niet – zoveel moet alleszins duidelijk zijn…

Er is een tekst van Anselm Grün, die ongeveer hetzelfde uitdrukt als wat Leonard Cohen zingt:

‘De omvorming van mijn wonden tot parels betekent voor mij op de eerste plaats dat ik mijn wonden als iets kostbaars beschouw. Daar waar ik gewond ben, ben ik ook gevoelig voor mijn medemensen. Ik begrijp ze beter. En waar ik gewond ben, raak ik mijn eigen hart, mijn eigenlijke wezen. Ik geef de illusie op dat ik volkomen gezond en sterk en volmaakt ben. Ik realiseer me mijn gebrokenheid. Dat houdt me vitaal en maakt me menselijker, barmhartiger en milder. Daar waar ik gewond ben, ligt ook mijn schat. Daar kom ik in aanraking met mijn eigenlijke zelf en met mijn roeping. Daar ontdek ik mijn capaciteiten. Alleen de gewonde dokter is in staat te genezen. Dat wisten de Grieken al.’

(Uit een toespraak door Anselm Grün in de Janskerk, Utrecht op de Derde Henri Nouwenlezing – 1 december 2001, over ‘de spirituele weg als weg naar genezing’)

Ons paasgeloof begint met het ongelooflijke vertrouwen dat juist in de breuk, de crisis, daar waar het pijn doet en daar waar je pijn is aangedaan, dat dààr je schat ligt. Jouw talent en dat wat je vanuit jouw liefde te bieden hebt. Met andere woorden: wil je (op-nieuw) op het spoor komen van jouw roeping, van jouw ‘core business’, van de essentie van wat je opdracht en zending is in deze wereld, dan zal je moeten durven kijken naar de plaatsen waar je in het verleden gewond bent geweest, en naar dat deel van je bestaan waar je op heden (nog) mee worstelt. Daar zit jouw ervarings-deskundigheid die je kan maken tot een ‘Gewonde genezer’ (de trefzeker gekozen titel van een boek van Henri Nouwen)…

‘Want nog is er licht,

alle dagen weer

-licht dat ziende maakt,

dat ons doet bestaan

dichter bij elkaar;

dat het hart verwarmt

en de schamperheid

van de mond verzacht…’

(Huub Oosterhuis)

VROUWEN bij het (HEILIG) GRAF…

Toen Jezus stierf, viel er een duisternis over het hele land (Mc. 15,33). Het is nog altijd donker, die vroege morgen, wanneer de vrouwen vertrekken naar het graf. Jezus is dood. Wat gebeurd is, is gebeurd – onherroepelijk. Op de toekomst ligt voorgoed een zware steen.

Zij zijn nog altijd in begrafenisstemming, die vrouwen. Hun rouwproces is nog maar pas begonnen. Eigenlijk willen zij niets anders doen dan het lichaam van Jezus gaan balsemen – om het zo beter te kunnen bewaren en op die manier de dood nog wat proberen uit te stellen als het ware…

En tijdens het stappen naar het graf vragen zij zich vertwijfeld af: ‘Wie zal voor ons de steen wegrollen bij de ingang van het graf..?’ De vrouwen voelen zich alleen. Want, schrijft Marcus in zijn paasbericht: ‘…Het was een heel grote steen…’ (Mc. 16,5).

‘Wie zal voor ons de steen wegrollen bij de ingang van het graf..?’ Dat was de zorg van de vrouwen in de vroege morgen van wat Pasen zou worden.

En soms – heel vaak - is dat ook onze zorg.

Wie zal de steen uit mijn leven wegrollen? Wie haalt de barst uit het doek van dat schilderij? Wie kan de scheur weer dichten, de kwetsuur genezen en het litteken zo goed mogelijk camoufleren?

