Ooit zijn we allemaal gedoopt. De meeste als baby, in de eerste weken of maanden van ons leven. Sommigen vlak voor hun eerste heilige communie, of als volwassene. Een aantal van ons heeft zelf kinderen gekregen en hen laten dopen. Ik heb zelf ook een tijdlang doopverlof gehad van de bisschop, en zo kwam ik in contact met doopouders. De doop is eigenlijk het belangrijkste sacrament; het geeft toegang tot de andere sacramenten. Hoe ouder je wordt, hoe meer kanten je ervan kunt ontdekken. De doop kan steeds meer betekenis krijgen voor onszelf. Daarom wil ik er eens wat bij stilstaan, nu het in het evangelie ook gaat over een doop, de doop van Jezus zelf.
Bij doopouders tref ik vaak een basismotivatie aan, die heel goed als vertrekpunt kan dienen. De ouders zijn dankbaar voor hun kind. Als het gezond is, maar ook als ze al heel wat afgedokterd hebben met een kind. Een nieuwe geboorte brengt mensen in contact met menselijk leven in al zijn puurheid. Zo prachtig, zo kwetsbaar, zo ontroerend. Onze oudste zoon is genoemd naar de nationale dichter van Nicaragua, Ruben Darío. Op het geboortekaartje stond een gedicht van hem, dat diezelfde ontroering verwoordde: “Y sentimos la vida pura, clara, real, quando se envuelve la dulzura primaveral”. Dat betekent: “En wij ervaren het leven, zo zuiver, zo helder en werkelijk, wanneer de zachtheid van de lente zich ontwikkelt”. Een pasgeboren kind is als het dóórbreken van een nieuwe lente.
In de doopcatechese borduurt de parochie hierop voort. De verwondering en de dankbaarheid zijn de basis. De ouders danken de Schepper, danken God voor dit kind dat zij ontvangen hebben uit Zijn hand, en zij nemen voor Gods aanschijn de verantwoordelijkheid op zich om dit kind alles te geven wat het nodig heeft. Dankbaarheid en verantwoordelijkheid, dat is denk ik ook de kern van de geloofsbeleving van veel katholieken. Dat zijn belangrijke waarden. Maar er is meer te ontdekken. Ik wil er één aspect uitlichten dat me bijzonder aanspreekt: de doop als inwijdingsritueel, een ritueel waardoor je innerlijk opengaat voor een andere werkelijkheid.
Inwijding; het is een woord dat je niet zoveel hoort. Mijn vrouw doet een opleiding tot voetreflextherapeut, en laatst zei iemand die op de massagetafel lag: ik kan merken dat je ingewijd bent in reiki, want er komt een bijzondere kracht door je handen. Reiki is een Japanse methode om door handoplegging universele levensenergie door te geven, zodat het leven in iemand beter gaat stromen. Je kunt ingewijd worden in die kunst, in die geneeswijze. Iedereen kan dat. De inwijding heeft effect, maakt iemand tot een opener kanaal voor het doorgeven van de levensenergie. Als Jezus wordt gedoopt in de rivier de Jordaan, vindt er ook een inwijding plaats. Jezus werd gedoopt zoals alle christenen in de eerste eeuwen werden gedoopt. En dat waren alleen volwassenen. De kinderdoop is pas van later. In de eerste eeuwen werden volwassenen in hun ondergoed ondergedompeld in een doopbassin. De oudste kerken hebben nog zo’n doopbassin. Aan de ene kant daal je af via een trap. Aan de andere kant kun je weer naar boven lopen. De onderdompeling in het water werd verbonden met de kruisdood van Christus. En het weer oprijzen uit het water werd verbonden met de opstanding. Met Christus sterven, het oude leven afleggen, en dan met Hem verrijzen, tot nieuw leven komen. Er zit een keuzemoment in, iets van je eigen wil; je kiest voor het loslaten van oude patronen en je wilt je leven gaan richten naar Gods wil. Maar de doop is ook een inwijding, omdat er iets met je gebeurt dat dieper gaat dan je wil, dan je bewustzijn. Er wordt als het ware innerlijke een venster geopend. Er is van inwijding sprake als er door een ritueel innerlijk een nieuwe openheid gaat ontstaan. Bij Jezus vinden we dat terug in het gegeven dat hij voor het eerst een stem hoort, de stem van zijn hemelse Vader. Hij hoort niet alleen een stem; hij voelt zich ook vervuld met nieuwe kracht, en hij wordt zich meer dan ooit bewust van zijn roeping, van zijn taak. Die kracht waarmee hij vervuld wordt zien we gesymboliseerd in de duif, een teken voor Gods nabijheid, van Gods Geest.
Ook onze doop is een inwijding geweest. En met het vormsel is opnieuw gebeden door de bisschop om innerlijke openheid van ieder van ons voor de gaven van de Geest. Hij heeft ons toen ook de handen opgelegd. De christelijke doop lijkt op een reiki-inwijding, en toch gaat ze verder. Ook bij de doop gaat het erom ons innerlijk te ontsluiten voor de universele levensenergie, voor de krachten die de Geest ons kan schenken. Krachten zoals moed en geduld en wijsheid. Krachten zoals vertrouwen, hoop en liefde. Het leven stroomt in ons als we deze krachten in ons ontdekken en gebruiken. Bij de doop gaat het echter om meer: het gaat om het tot stand brengen en bekrachtigen, bezegelen van een relatie. Een relatie van wederzijdse liefde en betrokkenheid tussen Schepper en schepsel, tussen God en mens.
De taal van die liefdesrelatie vanuit ons gezien is het gebed. Het dankgebed, het smeekgebed, de aanbidding, het zoeken van Gods verborgen nabijheid. Als het goed is ervaren we op een gegeven moment in ons leven hetzelfde als Jezus: dat we diep in onszelf ontdekken dat we een stralend kind van God zijn en dat de Vader tot ons zegt: “Jij bent mijn zoon, mijn dochter, mijn kind. Jou heb ik lief”. Je ontdekt dat je leven gedragen wordt, dat je het leven liefhebt, dat je vrij bent en dat God door jou heen werkt, met zijn licht, met zijn liefde. Dat ontdekken, dat gewaarworden, dat wens ik elke dopeling, zo groot of zo klein als hij of zij is, toe.
Ik wil nog even terugkomen op de eerste lezing, een prachtig stuk proza. Jesaja 55, een tekst om thuis nog eens na te lezen, vlak voor het slapen gaan of bij het krieken van de nieuwe dag. Jesaja eindigt met een krachtig beeld: de regen drenkt de aarde, maakt haar vruchtbaar, zorgt dat er graan opschiet en dat er geoogst kan worden. Zo ook werkt het Woord van God, alles wat God ons geeft, ook in ons, zegt Jesaja. Tenminste, als wij innerlijk zijn opengegaan, het horen, het verstaan. Het Woord van God is als zaad; het ontkiemt in ons, het brengt vruchten voort, en het draagt bij aan het vervullen van de zending die God diep in ieder van ons heeft gelegd, voor ieder weer verschillend. Dat we steeds weer vreugde mogen beleven aan de oogst, en dat we daarbij God danken, de Schepper, die dat alles heeft mogelijk gemaakt; dat wens ik ons allen toe. Amen.