Openbaring van de Heer – jaar B

B-cyclus · Kersttijd · Epifanie · wit

Openbaring van de Heer- B 7 januari 2024

Evangelie: Matteüs 2, 1-12

Wat zegt Mgr. Romero ons op deze zondag?

Mgr. Romero geeft aan de preek van deze zondag de titel: “Christus, Openbaring van de reddende liefde van God”. Hij ontwikkelt dit thema in drie stappen: 1. De Openbaring spreekt ons over een transcendente redding. 2. De Openbaring biedt een universele redding aan. 3. In het geloof worden we deelgenoten van de redding en de liefde van God.

Het citaat dat ons vandaag leidt en dat we van commentaar voorzien komt uit het tweede deel, over de universaliteit van het heil dat ons van Godswege ten deel valt.

“De pastorale en evangelische lijn van het Tweede Vaticaans Concilie, die tien jaar geleden ook de lijn werd van de pastorale zorg in Latijns-Amerika, in Medellín (…) is een lijn die verkondigt dat de bevrijding die Christus heeft gebracht de hele mens betreft. Het is de hele mens die gered moet worden: ziel èn lichaam, individu èn samenleving. Het is het Koninkrijk van God dat op deze aarde gevestigd moet worden. Want het is het Koninkrijk van God dat zich belemmerd voelt, aan handen en voeten gebonden door zoveel misbruik vanwege de afgoderij van geld en macht; en het is daarom dat het nodig is om deze valse afgoden omver te werpen. (…) Vandaag heten die afgoden ‘geld’; ze heten ‘politieke belangen’; ze heten ‘nationale veiligheid’. Het gaat daarbij stuk voor stuk om afgodendiensten die proberen het altaar van God uit de weg te ruimen. En de Kerk verkondigt dat de mens alleen gelukkig kan zijn als hij, net zoals de magiërs, de ene ware God aanbidt; als hij, zich bevrijdend van al zijn valse ideologieën (…), met het zuivere geloof van het christendom deze Christus komt aanbidden – onze Redder die we met een steeds grotere integriteit onze aanbidding moeten schenken.”

Om concreet te maken hoe mensen vandaag nood hebben aan de Openbaring van Gods universele liefde, citeert Mgr. Romero wat Paulus VI zegt in Evangelii Nuntiandi (30): “Bekend is hoe tijdens de recente Synode talrijke Bisschoppen uit alle werelddelen erover hebben gesproken, vooral de Bisschoppen van de Derde Wereld, met een pastorale toon waarin de stem doorklonk van de miljoenen zonen en dochters van de Kerk waaruit die volkeren bestaan. Volkeren die - wij weten het - met al hun energie verwikkeld zijn in de inspanning en de strijd om al datgene te boven te komen dat hen nu veroordeelt tot de marge van het leven: meervoudige hongersnood, chronische ziekten, analfabetisme, uiterste armoede, onrechtvaardigheid in de internationale betrekkingen en speciaal in de handelsbetrekkingen, situaties van economisch en cultureel neokolonialisme, soms net zo wreed als het oude politieke kolonialisme. De Kerk heeft, zo hebben de Bisschoppen bij herhaling gezegd, de plicht de bevrijding te verkondigen van miljoenen mensen, waarvan er veel haar eigen zonen en dochters zijn; de plicht om te helpen bij de geboorte van deze bevrijding, voor haar te getuigen en ervoor te zorgen dat ze totaal zal zijn. Dat alles is niet vreemd aan de evangelisatie.”

Het Matteüs-evangelie biedt ons het verhaal aan van de ‘drie koningen’, als een uitdrukking van de universaliteit van de boodschap van de menswording van God. Geboren in de Joodse religieuze traditie en cultuur, is Jezus een nieuwe weg geworden voor de bevrijding en verlossing van alle mensen, ook de niet-joden, en voor de hele mens. Daarmee wordt het meteen ook duidelijk dat het aanbidden van deze enige ware God alleen maar kan beleefd worden in het dienstwerk aan de integrale bevrijding van mensen en volkeren. De koningen, de wijzen of magiërs van het verhaal roepen op om te breken met de valse en bedrieglijke goden, de idolen, en de God van Leven te herkennen in dat Kind, in die Jezus, en in Zijn Weg naar Gods Rijk. Ze gingen immers – zo staat er op het einde van het verhaal genoteerd - langs een andere weg terug naar hun volk. Daar lag voor hen een nieuwe opdracht te wachten.

