Heilige Familie – jaar B

B-cyclus · Kersttijd · Heilige familie · wit

Homilie op het Feest van de H. Familie (Kol. 3, 12-21: “Bekleedt u met tedere ontferming, goedheid, deemoed, zachtheid en geduld” )

Tielt, 28 december 2014

Vandaag, op dit feest van de H. Familie, moet ik iets zeggen over het gezin.

Dat er thans een gezinscrisis is, weet iedereen.

Een reden te meer om er iets over te zeggen.

Ik weet niet of het je al opgevallen is dat, vooraleer een bruid en een bruidegom hun trouwbelofte uitspreken, ze eerst moeten antwoorden op een paar vragen.

Merkwaardig is dat de voorganger hun niet vraagt: “Zijn jullie verliefd op elkaar?” Een overbodige vraag, want smoorverliefd zijn ze op dat moment zeker. Best ook! Noodzakelijk zelfs voor een goede relatie! Die verliefdheid is mooi, maar geen voldoende basis om te trouwen, want gevoelens zijn broos en wankel.

Er wordt hun ook niet gevraagd: “Passen jullie bij elkaar?” Want ook in de psychologie zijn er modegrillen.

De kapitale vraag, die aan de bruid en de bruidegom gesteld wordt, vooraleer ze hun trouwbelofte uitspreken, is deze: “Zijn jullie bereid elkaar te aanvaarden zoals je bent en in liefde voor elkaar te leven?”

Dat respect voor elkaar doet me denken aan dat zonderlinge beeldje van de Franse beeldhouwer Auguste Rodin dat in mijn living een ereplaats heeft: dat beeldje met die 2 open handen naar boven gericht, 2 handen waarvan enkel de vingertoppen elkaar delicaat raken en waaraan de beeldhouwer de naam gaf “la cathédrale” (de kathedraal). Als je dat beeldje goed bekijkt, merk je dat het 2 rechterhanden zijn, - sommigen zeggen een vrouwenhand en een mannenhand,- in elk geval, handen van 2 verschillende mensen. Je ziet ook dat er tussen die 2 handen een open ruimte is.

Het is een prachtig beeld van een goede huwelijksrelatie. Want 2 verliefde mensen die trouwen denken dat ze elkaar graag zien omdat ze op elkaar gelijken. Ze denken: die andere is mijn spiegelbeeld, mijn tweede ik, het beste uit mezelf. We zijn voor elkaar geboren, we zijn twee handen op één buik, we voelen perfect aan wat de andere denkt, voelt of wil. En, als er kleine verschillen zijn, zullen we die wel bijsturen.

De blijvende liefde, waartoe 2 mensen die trouwen zich verbinden, is zeggen: “Ik ben bereid je te aanvaarden en van je te houden zoals je bent”, met je eigen verlanglijstje dat je onbewust meebrengt als je trouwt, met je eigen verleden en opvoeding, met je eigen karakter, met je eigen tuintje en je stukje mysterie, met je eigen kwaliteiten en sympathieke kanten, maar ook met je gebreken en hebbelijkheden. Het is zeggen: Zoals je bent, - en niet, zoals ik je droom, - zo zie ik je graag. Je hoeft niet volmaakt te zijn." In het liedje van Axelle Red “Parce que c’est toi” horen we dat mooie zinnetje: “Parfait n’est plus mon créneau (de perfectie is mijn streefdoel niet)”. En Toon Hermans heeft dat raak verwoord: “We hebben allemaal wel eens een gaatje in onze jumper.

We hebben allemaal wel eens een deukje in onze bumper.”

En Herman De Coninck schreef: “Vroeger hield ik alleen van je ogen.

Nu ook van de kraaienpootjes ernaast.”

Gehuwden moeten elkaar minstens 2 gebreken gunnen waarover ze nooit zullen zagen.

Ze mogen elkaar niet overvragen en ook niet proberen elkaar te veranderen. Een getrouwde vrouw heeft geschreven: “De meeste getrouwde vrouwen proberen hun man te veranderen en, als ze hem veranderd hebben, vinden ze hem niet meer leuk.”

Getrouwde mensen moeten daarom elkaar leuk vinden zoals ze zijn.

Dat vergt geduld. Dat geduld is mijn eerste wens voor alle gehuwden.

Voor mijn tweede wens kun je inspiratie vinden in dat andere mooie beeldje van Rodin dat ook in mijn living staat, namelijk “le baiser” (de kus). Daarop zie je hoe een man en vrouw elkaar teder omhelzen.

Is het niet tragisch dat sommige gehuwden na korte of lange tijd op elkaar uitgekeken zijn en elkaar blijkbaar niets meer te vertellen hebben!

Onze maatschappij is vrij hard. Dat is in: in het zakenleven, de politiek, zelfs in de gewone menselijke relaties. We leven in een wegwerpmaatschappij, waar alles weg en vervangen moet wat niet meer plezant of nuttig is: meubelen, huisraad. T.V.’s, auto’s. Overal staan containers en je moet zelf sorteren. Die mentaliteit beïnvloedt het wegwerpgedrag van sommige gehuwden. Ze vergeten dat ze tijd moeten maken voor elkaar en dat hun liefde tastbaar moet blijven in de vele kleine attenties van elke dag of soms zelfs in een knusjes woordloos samenzijn.