Wie neemt uit ons leven weg: de eenzaamheid van momenten dat we onze vreugde en onze roeping met niemand kunnen delen, de ziekte en de pijn die ons op onszelf terugwerpen, de onmacht om met onze gekwetstheid om te gaan, de angst en de onzekerheid voor wat straks (nog) gaat komen – want er zijn grote veranderingen op til, en elke verandering of verhuizing brengt angst mee en veel onzekerheid – zeker als je individueel en als gemeenschap alsmaar ouder en kleiner wordt…

‘Wie zal voor ons de steen wegrollen bij de ingang van het graf..?’ Een steen die soms buitengewoon, onredelijk en bovenmenselijk zwaar lijkt te zijn..?

En toch… Nu de vrouwen opkijken, zien ze dat ze niet alleen zijn.

En wat ze meteen ook zien: ‘De steen is voor hen weggerold…’ Zo staat het er. In de passieve vorm van de taal.

Zware stenen wegrollen van voor een graf – dat kunnen we niet uit onszelf. Dat is Godswerk. Hij is toch de Grote Altijd-Nieuw-Beginner in de Schrift. (Stenen voor het graf rollen en zo de toekomst verhinderen en het Licht verduisteren – dat is vanzelfsprekend mensenwerk).

Het wegrollen van de steen; wie van ons mensen dat zal kunnen doen en hoe dat zal gebeuren, dat is helemaal niet de kern van het Paasverhaal. Daar zorgt God zelf wel voor; Veel belangrijker is de vraag: Wat doen de vrouwen wanneer ze merken dat die steen reeds voor hen uit de weg is geruimd?

Dan dreigt er – zoals iedereen weet - iets heel erg mis te lopen. De vrouwen willen mordicus het graf tòch binnengaan. En zo gaan ze daar naartoe waar ze eigenlijk niet moeten zijn. Want een in het wit geklede jongeman geeft hen als een GPS vanuit de hemel de paradoxale boodschap: ‘Jezus van Nazareth die gekruisigd is, is niet hier in het graf. Hij is tot leven gewekt. Ga dus naar Galilea. Daar zullen jullie Hem zien…’

Die engel bij het ‘Heilig Graf’ zet hen meteen in beweging in de omgekeerde zin. ‘Nu omkeren’, zegt hij met indringende, gebiedende stem. Omkeren om op weg te gaan naar daar waar het leven van elke dag te vinden is. Naar Hem die het Leven zelf is, die uit eigen ervaring weet heeft van eenzaamheid en dood, van pijn, onmacht en gemis. Hij die meer dan wie ook weet heeft van kwetsuren en gebrokenheid: ‘There is a crack, a crack in everything…’ Maar Die ook weet heeft van het vervolg van dat lied: ‘That’s how the light gets in…’

Naar Hem werden de vrouwen toen en worden wij vandaag gezonden. Met slechts één warme uitnodiging: wie je ook bent, hoe je je ook voelt, ga naar Hem toe in Galilea. Vertrouw je toe aan Hem en aan het Licht dat Hem omringt. Leer Hem daar in Galilea straks op-nieuw kennen in de stilte, in woorden van gebed en lied. Herken Hem telkens weer in de Schriften, bij het breken van het Brood en in de vriendschap van de mensen. Vertrouw je toe aan Zijn standvastige, duurzame Liefde. En geef die door, aan al wie je op je weg ontmoet.

Durf dat te doen, en jullie zullen leven vinden in overvloed (Ook jullie zusters – vooràl jullie in jullie nieuwe huis en thuis). Pasen zegt ons vandaag: de toekomst wacht op elk van ons.

‘Ooit, God weet uit welke aardlaag,

uit hoe diep versteende moederschoot,

zult Gij mij roepen, ik zal blakend nieuw

en bloot naast U staan in licht

onstuitbaar vrij, zo nieuw als Gij…’

(Huub Oosterhuis)

4. Nog een bijzondere boodschap voor jullie, zusters ‘Kanunnikessen van het Heilig Graf’…

Beste zusters,

op de ‘home-page’ van de website van de Sint-Trudoabdij in Male lees ik, onder het titeltje ‘Welkom’:

Onze Sint-Trudoabdij heeft een lange geschiedenis. Sinds 1952 behoort zij tot de Orde van de reguliere kanunnikessen van het Heilig Graf.*

Wij leven het kanonikale leven, volgens de regel van Sint-Augustinus. *De Paasspiritualiteit geeft een eigen kleur aan onze identiteit en zending in Kerk en wereld.

