Een geboortekaart houdt een wens in. Dat het kind mag groeien en zich ontplooien en mensen gelukkig mag maken.
De evangelist Lucas begint zijn evangelie met het kindsheidsevangelie, waarin hij de geboorte van Jezus vermeldt, de opdracht in de tempel en het bezoek van de twaalfjarige Jezus. Daarin laat hij reeds horen de grote betekenis van Jezus, die komt uit het geslacht van David en Licht zal zijn voor de volkeren.
Hij brengt de lezer heel vlug naar Jeruzalem, een stad die in zijn evangelie een grote rol heeft. Na zijn optreden in Galilea trekt Jezus heel bewust en vastberaden op naar Jeruzalem (Lc. 9,51, waar hij de kruisdood sterft en verrijst. Bij zijn Hemelvaart zendt Jezus zijn leerlingen terug naar Jerusalem waar zij op Pinksteren de Geest ontvangen. De Geest die in het kindsheidsevangelie al werkzaam is.
De liturgie leidt ons acht dagen na kerstmis naar Jeruzalem voor de opdracht van Jezus in de tempel. Wij gaan er samen naar toe met zijn ouders, Jozef en Maria en hun eerstgeborene. Jezus is geboren en opgegroeid in een Joodse familie. Hij was zijn ouders onderdanig. “En met de jaren nam Jezus toe in wijsheid en welgevalligheid bij God en de mensen” (Lc. 2, 52). Hij heeft zeker toegepast wat het boek Ecclesiasticus leert: “Wie de Heer vreest, eert zijn ouders en zal zijn meesters dienen die hem hadden voortgebracht” (Sir. 3,7).
Toekomst zien
Jozef en Maria zijn in de tempel verrast door de aanwezigheid van Simeon en Hanna, twee vrome en bejaarde mensen. Zij verpersoonlijken de verwachting die in het Joodse volk leefde. Het Oude Testament begroet door hen het Nieuwe Testament.
Het is een van de ontroerende en vreugdevolle momenten, waarbij grootouders hun kleinzoon of kleindochter zien, een schoon moment wanneer ouderen door de komst van een nieuwe generatie met vertrouwen van de wereld afscheid nemen.
De woorden van Simeon over Jezus klinken uitdagend: “Dit kind is bestemd tot val of opstanding, tot een teken dat weersproken wordt” (Lc. 2;34). Gaan wij hem aanvaarden of afstoten?
Een moederhart
En wat met haar kind zal gebeuren, raakt het hart van een moeder. Wij kunnen hier denken aan blije momenten in het leven van Maria, zoals haar tussenkomst bij een bruiloft in Kana en de zes volle kruiken wijn (Joh..2,1-12). Maar daar zijn ook de bezorgde momenten wanneer zij en Jozef drie dagen moeten zoeken naar de twaalfjarige Jezus. Of die keer dat de verwanten van Jezus bij het begin van zijn prediking naar hem optrokken om hem mee te nemen naar huis, “want men zei dat hij niet meer bij zijn verstand was” (Mc. 3,20-21). Wanneer zij zelf samen met zijn broers hem opzocht en hem niet konden bereiken, liet Jezus hun zeggen: “Mijn moeder, en mijn broers zijn zij, die het woord van God horen en ernaar handelen” (Lc. 8,23).
Wanneer Jezus predikte in Nazareth was Jozef, de timmerman wellicht al gestorven en was Maria weduwe. De dood in een gezin veroorzaakt veel pijn. Er wordt gezegd dat een moeder nog meer lijdt onder het verlies van een kind dan dit van haar man. Voor Maria is Goede vrijdag de dag van haar grootste pijn en gaat de voorspelling van Simeon in vervulling en is haar eigen ziel doorboord door een zwaard (Lc. 2,35).
Zij, die tijdens de kerstnacht moeder werd en haar pasgeborene in doeken had gewikkeld en hem in een voederbak legde, ontvangt op Goede Vrijdag nadat Jezus van het kruis is afgenomen, zijn dode lichaam in haar schoot. Het mooie beeld van Maria lactans, Maria die haar kind aan haar borst neemt en het voedt, wordt die dag opgevolgd door het beeld van de piëta, de mater dolorosa. (Het museum van Leuven bezit een heel mooi beeld uit de dertiende eeuw van Maria, die haar kind de borst geeft).