Maar het huwelijk blijft een bestendige opgave, waaraan gehuwden elke dag moeten werken. Gehuwden kunnen het niet alleen. Het is een geschenk. Die tedere liefdesrelatie gaat de menselijks krachten te boven. De psychologen bewijzen ons een grote dienst door dat duidelijk te stellen en de vele gezinsdrama’s zijn er het bewijs van.

Daarom ben ik blij dat er in mijn living nog een derde beeldje van Rodin staat, namelijk ‘le penseur” (de denker). Het is zijn meesterwerk. Je kent dat prachtige beeld van die stoere man die gehurkt zit na te denken met zijn rechterelleboog op zijn linkerknie en zijn rechtervuist onder zijn kin. Dat beeld is voor gehuwden een inspiratiebron om af en toe tijd te maken om na te denken, om nooit vast te lopen in oppervlakkigheid en te geloven dat God met hen meegaat en dat Jezus Christus het kompas is op hun levensweg.

Vergeet niet dat in “la cathédrale” van Rodin de twee open handen naar de hemel gericht zijn. Het zijn als het ware twee biddende handen.

Dan zal je doen wat Paulus zo raak verwoord heeft in de lezing die we zopas hoorden: “Bekleedt u met tedere ontferming, goedheid, deemoed, zachtheid en geduld. Verdaagt elkander als de een tegen de ander een grief heeft.”

Dan wordt je gezin een stukje paradijs en nooit een paradijs in stukjes.
Ik wens het van harte aan alle gehuwden.

Gabriël Buyse, pastoor-deken em. Tielt


Nieuwjaar 2015: “Christenen hebben geen andere plicht dan blij te zijn!”

(Paul Claudel)

Van een nieuw jaar verwacht elkeen dat het vreugdevol zou zijn.

Maar die vreugde is van dag tot dag minder evident. Er zit zoveel schimmel op.

De media overspoelen ons elke week met zoveel tragisch nieuws: een moeder die haar peuter doodt, een vader die zijn hele gezin uitmoordt, duizenden zelfmoorden per jaar in ons welvarend land, verborgen armoede en gecamoufleerd verdriet… en, op wereldschaal, uitzichtloze uitbuiting en oorlogen tussen stammen en volkeren… En de toekomst van de Kerk lijkt evenmin rooskleurig: weinig roepingen, spanningen tussen Rome en de lokale kerken, tussen de officiële kerkelijke moraal en het “levensgevoel” van vele christenen, tussen de scherpte van het gebod en de vangarmen van de barmhartigheid.

Kard. Danneels heeft in zijn kerstbrochure van 2005 dat actuele probleem van de vreugde terecht centraal gesteld. En hij schetst zelfs een kleine pedagogie van de vreugde: een goede leidraad bij het begin van een nieuw jaar.

Je moet rust vinden in het “nu” en je niet uit je lood laten slaan door twee stoorzenders die elke teelgrond voor die rust en die vreugde vergiftigen.

Er is bij velen de bekoring zich al te veel zorgen te maken over wat komen kan. De toekomst willen kennen staat vaak haaks op vertrouwen en overgave. Jezus zegt het raak: “Maak je niet bezorgd voor de dag van morgen… Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen leed” (Mt. 6, 34). Toen ik aan een verstandig man van 90 jaar vroeg welke wijsheid hij in zijn lang leven had opgedaan, zei hij heel simpel: “Niet veel, want alles is zo anders geworden! Maar misschien toch dit: Ik zou me minder zorgen maken over problemen die kunnen rijzen en die, achteraf gezien, er meestal niet gekomen zijn.” Rustgevende levenswijsheid!

Maar ook wie vastzit in het verleden, vooral in pijn en schuld, kan evenmin vreugde smaken. De kardinaal schreef het raak in zijn kerstbrochure van 2005: “Voor er vreugde kan komen moet eerst het geheugen worden gezuiverd en de memorie genezen… De diepe genezing voor het geheugen is ongetwijfeld de vergiffenis. Daarom is na elke vergevingsdaad van Jezus in de evangelies ook zo grote vreugde te horen en wekt vergiffenis zoveel verbazing.”

Denk eraan, bij de overgang van oud naar nieuw, als, zoals gewoonlijk, je gedachten naar het verleden en de toekomst gaan.

Ik wens je van harte een gelukkig 2015: een nieuw jaar met heel veel vreugde.

Gabriël Buyse, pastoor-deken em. Tielt

“De kunst van een jaar ouder worden is zich te

verrijken door goede gewoonten, zich te onderwerpen

aan deugddoende automatismen, zijn grenzen te kennen

en zich ermee te verzoenen.” (François Mauriac)

Zoeken in Preken Online