Feest van de Heilige Familie- B 31 december 2023
Evangelie: Lucas 2, 22-40
Wat zegt Mgr. Romero ons op deze zondag?
Mgr. Romero geeft aan zijn preek van vandaag de titel: “De familie, manifestatie van de Godsliefde**”.** Hij zegt: “God wil Zich tonen aan de samenleving, aan de geschiedenis, aan de wereld vanuit een familie; en alle christelijk opgebouwde gezinnen moeten die opdracht vervullen: ze moeten openbaringen, manifestaties zijn van God en van Gods liefde.” Hij ontwikkelt dat thema dan verder in zijn preek zoals gewoonlijk in drie punten: “De humane dimensie van de familie - de religieuze en kerkelijke transcendentie van elke familie - Christus Die leeft en Zich aan de wereld openbaart in de familie.”
Het citaat van waaruit we vandaag reflecteren komt uit het derde punt waarin hij ook een link legt met de evangelietekst van deze zondag.
“Hij (Simeon) zei tegen hen (Maria en Jozef) dat ze waakzaam moesten zijn. Hier blijkt dat de waker, moe van de nacht, zich stilaan gaat terugtrekken en daarom tegen God zegt: ‘*Heer, U mag Uw dienaar nu in vrede laten gaan, mijn ogen hebben thans Uw heil aanschouwd dat Gij voor alle volken hebt bereid; een licht dat voor de heidenen straalt, een glorie voor Uw volk Israël.’ En zich wendend tot Jozef en Maria, zegt hij: “*Dit kind is bestemd om een teken van tegenspraak te worden, een ‘struikelsteen van schandaal’. De goeden en de slechten die zich bekeren zullen in Hem vergeving en barmhartigheid vinden; zij zullen Hem ontvangen. Maar Hij zal ook de ondergang van velen zijn, omdat de zondigheid, het egoïsme en de hoogmoed van velen Hem zullen verwerpen.’ Christus is een ‘struikelsteen van schandaal’! *(…) En de heilige oude man zegt ook nog tegen Maria: ‘*Omwille van dit kind zal een zwaard je hart doorboren’. Moeders van gezinnen - vooral jullie, jonge moeders – hoe zouden jullie reageren indien, op het moment dat jullie je kind ten doop hielden, een profeet tegen jullie zou zeggen: ‘Dit kind zal een tragisch einde kennen’? Maria leefde als die moeder, wachtend op het uur waarop het zwaard haar hart zou doorboren. (…) Zij begreep het op die manier toen ze aan de voet van het kruis werkelijk voelde dat niet één, maar volgens de overlevering zeven zwaarden in haar hart werden gestoken bij de confrontatie met de pijn en het lijden van haar Zoon.”
We mogen niet vergeten dat het in de tijd van Mgr. Romero (eind jaren ‘70) helemaal niet vanzelfsprekend was om christen te zijn op de manier van het Evangelie. Honderden catechisten (animatoren in landelijke kerkgemeenschappen), priesters en religieuzen waren op dat moment al verdreven en vermoord. Veel families verborgen de Bijbel uit angst om als christenen ontdekt te worden. De politie zocht koortsachtig naar ‘Medellín’ als was het een profetisch persoon, om hem uit de weg te ruimen. In de woordvieringen en tijdens de eucharistie waren er ‘oren’ aanwezig om te luisteren naar wat er gezegd werd en hoe het Evangelie werd becommentarieerd, om vervolgens de veiligheidsdiensten daarover te informeren, met als gevolg bedreigingen en verdwijningen of zelfs het doden van wie ‘betrapt’ werd. Het was in deze context dat aartsbisschop Romero op deze zondag preekte. In veel landen komen dergelijke situaties tegen de Kerk gelukkig niet meer voor, maar in andere landen heeft deze praktijk onlangs weer de kop opgestoken met gevangenneming en uitzetting van bisschoppen en priesters als gevolg. Laten we nu kijken naar wat Mgr. Romero ons zegt over een niet te vergeten aspect van de ‘Heilige Familie’.
Op het feest van de ‘Heilige Familie’ zijn er vaak mooie afbeeldingen of schilderijen te zien van Maria, Jozef en het kindje Jezus verblijvend in een eenvoudig huisje, allemaal met een (heilige, beate) glimlach. Soms helpt het kind Maria om water te dragen, soms helpt het Jozef in het atelier van de timmerman. Dit zijn eenvoudige, lieve beelden, en daar is niks mis mee. Maar let wel: we weten helemaal niet precies wat er in die periode in het leven van dat gezin daar in Nazareth heeft plaatsgevonden. De apocriefe evangeliën staan vol met fantasieën over het kind Jezus en de jongen die Hij was of zou geweest zijn. De evangelies van Matteüs en Lucas, de enige die wat verwijzingen bevatten naar de kindertijd van Jezus, vertellen ons niets over de gebeurtenissen in het gezin. We kunnen alleen maar denken dat hen hetzelfde overkwam als wat al die vele andere families in Nazareth meemaakten. Er waren in het doodgewone leven van alledag waarschijnlijk niet veel verschillen met andere gezinnen en families in Nazareth.