Houen zo, zou ik zeggen! Gewoon/buitengewoon zijn en blijven wie jullie altijd geweest zijn. Jullie zijn schatten van mensen (schatten weliswaar die steeds meer worden bewaard in breekbare, kwetsbare ‘gewijde vaten’…) En deze zustergemeenschap van Male is een grote, kostbare schat die in het landschap van Vlaanderen moet worden bewaard en gekoesterd…

Wat jullie als vrouwen / kanunnikessen van het Heilig Graf, die leven vanuit de Paasspiritualiteit, in deze moeilijke dagen van verandering en verhuizing zeker niet moeten doen, is:

De steen die op de toekomst ligt absoluut zèlf willen wegrollen, op eigen kracht. Dat hoeft niet – want die is al weggerold door Iemand anders…

Telkens weer in het graf gaan kijken, door die breuk, door die scheur heen, naar het lijk dat daar levenloos ligt – of er naar toestappen om de dood te willen koesteren en zo goed als mogelijk te bewaren…

En ook niet: naast die engel van Pasen in het graf gaan zitten, om te aanschouwen hoe wonderlijk de verrijzenis wel is, en hoe mooi het Licht dat door die scheur naar buiten valt wel oogt…

De engel van Pasen vraagt jullie (en ieder van ons hier aanwezig!) wèl – en dat met grote nadruk:

Ons telkens weer om te keren, ons te be-keren, weg van het graf. Om ons naar Galilea te begeven, naar de realiteit van alle dag, en ‘naar het land dat Hij ons tonen zal…’ (zo is het toch allemaal begonnen indertijd met Abraham, de vader van alle gelovigen?)

Ons door dat Grote, felle Paaslicht in de rug te laten duwen en stuwen naar de mensen daar en naar hun dagelijkse leven toe, om dat te ver-lichten (in alle betekenissen van dat woord). De Paasspiritualiteit van waaruit jullie, zusters, vanouds willen leven, als drijf-kracht behouden dus. Zeker in deze tijden waarin ‘energie’ zulk een kostbaar, haast onbetaalbaar goed blijkt geworden te zijn…

Of om het met de woorden van één van de zusters van deze gemeenschap zelf te zeggen:

VROUWE KERK

Vergeet je oorsprong niet

  • goddelijk zaad in mensenakker - ondanks misgroeide takken aan de boom die al te machtig werd.

Vergeet de boodschap niet

  • licht verdrijft de duisternis - ondanks de storm die schade aanricht aan jouw huis van eeuwen.

Vergeet het Woord van Leven niet

  • Ik zal er zijn voor jou - ondanks ontsporing, dwaling, ontrouw, ja, ondanks de dood.

Vergeet je roeping niet

  • Gods tederheid gestalte geven - ondanks je falen en je onmacht en het leed jou aangedaan.

Vergeet niet kerk te zijn

  • gemeenschap naar Gods hart – in eenvoud, deemoed, kwetsbaarheid. Zo heeft Hij jou gewild en gaat Hij met je mee.

Vrouwe Kerk, geloof dat in jouw zwakheid Gods kracht volkomen wordt

(Zuster Caritas Van Houdt - St.-Trudoabdij Male)

En wij bidden tot de God van alle leven,

Die Jezus, Zijn Zoon, tot leven heeft gewekt:

maak ons aanstekelijk voor elkaar,

en betrouwbare getuigen van het Licht,

om de nacht van mensen op te helderen

om in het Galilea van onze dagen

de spoken van de angst

en de duivels van het donker

te verjagen…

Nog een verhaal als epiloog: “Daar ben ik tegen…”