Een van de dikwijls terugkerende zorgen van Mgr. Romero in zijn evangelisatieopdracht, iets wat hij met name in zijn preken als Aartsbisschop telkens weer aanhaalt, is **de impact van het aanbidden van de idolen, de idolatrie. “**Vandaag heten ze ‘geld’; ze heten ‘politieke belangen’; ze heten ‘nationale veiligheid’…” Kort samengevat: het zijn de afgoden van Rijkdom en Macht. Daar waar zij aanbeden en gediend worden, daar wordt de God van Leven van het altaar geduwd, uit het zicht gehaald, resoluut de mond gesnoerd en brutaal tot zwijgen gebracht. Eenmaal dat is gebeurd, wordt het blijkbaar minder lastig om de meerderheid van de bevolking in eigen land en ook andere volkeren van elders op te offeren op de altaren van die idolen. Mgr. Romero vult dat in met de woorden uit Evangelii Nuntiandi (30): “… meervoudige hongersnood, chronische ziekten, analfabetisme, uiterste armoede, onrechtvaardigheid in de internationale betrekkingen en speciaal in de handelsbetrekkingen, situaties van economisch en cultureel neokolonialisme, soms net zo wreed als het oude politieke kolonialisme.” Bij die opsomming kan nog heel veel extra aangevuld worden, zoals bijvoorbeeld vanuit de actualiteit van vandaag, met zijn wrede oorlogen met zoveel doden, gewonden, de rouw en de vernieling, en zoveel opgejaagde mensen die moeten vluchten,…

Het feest van de Openbaring is natuurlijk ook een zendingsfeest, met daarin de zo belangrijke evangelisatie-opdracht naar alle volkeren en naar elke (nieuwe) generatie toe. Ook hier herneemt Mgr. Romero een citaat uit Evangelii Nuntiandi (30), waarin Paulus VI het heeft over datgene wat evangelisatie insluit: “… de plicht om te helpen bij de geboorte van deze bevrijding, voor haar te getuigen en ervoor te zorgen dat ze totaal zal zijn. Dat alles is niet vreemd aan de evangelisatie.” Die evangelisatie-opdracht heeft uiteraard ook nog andere dimensies, maar deze bevrijdingsopdracht is zeker fundamenteel, en juist deze opdracht wordt zo dikwijls vergeten en verwaarloosd. We mogen niet vergeten dat “… de bevrijding die Christus heeft gebracht de hele mens betreft. Het is de hele mens die gered moet worden: ziel èn lichaam, individu èn samenleving.” Een aspect dat in dat alles nogal over het hoofd gezien wordt heeft te maken met het fundamentele respect voor het anders zijn van mensen en culturen. We worden er ons steeds meer van bewust dat evangelisatie op de eerste plaats te maken heeft met het samen op weg gaan naar het Koninkrijk van God: een andere wereld die mogelijk is! Evangelisatie moet er toe bijdragen dat mensen niet uitgesloten worden, dat culturen niet vernield worden, dat mensen niet opgejaagd worden, dat mensen opgenomen worden in gemeenschappen, dat mensen vreugde en verdriet kunnen delen,…

Het gaat daarbij niet om het opleggen aan anderen van bepaalde religieuze doctrines of bepaalde vormen van religieuze cultus, maar om het heil, het helen van mensen, en wel van de hele mens, in al zijn/haar dimensies. Meer dan woorden heeft de evangelisatie nood aan getuigenissen, aan andere manieren van leven die modellen aanbieden van een nieuwe mens en van een nieuwe mensheid. Alleen in de mate we het Evangelie beleven in de praktijk, en dan pas, zullen onze woorden over het mysterie van Gods menswording, Zijn aanbod van helende en bevrijdende liefde, voor buitenstaanders verstaanbaar kunnen zijn. Misschien gaan dan wel hun ogen open. De menselijke beperkingen, het falen, de nalatigheid en het misbruik in de Kerk… - dat alles zet een zware domper op ons getuigenis. Vanuit ons geloof kunnen we actieve medewerkers worden aan en deelgenoten van dat grote, universele en integrale aanbod van het heil en de liefde van God aan ons, mensen.