Het Evangelie van Lucas plaatst echter aan het begin van het gezinsleven van de ‘Heilige Familie’ wel een merkwaardige ontmoeting met twee oudere, gelovige, goede en vrome mensen. In Lc. 2, 19 lezen we dat na het bezoek van de herders in de kerststal ‘… María al deze woorden bewaarde in haar hart en er bleef over nadenken’. Hetzelfde moet gebeurd zijn na de ontmoeting met Simeon. De aankondiging dat dit kind ‘een licht voor alle volken’ zou zijn, een Redder en een Verlosser, bevestigde misschien alleen maar de eerdere boodschap van de engel dat zij er de uitverkoren Moeder van zou zijn. Maar in dit geval voorspelde de oude man Simeon ook de gevolgen van dat alles, niet alleen voor Jezus, maar al evenzeer voor Maria: het kind zou opgroeien tot een teken van tegenstrijdigheid, een oorzaak van zowel de val als de opstanding van velen. Monseigneur Romero noemt dit: “…een teken van tegenspraak, een ‘struikelsteen van schandaal’”. En dan vertelt Simeon aan Maria dat ze veel zal moeten lijden, en hij drukt dat uit met het symbool van een zwaard dat haar ziel zal doorboren. Die aankondiging moet voor Maria als een enorme en beangstigende verrassing zijn overgekomen. Wie zou niet bezorgd zijn bij zo’n vooruitzicht?
De evangelies vertellen dan verderop over de manier waarop Maria een aantal van die zorgen, die twijfels en dat verdriet heeft ervaren. Die keer bijvoorbeeld, toen de jonge Jezus in de tempel was achtergebleven om daar te doen – zo zei Hij - wat Zijn Vader Hem had opgedragen. En die andere keer, toen zij samen met de broers van Jezus naar Hem toe kwam om Hem te zien, en het vreemde afwijzende antwoord van Hem kreeg: ‘Wie is mijn moeder en wie zijn mijn broers? Mijn moeder en mijn broers zijn zij die naar het woord van God luisteren en er naar handelen’… En natuurlijk was dat ook het geval toen zij dicht bij het kruis stond en Zijn gefolterde dode lichaam opnam in haar schoot. Volgens de (volkse) traditie was Jozef waarschijnlijk al tijdens Jezus’ jeugd gestorven, en bleef Maria lange tijd als weduwe achter. Hoe dan ook, het lijdt geen twijfel dat Maria’s weg met Jezus niet gemakkelijk is geweest. De aankondiging van het zwaard in haar hart vanwege Simeon was dan ook meer dan reëel.
Zo ontdekken we dat de ‘Heilige Familie’ ook twijfels, onrust, angst en verdriet heeft ervaren. Het leven in navolging van Jezus, in de mate we het tot het uiterste leven, zal onvermijdelijk ook leiden tot het dragen van het kruis. In de neoliberale cultuur en samenleving waarin we heden ten dage leven, zullen we gemakkelijk in botsing komen met de gevestigde politieke en economische machten. Zij staan ons niet toe om te leven, te handelen en te spreken op de manier van Jezus, met als leidraad het radicalisme dat ons blijvend aanvuurt, en dat ons wenkt van aan de horizon van het Koninkrijk van God. Christen zijn en willen zijn is ‘in de problemen komen’, zoals Paus Franciscus heeft gezegd. En er zal rondom ons geen tekort zijn aan mensen die ons proberen te ontmoedigen, die ons afwijzen of zich van ons af proberen te keren. De gedachte aan de ‘Heilige Familie’ troost ons, in de zin dat ook deze concrete familie met Maria, Jozef en Jezus heel moeilijke en onverwachte situaties heeft meegemaakt. Ze hebben niet in ‘de hemel op aarde’ geleefd, maar in de historische werkelijkheid die Jezus naar zijn dood aan het kruis leidde en die zijn moeder achterliet met haar doorboorde hart. Zo laten ze ons het voorbeeld na van trouw, van het overwinnen van obstakels, van het helen van de opgelopen wonden en het weerstand bieden aan de tegenstand en de tegenslag, zelfs over de gewelddadige dood van Jezus heen, in afwachting van Gods initiatief van een nieuw begin dat ze later herkenden in de aanwezigheid van de Opgestane Heer.