Op een keer waren alle dieren van het bos in een crisiszitting bijeen, omdat de ekster al een paar dagen spoorloos verdwenen was. Al vaak had de ekster gedreigd: “Ik ga weg en ik kom niet meer terug”, maar altijd was hij weer gewoon teruggekomen. Maar deze keer was het anders, hij was en bleef weg. Aanvankelijk hoopte iedereen nog dat hij misschien de volgende dag terug zou komen. Maar nee hoor: van de ekster was geen spoor te bekennen. De dieren spraken af om samen heel hard te roepen om de ekster, maar er kwam geen geluid als antwoord. Toen besloten ze brieven te schrijven om de ekster te vragen zo snel mogelijk terug te komen. De lucht zag zwart van de brieven, maar de ekster bleef weg.

Niemand had enig idee, hoe ze verder moesten komen in deze moeilijke situatie, tot de mier zei: “Ik stel voor dat we de moed opgeven”. Er ging een zucht van verlichting door de zaal omdat ieder dat een geruststellende gedachte vond.

Toen stond op de achterste rij iemand op die zei: “Daar ben ik tegen”.

Dat was de ekster.

TOON TELLEGEN

Beste mensen hier aanwezig,

in het jaar dat volgt op deze paasdag, wil ik zelf proberen om een beetje die ekster te zijn. Die opstandige ‘vreemde vogel’, die steeds weer ‘opstaat’ en zegt, te midden de ontmoediging die de andere vogels in de zaal verlamt: “De moed opgeven – daar ben ik tegen…” En ik hoop van ieder van jullie hetzelfde…

Het zij zo. Van U is de toekomst, kome wat komt…’

Amen. Allelujah!

geert dedecker


Leonard Cohen - Anthem

Om het lied te beluisteren: Ctrl +hier klikken voor koppeling:

Onderkant formulier

Van hebbe een crack naar benne een crack…

geschreven door op de blog ‘WerkWaardig’

Een tijdje terug gaven Gebi en ik een workshop bij het in Tilburg. Daar was het vrijwilligersdag voor de mensen die bij het MST werken, een soort van baanlozencentrum met een open inloop en allerlei cursussen die worden georganiseerd voor mensen met een uitkering. Het thema die dag was aan de hand van een tekst van Leonard Cohen: … Deze tekst is een van de basisprincipes van WerkWaardig. Ik begon dan ook met het voorlezen van een tekst van Anselm Grün, die hetzelfde principe uitdrukt.

De omvorming van mijn wonden tot parels betekent voor mij op de eerste plaats dat ik mijn wonden als iets kostbaars beschouw. Daar waar ik gewond ben, ben ik ook gevoelig voor mijn medemensen. Ik begrijp ze beter. En waar ik gewond ben, raak ik mijn eigen hart, mijn eigenlijke wezen. Ik geef de illusie op dat ik volkomen gezond en sterk en volmaakt ben. Ik realiseer me mijn gebrokenheid. Dat houdt me vitaal en maakt me menselijker, barmhartiger en milder. Daar waar ik gewond ben, ligt ook mijn schat. Daar kom ik in aanraking met mijn eigenlijke zelf en met mijn roeping. Daar ontdek ik mijn capaciteiten. Alleen de gewonde dokter is in staat te genezen. Dat wisten de Grieken al.

Het is het ongelooflijke principe dat juist in de breuk, de crisis, daar waar het pijn doet en je pijn is aangedaan, dat daar je schat ligt. Jouw talent en dat wat je vanuit jouw liefde te bieden hebt. Met andere woorden, wil je op het spoor van je eigen, individuele talent komen, dan zul je moeten durven kijken naar waar je gewond bent, dat deel waar je worstelt. Daar zit je deskundigheid. Onze Tilburgse vertaling als titel voor de workshop luidt: ‘Van hebbe een crack naar benne een crack’. Het is de dubbele betekenis van het woord crack, dat in Belgie bijvoorbeeld vaak wordt gebruikt voor iemand die uitblinkt in een bepaalde tak van sport of vakgebied.