Suggestie van vragen voor bezinning en actie, persoonlijk en in onze gemeenschappen:

Waar zien we vandaag rondom ons, ook dichtbij, dat de ‘idolen’ zich opdringen, dat ze mensen verleiden en knechten? Welke zijn de namen van die ‘idolen’ op vandaag? Zijn we er zelf ook slachtoffer van? Hoe kunnen we ons er van bevrijden?

Hoe gebeurt de evangelisatie vandaag in de gemeenschap waarmee we verbonden zijn? In welke mate en op welke manier wordt daar belang gehecht aan de bevrijding van mensen?

Op welke manier zijn wij vandaag actieve medewerkers aan het aanbod van heil, heling en liefde dat God ons, mensen, doet? Waar en op welke manier kunnen we nog verder groeien in actief geloven?

Ludo Van de Velde

Ludo Van de Velde (1949), afkomstig uit Oelegem, leefde en werkte sinds 1977 in Centraal- Amerika. Hij was gedurende 9 jaren fidei donumpriester in Guatemala, El Salvador en Nicaragua. Hij is gehuwd en vader van twee dochters. Wonend in El Salvador was hij gedurende 25 jaren eerst ngo-coöperant en nadien regiocoördinator van Volens. Dank zij de diepe inspiratie van Mgr. Romero en de roep van arme mensen in kerkelijke basisgemeenschappen aan de rand van San Salvador, kon hij, samen met zijn vrouw Tere, de laatste 10 jaren met hen weer verder optrekken. Zo werd hij opnieuw wie hij altijd geweest was: priester in dienst van de armen en in dienst van het Evangelie. Sinds eind februari 2021 wonen ze in Brugge, dicht bij hun (klein-) kinderen, op zoek naar nieuwe uitdagingen.


Wekelijkse reflectie onder het licht van Romero - nr. 139. Openbaring van de Heer-B – 7 januari 2024.

Wees niet bang om in conflict te geraken met je geloof.

"… Het betekent dat geloof niet alleen is: het met gedachten aanvaarden van waarheden, maar ook een overgave van gevoelens en een vorm van gehoorzaamheid. En wanneer God spreekt, wordt dit de gehoorzaamheid van het geloof genoemd, zoals toen Hij tegen Abraham zei: ‘Ga weg van je familie en ga naar het land dat Ik je zal wijzen’… De daad van het geloof bestond er voor Abraham in om zijn familie te verlaten en haast blindelings op weg te gaan naar waar God hem wees. Dit betekent: mezelf in de leegte gooien, maar weten dat er de handen van God zijn om me te behoeden en op te vangen; dit is: in het gevaar stappen, maar weten dat er een machtige hand is om mij te verdedigen… Dit is geloof. Geloof bestaat dus niet alleen in het geloven met het hoofd, maar in het zich overgeven met het hart en met het hele leven.

Toen, tweeduizend jaar geleden, was het ook zo. Wat deden de magiërs toen ze Gods uitnodiging zagen in de taal en in het teken van de ster? Ze volgden de oproep, ze gehoorzaamden. Het is prachtig om te zien hoe de Wijzen voor het Kind Jezus knielen en Hem goud, wierook en mirre aanbieden. Het is de mooiste uitdrukking van geloof die je van de kant van een mens kan verwachten! Daarom is het zo anders, omdat we hier voor een mysterie staan en omdat geloven niet hetzelfde is als zeggen: ‘twee plus twee is vier’. Dat laatste klopt natuurlijk, het kan niet anders! Dit is immers een bewijs uit de wiskunde. Dat hoef je niet te geloven. Maar geloven is: wanneer ze tegen de magiërs zeggen: ‘Dat arme kind in Bethlehem is de Zoon van God’. Dit is een mysterie, dit is niet zo vanzelfsprekend! Dit brengt onvermijdelijk mee dat er mensen zijn die daaraan kunnen twijfelen, en dit zijn dan de conflicten van het geloof. Wees niet bang, lieve broeders en zusters, om conflicten in je geloof te voelen. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de Kerk met haar vlekken en zonden, hoe kan dit dan de bruid van Christus zijn? Dat is de twijfel die opduikt, het is het moment van de geloofstest. Maar het is ook dan dat de gelovige zich gewonnen geeft: ‘Omdat God het gezegd heeft, geloof ik het…’”