Laten we niet terugschrikken voor alle pogingen die we zelf ondervinden, al wie en wat ons probeert af te leiden van de weg van het Evangelie. Laten we niet bang zijn voor onze eigen onzekerheden en twijfels. Op de weg van Jezus en in navolging van het voorbeeld van Maria die Jezus onvoorwaardelijk trouw gebleven is, kunnen we bemoedigd en gesterkt worden om te blijven getuigen van het Koninkrijk. Laten we niet bang zijn om gezinnen te stichten en familiebanden te smeden waar het zaad van het Koninkrijk kan groeien en zich ontwikkelen, zoals we dat zien gebeuren in de ‘Heilige Familie’. Laten we zelf tekenen zijn van tegenspraak, ‘struikelstenen van schandaal’ - zoals Jezus zelf en zoveel van Zijn trouwe volgelingen dat zijn geweest.
We staan aan het begin van een nieuw jaar. Als God Zich in de wereld heeft willen manifesteren via een gezin en een familie (met name dat van Nazareth), dan kan dat ook via onze weg en via onze manier van leven in een gezin. “… Alle christelijk opgebouwde gezinnen moeten de opdracht vervullen om openbaringen te zijn van God, manifestaties van Gods liefde.” Het is een blijvende opdracht voor ieder van ons vandaag.
Suggestie van vragen voor bezinning en actie, persoonlijk en in onze gemeenschappen:
Hoe is het in ons gezin gesteld met die opdracht om een openbaring en een manifestatie van Gods liefde te zijn? Hoe kunnen we elkaar daarin ondersteunen?
In welke mate hebben we in ons eigen leven reeds ervaren dat christen zijn inderdaad betekent ‘teken van tegenspraak’ en ‘struikelsteen van schandaal’ te zijn? Hoe hebben we dat beleefd? Wat hebben we daarmee gedaan?
Welke prijs hebben we tot nu toe betaald (‘een hart dat met een zwaard doorstoken is’), als gevolg van onze keuzes om Jezus te volgen? Was het allemaal de moeite waard, achteraf gezien? En waartoe engageert ons dat verder?
Ludo Van de Velde
Ludo Van de Velde (1949), afkomstig uit Oelegem, leefde en werkte sinds 1977 in Centraal- Amerika. Hij was gedurende 9 jaren fidei donumpriester in Guatemala, El Salvador en Nicaragua. Hij is gehuwd en vader van twee dochters. Wonend in El Salvador was hij gedurende 25 jaren eerst ngo-coöperant en nadien regiocoördinator van Volens. Dank zij de diepe inspiratie van Mgr. Romero en de roep van arme mensen in kerkelijke basisgemeenschappen aan de rand van San Salvador, kon hij, samen met zijn vrouw Tere, de laatste 10 jaren met hen weer verder optrekken. Zo werd hij opnieuw wie hij altijd geweest was: priester in dienst van de armen en in dienst van het Evangelie. Sinds eind februari 2021 wonen ze in Brugge, dicht bij hun (klein-) kinderen, op zoek naar nieuwe uitdagingen.
Wekelijkse reflectie onder het licht van Romero - nr. 138. Feest van de Heilige Familie-B – 31 december 2023.
Voordat we christen kunnen worden, moeten we eerst heel menselijk zijn.
“Ik wil u niet verhinderen, beste broeders en zusters, om te weten te komen wat de bisschoppen, die in Medellín bijeen waren, over het gezin hebben gezegd, en ik wil dat u ook kennis zou krijgen van het menselijke aspect ervan. Het is noodzakelijk dat het Tweede Vaticaans Concilie, dat Latijns-Amerikaans werd in Medellín, bekend wordt bij Latijns-Amerikaanse gezinnen. We vinden een mooie synthese van de bijeenkomst in Medellín door drie zinnen over het gezin en de familie te verduidelijken***. In Latijns-Amerika moet het gezin zijn: ‘vormer van mensen en personen - opvoeder van het geloof - en promotor van ontwikkeling.’*** Het lijkt mij dat daarmee goed gefocust is op de grote waarde van het gezin en de familie.”
We wijzen er eerst even op dat Monseigneur Romero hier spreekt over “… het Tweede Vaticaans Concilie, dat Latijns-Amerikaans werd in Medellín”. Hij was zich ervan bewust dat dit Concilie van de Katholieke Kerk dankzij de vergadering in Medellín ‘geaccepteerd’ was in Latijns-Amerika, doordat het er evangelisch geïnterpreteerd werd vanuit de historische en kerkelijke realiteit van dat continent. Dat was de vrucht van het licht en het vuur van de Geest die alle aanwezigen inspireerde op de conferentie van Medellín. Zou het daarom niet belangrijk zijn om op vandaag de teksten van Medellín opnieuw te bestuderen en te overdenken?