Onze workshop ging over dat de barst in je persoonlijkheid het licht doet schijnen op je essentie, op wie je werkelijk bent. Dus ook op je verlangen en op je droom; op hoe jouw leven eruit zou zien als jij het helemaal mocht zeggen. Het ideale beeld van jouw leven.  Eerst maakten we een verlanglijstje van alles dat je aan het leven zou willen vragen, verlangen etc. Dan vanuit dat lijstje gingen we aan de slag met een collage van ieders ideale beeld, wensdroom. Daarna vertelde ieder wat hij had gemaakt. Dit leverde werkelijk prachtige, unieke verhalen op. Waarbij zo zichtbaar werd dat ieder op zijn eigen manier worstelt met het leven, maar juist vanuit die worsteling, die crack, iets prachtigs heeft de bieden vanuit het hart. De volmaakte onvolmaaktheid. Dat zit in dat principe. Onder de deelnemers was een jonge man van 31, zo prachtig dienstbaar. Een vrouw van middelbare leeftijd uit Suriname met de pijn dat ze niet dichtbij haar kinderen was. Een oude zuster van 78, die zo duidelijk maakte in haar collage en haar verhaal dat hoe ouder je wordt je het steeds minder nodig hebt om jouw droom neer te zetten in de materie, maar dat je deze droom wordt. Alle kwaliteiten die in je droom aanwezig zijn, ben je dan. Deze vrouw had een plaatje uitgeknipt van iemand die met zonsondergang in een grote zee lag. Ze had zelf in Brazilie gewerkt en had bij Rio de Janeiro ook zo in de zee gelegen. Ze had er de woorden bijgeplakt; oneindigheid en ontspannen. Precies wat ze uitstraalde. Ze was haar droom geworden.