Maar de droefheid keert om in vreugde, wanneer Maria, de moeder van Jezus, in het cenakel samen met de vrienden van Jezus wacht op de komst van de Geest (Hand. 1,14).
Gezinnen, wel en wee
Deze bescheiden en karige zinnen over de ouders van Jezus richten ons op de vreugde en de pijn van mensen, die voor elkaar gekozen hebben en een gezin vormen. Deze eerste zondag na Kerstmis vieren we het feest van de Heilige Familie en denken we aan het gezin. Het gezin begint met de keuze van twee mensen voor elkaar. Er klinken zovele liederen over liefde met daarin de belofte elkaar eeuwig trouw te blijven. Blind getrouwd, maar voor hoe lang?
In het huis van Alijn (Gent) loopt een tentoonstelling gewijd aan de jaren negentig met daarin veel gewijzigde omgangsvormen. Daarnaast was er de permanente tentoonstelling met beelden van belangrijke levensmomenten. Bij een paneel over het huwen hing daar deze tekst:
“Huwen was lang een sluitende voorwaarde voor het krijgen van kinderen.
In de kerk wisselden ze ringen uit, een innige kus, de belofte van eeuwige trouw. In goede en kwade dagen.
Tegenwoordig is huwen een optie, geen plicht Sinds 2003 mogen ook partners van hetzelfde geslacht in naam van de wet trouwen.
Samenlevingscontracten zijn populair. Scheidingen al lang geen uitzondering meer.”
Op de website Katholiek Nl staat een zogenaamde ‘brief aan Jozef’, gepubliceerd op 24 dec. 2021 en geschreven door Marieke Drent om kracht te geven aan de bonus-ouders en aan hun partners.
“Tegenwoordig zien wij veel samengestelde gezinnen. Ouders die gescheiden zijn of nooit getrouwd geweest maar wel kinderen hebben en (her)trouwen. Een weduwe of weduwnaar die een nieuwe partner krijgt. Deze nieuwe partner kan een bonus-vader of -moeder zijn voor de kinderen uit het gezin. Deze nieuw gevonden ‘bonus-ouder’ gaat hand in hand met Jozef op pad.”
Met enig optimisme zingt de groep Het zesde metaal:
Er wordt frequenter gefeest
Dan dat er wordt gerouwd
Der wordt nog altijd minder gescheiden
Dan dat er wordt getrouwd
’t Es nog al nie no de wuppe
Doe mo voert
Anderen halen een gezegde aan van Woody Allen: „Die Ehe ist der Versuch, die Probleme zu zweit zu lösen, die man alleine nicht hat.“
Maar daarmee gaat de wereld niet vooruit.
“En God schiep de mens als zijn beeld; als het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen. God zegende hen, en God sprak tot hen: `Wees vruchtbaar en word talrijk” (Gen. 1, 27-28). Eén vlees, één lichaam, één ziel!
Dat er zich heel wat problemen stellen, daarvan spreken berichten over partnergeweld binnen het gezin, zowel in vroegere tijdens als nu.
Het samenleven met een partner is een permanente opgave, elkaar aanvaarden in de verscheidenheid, samen zorg dragen voor de kinderen. “Elkander vergeven als de een tegen de ander een grief heeft” (Kol 3,13). Een koude oorlog vermijden.
Paulus geeft een aantal raadgevingen hoe wij ons tegenover elkaar moeten gedragen. We mogen Paulus niet vastpinnen op de ene zin over de onderdanigheid (Kol. 3,18). Door Christus valt het ongelijk weg tussen man en vrouw, tussen slaaf en meester, tussen jood en heiden “Want gij allen die in Christus zijt gedoopt, zijt met Christus bekleed” (Gal, 3, 27-28)
Wij blijven trouw aan de band tussen man en vrouw, maar eerbiedigen ook andere vormen. Een inzicht dat moeizaam groeit en in het synodaal proces opgenomen is. Christus heeft elke mens lief. Daarvan moet de kerk getuigen en kan zij ook bidden voor vaste relaties en deze zegenen voor. De interdiocesane dienst voor Gezinspastoraal (IDGP) biedt ondersteuning aan. Het aanspreekpunt ‘Homoseksualiteit en geloof’, opgericht door de Vlaamse bisschoppen op 20 september 2022, is geïntegreerd binnen deze Interdiocesane Dienst voor Gezinspastoraal.