Op deze dag, bij de viering van het Feest van de ‘Heilige Familie’, wil de Aartsbisschop dat zijn kerkelijke gemeenschap zou weten wat Medellín beschouwt als de missie van het christelijke gezin. "… Het gezin moet zijn: ’vormer van mensen en personen - opvoeder van het geloof - en promotor van ontwikkeling’”. Laten we een citaat nemen uit zijn preek, en dat zoals gewoonlijk van onze commentaar voorzien.
“Mensen en personen vormen. Wij hebben het nu over het menselijke aspect van het gezin, en het eerste wat je in een mens ziet is zijn persoon. Voordat we een christen zijn, moeten we heel menselijk zijn*. Misschien is het omdat we vaak het christelijke willen bouwen op valse menselijke fundamenten, dat we dan ook zo vaak beschikken over valse mensen en valse christenen. De oppervlakkige religieuze praktijk getuigt van een valse christen, die ook geen echte mens is. Velen die nu de religie verdedigen - zeggen ze –, zijn niet eens humaan, laat staan dat ze christenen zouden zijn. Ik lach om deze zelfingenomen verdedigingen van het christendom, als ging het hier om ‘ware katholieken’.* Met welk recht noemen zij zichzelf ‘authentieke katholieken’, als ze niet eens humaan zijn, zij die beweren te weten hoe ze de ware God moeten aanbidden en ondertussen op hun knieën liggen, als afgodendienaars, voor de dingen van de aarde?”
Vandaag vertelt Mgr. Romero ons een grote waarheid die zo vaak vergeten wordt: “Voordat we christen kunnen worden, moeten we eerst heel menselijk zijn”. Om te weten of iemand al of niet christen is, is het niet allereerst nodig om te kijken naar zijn of haar religieuze praktijken, naar de gebeden en devoties die ze uitvoeren, naar het aantal kaarsen dat ze plaatsen voor het beeld van hun favoriete heilige, noch naar hun woorden of de uitspraken die ze doen over religie. Om duidelijk te zien of iemand een christen is, moet je in de eerste plaats kijken naar wie hij/zij is als mens, wat zijn/haar menselijke kwaliteiten zijn, hoe hij/zij met anderen omgaat,… Als hij/zij een werkgever is, moet je allereerst bekijken hoe hij/zij zijn/haar werknemers behandelt (lees: hoe hij/zij ze betaalt). Als hij een politicus is, moet je kijken of hij/zij wetten in het eigen voordeel maakt dan wel wetten uitvaardigt die de overgrote meerderheid van de mensen ten goede komen; we moeten zeker ook kijken wat hij/zij met de financiën van de Staat doet. Als hij bisschop of priester is, moeten we zien waar en hoe hij leeft, met wie hij omgaat en naar wie en op welke manier hij luistert, voor wie hij echt opkomt en zorgt,… Dat is de cruciale vraag, en dat is het enige criterium: wie zijn wij als ‘mensen’?
Vervolgens hekelt de Aartsbisschop degenen die in werkelijkheid ’onmenselijk’ zijn, door de afgoden van macht en rijkdom te aanbidden, en die desondanks toch doen alsof ze ‘authentieke katholieken’ zijn en zelfs de pretentie hebben de Aartsbisschop te veroordelen en hem te beschuldigen van het promoten van atheïstisch communisme. Hun oppervlakkige religieuze schijnheiligheid is van geen enkel nut, aangezien datgene wat doorslaggevend is in hun leven, in de eerste plaats hun manier van mens zijn is. Dit geldt natuurlijk voor iedereen. Mgr. Romero gebruikt hier een duidelijke uitdrukking: wie op zijn knieën zit ‘voor de dingen van de aarde’, voor ‘de wereld’, kàn geen katholiek zijn, zelfs geen christen in het algemeen. En om dit duidelijk te kunnen ‘onderscheiden’, kunnen we best naar onszelf kijken in de spiegel van ‘de aloude hoofdzonden’, en opnieuw bekijken hoe we omgaan met de basisgeboden die gelden voor het humanisme. Hoeveel menselijkheid missen we niet! Mgr. Romero is erg radicaal als hij zegt dat zij die niet als authentieke ‘mensen’ leven, per definitie geen christenen kunnen zijn.