De omvorming van mijn wonden – Anselm Grün

Ieder van ons draagt wonden met zich mee. Iedereen is in de loop van zijn leven gewond geraakt. Tegenwoordig blijven veel mensen steeds met hun wonden bezig. Ze kunnen het niet laten alle kwetsuren uit hun kinderjaren op te sporen om ze vervolgens te kunnen verwerken. Daar zit de gedachte achter van perfectie en prestatie. We denken dat we alle wonden moeten wegwerken, al het ziekmakende moeten uitroeien. Maar deze weg leidt naar een impasse. Ons verzoenen met onze kwetsuren is de christelijke weg. Voor Hildegard von Bingen bestaat de kunst van de menselijke zelfwording daarin, dat onze wonden tot parels worden omgevormd. Hoe is dat mogelijk? De omvorming van mijn wonden tot parels betekent voor mij op de eerste plaats dat ik mijn wonden als iets kostbaars beschouw. Daar waar ik gewond ben, ben ik ook gevoelig voor mijn medemensen. Ik begrijp ze beter. En waar ik gewond ben, raak ik mijn eigen hart, mijn eigenlijke wezen. Ik geef de illusie op dat ik volkomen gezond en sterk en volmaakt ben. Ik realiseer me mijn gebrokenheid. Dat houdt me vitaal en maakt me menselijker, barmhartiger en milder. Daar waar ik gewond ben, ligt ook mijn schat. Daar kom ik in aanraking met mijn eigenlijke zelf en met mijn roeping. Daar ontdek ik ook mijn capaciteiten. Alleen de gewonde dokter is in staat te genezen. Dat wisten de Grieken al.De omvorming van wonden tot parels betekent voor mij echter nog iets anders. De kostbaarste parel die we in de akker van ons leven zoeken moeten is God. Voor mij zijn de wonden de eigenlijke plaats van Godservaring. Wat is daarmee bedoeld? Mijn wonden leiden me naar God. Ik neem mijn angst als voorbeeld. Als ik me tegen de angst verzet, zal ik er steeds door achterna gezeten worden. Als ik tegenover God met mijn angst in gesprek ga en haar toelaat, als ik naga waar ik precies bang voor ben, wat de kern van mijn angst is dan dring ik steeds dieper door in mijn angst. En op de bodem van mijn angst zal ik een diepe innerlijke vrede ervaren. Op de bodem van mijn angst zal ik God ervaren als degene die mij aanvaardt met mijn angst. Ik ben met mijn angst in Gods goede hand. Zo gaat het ook met mijn overgevoeligheid: ik erken ze. Ondanks mijn spirituele weg ben ik nog steeds overgevoelig voor kritiek, afwijzing, niet gezien worden. Als ik me daarmee verzoen, leidt mijn overgevoeligheid me steeds dieper mijn gewonde hart binnen dat verlangt naar liefde, naar onvoorwaardelijke aanvaarding. Dan krijg ik op de bodem van mijn gewonde hart een vermoeden van God als degene die zijn vaderlijke en moederlijke hand boven mij uitgestrekt houdt, die mij teder aanraakt en mij zegt: “Ík ben bij je. Je hoeft helemaal niet zo sterk te zijn als je graag zou willen. Je bent goed zoals je bent. Juist als deze mens ben je voor mij waardevol. Precies zo ben je mij lief”. Een ander voorbeeld is de depressie waaronder tegenwoordig zoveel mensen lijden. Velen zien in depressieve gevoelens al een ziekte waar ze zo vlug mogelijk van af willen. Ze bestrijden hun depressieve gevoelens. Maar daarmee sluiten ze de weg af naar nu eigen diepte en naar God. We hebben het niet voor het uitkiezen of we aanleg hebben voor depressiviteit of niet. Maar als ik depressief ben, gaat mijn weg naar God niet aan mijn depressiviteit voorbij, maar er doorheen. De depressiviteit ontneemt mijn ego de illusie dat ik altijd goed gehumeurd ben, dat ik alles positief kan zien, dat ik mijn leven in de greep heb. Er is in mij een gewonde plek, een Achilleshiel. Ik hoef ze niet toe te dekken en af te schermen. Ze is precies de toegang naar God. Juist daar kan ik God ervaren. En als ik God ervaar, als ik met mijn wonden één word met God, dan is deze eenheidservaring tegelijkertijd ervaring van heil. Want een-zijn is immers heel zijn, gaaf zijn. De eigenlijke genezing van de mens bestaat daarom voor mij in de ervaring van God. En deze ervaring kunnen we niet afdwingen. We kunnen ons ervoor klaar maken. Maar God blijkt steeds weer verrassend. We mogen daarvan uitgaan en erop vertrouwen dat God zich laat zien, ook al gaan we nog zozeer gebukt onder onszelf en onze situatie. Als we God ervaren, zijn we een. Maar in het volgende ogenblik zullen weer het ver zijn van God ondergaan. Dan voelen we ons weer verscheurd. In deze spanning moeten we leven: tussen het nabij zijn en het ver zijn van God, tussen genezen zijn en ziek zijn, tussen licht en donker, tussen kracht en machteloosheid, tussen liefde en leegte.

(Uit de toespraak door Anselm Grün in de Janskerk, Utrecht op de Derde Henri Nouwenlezing – 1 december 2001, over ‘de spirituele weg als weg naar genezing’)

P.S. Op de paasreceptie, na de paasviering in de Abdijkerk van Male, kwam een oudere vrouw me zeggen dat ze zo geraakt was door deze homilie – maar vooral door die paar zinnetjes uit het lied ‘Anthem’ van Leonard Cohen: ‘There is a crack, a crack in everything. That’s how the light gets in…’ ‘Weet je’, zei ze, ‘dat deze zinnetjes in kalligrafisch schrift reeds jarenlang thuis op mijn dressoir liggen, bij de foto van mijn kleinzoon, die gestorven is aan zelfdoding? Het is de enige hoop die mij recht houdt in zulk moeilijk en onmogelijk rouwproces…’

Samenstelling: geert dedecker

Zoeken in Preken Online