Evangelieprikje (2008)

B-cyclus · Kersttijd · Heilige familie · wit

Als je dag in dag uit tussen het jonge volkje leeft, dan krijg je al heel vlug te horen dat er veel nieuwe gezinsvormen ontstaan zijn. Veel jongeren leven in een gezin dat gestart is als klassiek gezin maar dat door omstandigheden mislukt is. De officiële Kerk neemt een nogal ongenuanceerd standpunt in over mensen die in dit opzet mislukt zijn. Gelukkig is de pastorale praktijk in Vlaanderen vaak wat genuanceerder. Het feest van de heilige familie geeft ons de kans om na te denken over het gezin. Over het gezinsleven van Jezus is weinig bekend. Het evangelie beweegt zich vandaag tussen de twee grote polen in zijn leven: Jeruzalem en Galilea. Het gezin van Jezus was een doorsnee joods gezin uit Galilea, de naam zelf verwijst al naar heidenen, dat probeerde de religieuze voorschriften na te leven. Ondanks dat alles was de vrome jood die rond de tempel leefde er van overtuigd dat er niets goeds van Galilea kon komen. Ook in Jezus’ tijd bestond het dus al dat mensen ingedeeld werden in groepen, was er al een “wij” en een “zij”. We hebben er vandaag geen moeite mee te zeggen dat het onrechtvaardig is dat iemand als minder bestempeld wordt omwille van de streek waar hij vandaan komt. Het is toch niet omdat je soms in contact komt met heidenen en handel drijft met hen dat je daardoor als onrein kan bestempeld worden? Even verrassend als het feit dat Jezus in een stal bij herders, ver van paleizen met pracht en praal, wordt geboren is het feit dat Jezus, opgroeit in zo’n “heidense” streek. God doorbreekt het “kastjes-denken” en laat de Redder van het joodse volk niet opgroeien in het gezin van een farizeeër maar wel in een eenvoudig gezin in het heidense Galilea. Dit stukje evangelie - en zo zijn er nog enkele andere - zou de Kerk, dus ook u en mij, kunnen oproepen niet meer te oordelen op basis van uiterlijke dingen en van het strikt naleven van regels. Is dit een pleidooi om op te gaan in het maatschappelijk betoog dat alles maar moet kunnen? Integendeel, ik geloof sterk in de waarde van het gezin, ik ben in een warm gezin mogen opgroeien en ben daar nog altijd dankbaar om. Maar die dankbaarheid en die liefde voor het gezin mag mij niet verblinden. Ik moet oog hebben voor mensen die echt geprobeerd hebben zo te leven maar er door omstandigheden niet in geslaagd zijn het vol te houden. Soms vertellen leerlingen mij dat het thuis veel aangenamer geworden is na de scheiding van de ouders omdat er eindelijk geen gekibbel meer is, geen geruzie, in de ergste gevallen geen gevechten meer. Dan denk ik bij mezelf dat het toch niet waar kan zijn dat God wil dat een kind opgroeit in een gezin waar meer geruzied dan gepraat wordt of erger nog waar één van de partners slaag moet incasseren van de ander. En natuurlijk is het huwelijk voor mij iets heiligs, maar kan je in een relatie waar geweld domineert nog spreken van een huwelijk? Sacramenten zijn toch o.a. woorden en handelingen waarmee de Kerk Gods liefde voor de mens probeert uit te drukken? Zouden godsdienstige regels, ook i.v.m. het gezin, niet als eerste bedoeling het geluk van mensen moeten hebben? Ik geloof ook dat een vaste relatie, een huwelijk het ideale nest kan zijn om dat geluk uit te broeden, maar ik denk niet dat ik daarom het recht heb mensen die dit niet (meer) aankunnen, te veroordelen.

Jezus’ leven, ook al toen Hij nog een kleine jongen was, verliep tussen Jeruzalem en Galilea. Het onze ook. Christenen die samenkomen om te bidden, om te luisteren naar Gods Woord, om brood te breken, …zijn het nieuwe Jeruzalem, nog niet af en nog perfect, maar onderweg naar een beloftevolle stad waar God onder de mensen komt wonen. En daarnaast is er onze leefwereld: op ons werk, op school, in de maatschappij, in de media, … zijn er heel wat mensen die zich van dat geloof niets meer aantrekken. Zolang christenen blijven samenkomen en proberen Gods liefde gestalte te geven in woorden en daden, zal er toch nog iets goeds uit “Galilea” kunnen komen. Het is heel verleidelijk om op te gaan in een maatschappij die God niet meer nodig heeft, laten we bidden dat het nooit zo ver komt met ons. Maar blijven we ook waakzaam over onszelf als geloofsgemeenschap. Elke geloofsgemeenschap die zichzelf christelijk wil noemen moet open blijven voor anderen, ook voor andersgelovigen. Dat kan maar als wij ons niet opsluiten in ons eigen gelijk over bijzaken. Het komt er op aan jezelf te zijn als gemeenschap. Christenen komen samen omwille van Christus en niet omdat ze enkel goede mensen willen zijn. Christenen hebben een prachtige boodschap voor mensen: God houdt van iedereen en wil dat elk mens een menswaardig leven mag leiden. Het gezin kan daarbij een hulp zijn, een grote hulp zelfs. Maar als het gezin als samenlevingsvorm zo “heilig” wordt dat het overeind moet blijven, zelfs als sommige mensen daardoor onmenswaardig moeten leven, dan zijn we, vrees ik, verkeerd bezig. Hij die opgroeide in Nazreth koos ook altijd voor menswaardig leven en tegen alles wat mensonterend was.

Zoeken in Preken Online