Vertrekkend bij het verhaal van de Drie Wijzen, verduidelijkt Monseigneur Romero hier twee zeer belangrijke aspecten van het christelijk geloof. Eerst en vooral: hij vergelijkt datgene wat de Wijzen overkomt met wat verteld wordt over Abraham: hij ontdekte dat God hem riep om zijn stam en zijn land te verlaten, om zich aan iets onbekends te riskeren ‘… in een land dat God hem zou laten zien’, een land en een volk naar Gods eigen hart. De Wijzen in het verhaal deden iets dergelijks: ze riskeerden het om hun land te verlaten en een pad te volgen dat door een ster werd aangegeven, totdat ze een nieuwe aanwezigheid van God zouden vinden. Het was een riskante onderneming voorwaar, want ze vonden alleen maar een pasgeboren kind, uit een arm gezin, en volgens de traditie lag het in een kribbe in een stal, omringd met dieren van het platteland.

Voor ons vandaag is het niet genoeg om ons deze Bijbelse verhalen te herinneren (soms kennen we ze nog vanuit onze kindertijd), maar het gaat er om in die verhalen te ontdekken hoe God vandaag tot ons spreekt en waar Hij ons een ster stuurt om ons te leiden. Sommigen zullen zeggen dat het hier om sprookjes gaat, misschien kinderachtig en naïef, of dat het verhaaltjes van vroeger zijn die gewoon nergens op slaan. Anderen begrijpen ze als spiegels om er hun eigen leven in de realiteit van vandaag in te zien. Natuurlijk is geloven in God geen kwestie van ‘twee plus twee is vier’ - zoals aartsbisschop Romero terecht zegt. Het gaat hier niet om een wetenschappelijke, theoretische rekensom, maar om iets wat je met een blik van vertrouwen moet bekijken, zoals die alleen mogelijk is in relaties van vriendschap en liefde. Geloven in God en in het mysterie van Zijn aanwezigheid in de geschiedenis is een pad in het onbekende om te bewandelen, een sprong die je moet maken, een risico om te nemen. Maar wie zal het doen?

Wanneer we mensen ontmoeten wiens leven dienstbaar is aan anderen; mensen die hun geluk vinden in het gelukkig maken van anderen; mensen die leven om anderen leven te geven; mensen die geloven in een andere mogelijke wereld; mensen die zichzelf niet in het middelpunt van de wereld plaatsen; mensen die ervoor kiezen anderen te begeleiden in armoede, in ziekte, in de gevangenis; mensen die zich niet laten kneden en knechten door de dominante cultuur van consumentisme of mode; mensen die hun goederen delen met degenen die ze het hardst nodig hebben;… En als we hen dan vragen waarom ze deze dingen doen die zo zeldzaam zijn in onze samenleving, en wanneer zij ons dan spreken over wie Jezus voor hen is en hoe ze Hem vinden in het leven van anderen, dan zullen we zien dat Abraham, de Wijzen en zoveel heiligen inderdaad diezelfde weg gegaan zijn. Zij kunnen ons uitnodigen om ook in ons geweten te luisteren naar datzelfde mysterie van de aanwezigheid van God die ons roept. Het zal altijd een risico zijn om op deze manier op stap te gaan in het leven. Het is alleen mogelijk als we erop vertrouwen dat God trouw zal zijn en ons zal begeleiden naar onze bestemming. Mgr. Romero herinnert er ons aan dat deze roeping ook trouw van òns vraagt - datgene wat we noemen: ‘geloofsgehoorzaamheid’. Je in de leegte werpen, maar weten dat er Gods handen zijn om je te behoeden en op te vangen; in het gevaar stappen, maar weten dat er een machtige hand is die je verdedigt: dàt is geloof.

In de verhalen over de reis van Abraham en Sara vinden we sporen van veel obstakels en veel twijfels die hen zijn overkomen, zoals die keer toen Sara lachte met de belofte dat zij een zoon zou krijgen… En we zien ook veel pogingen om eigen oplossingen te vinden voor alle problemen die opduiken onderweg (zoals toen Abraham een zoon verwekte bij Hagar, zijn slavin). De tocht van Abraham en Sara blijkt eerder een bestendige strijd te zijn geweest, een avontuur van vallen en opstaan. En over de twijfels van de magiërs wordt niet veel gezegd, maar het feit dat ze een grote fout maken op het moment dat ze een weg inslaan naar het paleis van koning Herodes – het laat zien dat ze niet echt wisten waar ze heen moesten gaan. Zou deze God écht in het paleis van de koning van het land geboren worden, omdat dit nu eenmaal de normale gang van zaken was? Zoveel is zeker: er is geen geloof zonder rusteloosheid, zonder twijfel, zonder pogingen en probeersels (die dan achteraf niet de juiste blijken te zijn), zonder zoektocht, zonder gissen en vergissen.

