Homilie op het Feest van de Openbaring van de Heer (4 januari 2015): Versta de kunst “neen” te zeggen (Niet alles willen, tegelijk en meteen) (Mt. 2, 1-12)
Tielt, 4 januari 2015
Het evangelieverhaal van het Feest van de Openbaring van de Heer, bij ons beter bekend als dat van Driekoningen, dat we vandaag vieren, is boeiend.
Niet zozeer omwille van een figuur als koning Herodes, de man van de koele berekening, die enkel verontrust wordt als zijn positie in gevaar komt, zoals vele mensen ook nu nog. Ook niet omwille van de hogepriesters en schriftgeleerden, de superieure geleerden die zich geïnstalleerd hebben in de zetel van de betweterij. Ook dat soort mensen moet je nu niet ver zoeken.
Maar vooral die wijzen boeien me. Ze zijn nochtans ook geletterd, maar tevens eenvoudig genoeg om zich vragen te stellen en samen, geleid door het licht van de Ster, op zoek te gaan naar een antwoord op hun vragen.
Dat moeten ook wij bij het begin van een nieuw jaar en zelfs bestendig doen: ons de vraag stellen of we nog verstand hebben van leven in onze welvaartsmaatschappij, waarover Lode Claes die vernietigende bepaling schreef: “De consumptiemaatschappij is er een waar mensen zich dingen aanschaffen die ze niet nodig hebben met geld dat ze niet bezitten om indruk te maken op mensen die ze niet kennen.” Triestig!
Geen wonder dat er zoveel stress en depressie is.
“Stress, moet dat?” was de titel van een kerstbrochure van Kard. Danneels in 2006. Hij schreef: “Gejaagdheid, oververmoeidheid, lusteloosheid en burn-out, je hoort en leest er elke dag over. Magazines en kranten brengen er keer op keer ellenlange verhalen over met massa’s suggesties om stress te voorkomen of te verhelpen… En, als goede raad niet baat, omgeef u dan met bekwame coaches die u begeleiden… Coaches zijn bijna onmisbare en relatief betaalbare bodyguards geworden.”
Toevallig las ik enkele jaren geleden in een krant dat in de Verenigde Staten “De 10 geboden van de priester” verschenen zijn. Het lijkt een goede remedie te zijn voor mensen met stress. Twee ervan heb ik goed onthouden: “Koester niet de illusie dat je de man kunt zijn voor iedereen” en vooral “Versta de kunst ’neen’ te zeggen.”
“Neen” kunnen zeggen, een wijze raad!
“Neen” als de werkdruk te groot wordt. Ik weet wel, er moet steeds meer gedaan met minder volk in minder tijd. Er is de werkonzekerheid. Fouten mag je niet maken. Er is de overvolle agenda en je kunt de stroom van e-mails en S.M.S-jes nauwelijks nog meester. Alles is urgent en er bestaan alleen nog spoedgevallen.
Je kunt dan vluchten in een werkalcoholisme, waarin het “veel” bestreden wordt met “nog meer”. Dikwijls dramatisch: vele mensen verliezen hun gezondheid om geld te verdienen en verliezen op korte tijd weer hun geld om hun gezondheid te herstellen. Sommigen verkiezen een andere vluchtroute: de frequente vakantie. “Bronzer idiot” schreef een Franse auteur: bruinen en bakken in de zon totdat je er idioot van wordt. Werken om vakantie te kunnen nemen en vakantie nemen om weer te kunnen werken.
Dat alles om je huis af te betalen dat 50.000 euro te veel heeft gekost omdat je zus of collega ook in zo een huis woont: de miserie van de kredietcrisis vind je niet alleen in de Ver. Staten of in Spanje. Of om een dure reis te financieren of om mee te doen met een relatiekring boven je financiële mogelijkheden. Erg stresserend! En hoeft dat wel?
“Neen” kunnen zeggen aan de stress die ook het gezinsleven bedreigt en die je als het ware ruikt in het behangpapier. Kinderen moeten aan alles en nog wat meedoen: sport, tekenen, muziek, computer… Geen tijd meer om gezellig te ravotten, te shotten of te spelen met de pop. En de ouders gaan om beurt ’s avonds of op zondag voormiddag naar een fitnesscentrum: kwestie van fit te blijven en er nooit oud uit te zien. Daarbij overvragen ouders veelal hun kinderen. Ze moeten heel intelligent zijn: uitslagen in de tweede helft van de klas moeten afgeschaft worden; ze moeten sterke sportprestaties leveren en een muzikaal genie zijn… Dat alles is een bron van heel veel stress in het gezin.
Er kan maar genezing komen als je je gelukkig voelt met een gewone man of vrouw, met een doodgewoon kind. Als je “neen” durft zeggen aan de vedettecultus.
Misschien lijden mensen onder zoveel stress omdat ze de illusie koesteren dat ze alles zelf moeten doen en zelf aan kunnen en dat God overbodig is: gebrek aan zingeving en veel spirituele leegte. Een stuk hoogmoed: de eerste zonde in de Bijbel; de hybris, het tarten van de goden, de rode draad doorheen alle grote Griekse tragedies die de held van het stuk altijd naar zijn verderf voert. Het geloof in de Goddelijke Voorzienigheid dreigt in de vergetelheid te geraken. Van de oude geuzenspreuk “Help jezelf, zo helpt je God” lijkt enkel het eerste zinsdeel overgebleven. Dat gelovig vertrouwen was nochtans zo rustgevend.
Stessbestrijding blijft vooral: jezelf aanvaarden zoals je bent, het besef dat je niet alles aan kan; niet alles willen en dan nog tegelijk en meteen.
Het is de kunst van “neen” te zeggen aan wat tot zoveel stress leidt.
Die kunst wens ik je van harte in 2015!
Gabriël Buyse, pastoor-deken em. Tielt