Wij denken met Mgr. Romero te kunnen zeggen dat het christendom er ons in de eerste plaats toe brengt om betere mensen te worden. De humanisering van God in Jezus van Nazareth is ons voorbeeld, onze weg, ons licht, en het betekent ons kompas voor de weg naar de eigen humanisering. Die weg leidt ook altijd onmiskenbaar naar de optie voor de armen, de kwetsbaren, de gewonden, zij die uitgesloten zijn,… Het Koninkrijk van God heeft alles te maken met de humanisering van de menselijke ‘soort’ - het ‘menselijke ras’ - : zoeken naar gerechtigheid, waarheid, broederschap, solidariteit, vrijheid, barmhartigheid, vrede,… Helaas zien we door de geschiedenis heen veel onmenselijkheid en allerlei vormen van ontmenselijking. Dit is zowel het geval in het persoonlijk gedrag als in de economische en politieke structuren die we hebben gecreëerd. Hoewel het christelijk denken aangedrongen heeft op meer wederzijds respect in termen van fundamentele mensenrechten, zijn christenen met betrekking tot internationale structuren en systemen geen bouwers geweest van ‘vrede’, die de vrucht is van gerechtigheid. We zijn maar doorgegaan met het produceren, het kopen en verkopen van wapens en nog meer wapens, wat - uiteraard – vroeg of laat tot oorlog moet leiden. We blijven maar meewerken aan een wereldeconomie die onszelf met een kleine minderheid verrijkt en die tegelijk miljoenen anderen verarmt.
Zo begrijpen we dat Mgr. Romero de christelijke gezinnen oproept tot die eerste basistaak om ‘vormers van mensen en personen’ te zijn. Humaniserende vorming binnen het gezin is een immense opdracht. In het gezin leren we elkaar te respecteren, van elkaar te houden, anderen te dienen, elkaars groei te ondersteunen, conflicten op te lossen, elkaar te dragen in moeilijke tijden, onszelf op te offeren opdat anderen gelukkig kunnen zijn,… In het gezin (in al zijn verschijningsvormen), in die kleinste cel van de samenleving, leren we de verleiding van de hoofdzonden te weerstaan en het naleven van de geboden te waarderen. Daar leren we goed van kwaad te onderscheiden. Kinderen leren van de menselijke praktijk die ze zien bij papa en mama. Maar in werkelijkheid zijn we - ondanks 2000 jaar christendom - nog steeds ver verwijderd van deze grote humaniserende missie van het gezin. Er zijn onderzoeken die aantonen dat 80% van het misbruik (in alle vormen en dimensies) plaatsvindt in de eigen familie, in hetzelfde huis. Wat we als jongeren en volwassenen doen en laten is voor een groot deel een gevolg van wat we hebben beleefd en geleerd hebben in het gezin: liegen of de waarheid vertellen, eerlijk of oneerlijk zijn, redden of schaden, dienen of gediend willen worden, leven bevorderen of dood veroorzaken, strijden voor de grote rechtvaardige doelen (van rechtvaardigheid, vrede,…) of het onrechtvaardige en de oorlog versterken,…
Natuurlijk hopen we dat de gelovige en religieuze dimensie in het leven de zuurdesem zal zijn van deze nieuwe menselijkheid en de gist en spirit zal aanleveren die leiden tot dit voortgaande proces van humanisering. Religieuze uitingen zoals gebed en liturgie plaatsen het leven steeds weer in relatie tot onze Bron en onze Toekomst. Ze helpen ons om te vieren. Ze voeden de hoop. Ze zetten ons aan om lief te hebben en te dienen. Ze herinneren ons vooral ook altijd aan de horizon van het Koninkrijk van God in Wie we kunnen vertrouwen. Ons geloof in God, Moeder-Vader en in Jezus en zijn Geest zal echter alleen authentiek zijn als we van daaruit leven geven aan meer menselijkheid, te beginnen bij het gezin. We hoeven niet bang te zijn om op deze manier een nieuw jaar te beginnen. GELUKKIG NIEUWJAAR.
Tere en Luis Van de Velde
Voor wie Spaans begrijpt, ook nog deze linken:
173 Steen van schandaal:
https://www.facebook.com/watch?v=1460745181021655
172 Mens zijn:
https://www.facebook.com/watch?v=531640865267841
Overdenking voor zondag 31 december 2023. Voor deze overdenking hebben wij een citaat genomen uit de homilie van Monseigneur Romero tijdens de eucharistieviering op het Feest van de Heilige Familie-B, 31 december 1978. Homilías, Monseñor Oscar A Romero, Tomo IV, Ciclo B, UCA editores, San Salvador, p. 116-117.