Aartsbisschop Romero benoemt dan heel duidelijk één aspect van deze twijfels en geloofsconflicten. “… Als je bijvoorbeeld kijkt naar de Kerk met haar vlekken en zonden, hoe kan dit dan de bruid van Christus zijn? Dat is de twijfel die opduikt, het is het moment van de geloofstest.” Ook wanneer we de reis van het geloof hebben gewaagd, wanneer we actieve leden van de geloofsgemeenschap zijn geweest, wanneer we ons als kerkmensen hebben geëngageerd, kunnen we ons ineens bewust worden van de ernstige “vlekken en zonden” die er zijn. Dit klinkt nog steeds erg algemeen. Maar wanneer we ons plotseling realiseren dat iemand met verantwoordelijkheid, als pastoraal animator bijvoorbeeld, geld heeft gestolen van de gemeenschap. Wanneer we merken dat kerkelijke autoriteiten heel goed kunnen opschieten met machthebbers en rijke families en een luxeleven leiden, terwijl ze ver weg blijven van de problemen van de mensen… En de laatste jaren zien we ook veel misbruik door kerkmensen, vooral seksueel misbruik van kinderen en jongeren. En we beseffen ook dat de kerkelijke hiërarchie onvoldoende heeft geluisterd naar de slachtoffers, niet heeft geprobeerd de wonden te helpen helen en niet de nodige effectieve aandacht heeft geschonken aan de daders zelf. Terwijl ze het ‘imago’ van de Kerk wilden redden, hebben ze er in werkelijkheid veel schade aan toegebracht. **Het besef van deze en andere “**vlekken en zonden” brengt ons in twijfel en conflict: zijn we wel op de goede weg? Hoe kan dit gebeuren? Kan ik me blijven identificeren met deze Kerk? Hoe het ook zij, elke gelovige wordt met dit soort vragen geconfronteerd. Kan ik me zo staande houden? Of moet ik inderhaast op zoek gaan naar een andere manier van Kerk-zijn, wetende dat daar ook ‘zwakke’ mensen zullen zijn?

“Maar het is dan dat de gelovige zich gewonnen geeft: ‘Omdat God het gezegd heeft, geloof ik het…’”. Aartsbisschop Romero is zich bewust van de diepte van de geloofsconflicten die zich bij de mensen voordoen. Hij verbergt ze niet, maar nodigt ons uit om ons de eerste roep van God te herinneren, de zending die we hebben ontvangen, het risico dat we hebben genomen en de weg die we al hebben afgelegd. Hij nodigt ons uit om onze toewijding aan de weg van het Evangelie te versterken. Jezus heeft ons die weg geleerd. God is trouw aan Zijn belofte van het Koninkrijk, ondanks de ontrouw en de ernstige fouten die mensen in de Kerk zelf hebben begaan en de schade die ze hebben berokkend. Met hen die deze conflicten proberen te overwinnen kunnen we verder op weg gaan; we kunnen mekaar opzoeken, samen zoeken naar manieren om wonden te helpen helen, zoeken naar manieren om elkaar te bevestigen in onze roeping, en ontdekken hoe we elkaar kunnen steunen in solidariteit en elkaar kunnen versterken.

God is trouw, zelfs door het kruis heen. We hoeven niet bang te zijn.

Tere en Luis Van de Velde

Wie Spaans begrijpt kan ook nog deze reflecties beluisteren bij dezelfde preek van Mgr. Romero:

175 La Fe:

https://www.facebook.com/watch?v=274334901515267

174 Iglesias y organizaciones:

https://www.facebook.com/watch?v=383443947081271

Overdenking voor zondag 7 januari 2024. Voor deze overdenking hebben wij een citaat genomen uit de homilie van Monseigneur Romero tijdens de eucharistieviering op het Feest van de Openbaring van de Heer-B, 7 januari 1979. Homilías, Monseñor Oscar A Romero, Tomo IV, Ciclo B, UCA editores, San Salvador, p. 158-159.

Zoeken in Preken Online