Broeders en zusters,
We kijken vandaag nog één keer terug naar
kerstmis. Een pasgeboren kind vertedert ons. Een kind roept onze
idealen weer wakker van een rooskleurige toekomst. Een wereld vol vrede
en geluk. Een baby die nog geheel afhankelijk is van de zorg en liefde
van de ouders doet verbaal en fysiek geweld zwijgen en roept op tot
vrede, medeleven, vrijgevigheid en feest.
Daarom laten vele ouders hun kinderen nog dopen, ook al gaan ze niet veel meer naar de kerk.
Vandaag
vieren we het doopfeest van Jezus. Jezus werd echter niet kort na zijn
geboorte gedoopt, maar als volwassene, 30 jaar later. Toch een
feestelijke gebeurtenis. De hemel scheurde open. Ik weet niet precies
wat we ons daarbij voor moeten stellen. Misschien dat de zon doorbrak
door een dicht wolkendek. Er daalde een duif neer. Er kwam een stem uit
de hemel: “Gij zijt mijn Zoon, mijn veelgeliefde”. Zo klinken er bij de
doop van een baby veel liefkozende woorden van de ouders, de broers en
zussen. Alles klinkt hoopvol en verwachtingsvol. Een kind houdt een
belofte in. Ik heb wel eens iemand de vraag horen stellen: “Waar komen
toch die slechte mensen vandaan, als er alleen maar lieve kinderen
geboren worden?”
Op Goede Vrijdag komen er veel minder mensen
naar de kerk dan op kerstmis. Met lijden en dood weten we niet goed
raad. Johannes, de schrijver van het epistel, stond drie jaar later
onder het kruis van Jezus. Hij heeft als langstlevende apostel diep
nagedacht over al deze dingen. Hij heeft zich afgevraagd wat er toch is
misgegaan na die doop van Jezus. Hij heeft zijn conclusies opgeschreven
in een brief. We hoorden het in de eerste lezing. Hij schreef: Jezus is
gekomen met water en bloed. Niet door water alleen, maar door water en
door bloed. … Bij de doop getuigde de Geest en het doopwater, maar het
kruis, het bloed getuigde ook van het Zoonschap van God.”
Johannes
wil zeggen: lijden en dood zijn niet tegengesteld aan geboorte en doop.
Het hoort allebei bij het kind-zijn van God. Het hoort allebei bij onze
weg naar God toe. Zoals de barensweeën van een moeder nodig zijn om het
kind ter wereld te brengen, zo zijn het lijden en de dood de
barensweeën om in de hemel te komen. Het is een doorgang, een pascha,
een pasen, zoals eens de doortocht van het joodse volk door het water
van de rode zee een doortocht was naar het beloofde land. Dat moet
Johannes allemaal gedacht hebben toen hij terugkeek op Jezus’ leven.
Kinderen
die uit dezelfde moeder geboren zijn, zijn broers en zussen van elkaar
en zouden normaal gesproken elkaar moeten liefhebben. Als ze van hun
ouders houden, dan laten ze dat zien door ook elkaar lief te hebben.
Als een kind alsmaar ruzie maakt met een broer of zus en op een bepaald
moment zegt het kind tegen vader of moeder dat hij of zij zoveel van
hem of haar houdt, dan zal vader of moeder antwoorden: “Als je echt
zoveel van me houdt, wees dan wat liever voor je broer of zus. Daar zou
je me een groot plezier mee doen”.
Door de doop zijn we allemaal
kinderen geworden van onze Vader in de hemel. “Doe me een plezier”,
zegt God, “wees dan ook een echte broer of zus voor je medegelovigen”.
Johannes schreef: Willen wij God liefhebben en zijn geboden
onderhouden, dan moeten wij ook Gods kinderen liefhebben”. Dan kunnen
die dromen, die we hebben bij de geboorte van een kind, uitkomen.
Van
nature verliezen wij bij het volwassen worden die kinderlijke
genegenheid tot onze medemensen. Daarom is het geloof nodig om deze
wereld vol haat en geweld te overwinnen. Dat is wat Johannes ons wil
zeggen. Daarom staat in de doopbeloften ook niet alleen dat we geloven
in de drieëne God, maar ook dat we ons zullen verzetten tegen het kwaad
en onrecht in deze wereld en tegen de bekoring van de zonde in ons
eigen hart.
Dat garandeert niet dat we zelf geen slachtoffer worden
van het kwaad, maar wel dat anderen geen slachtoffer worden van ons.
Jezus is niet aan het lijden ontkomen, maar omdat Hij zelf niemand
kwaad deed, was zijn lijden een verlossend lijden.
Laten we ons er daarom voortdurend van bewust zijn dat we gedoopt zijn, en daar weer opnieuw werk van maken.
Doop van de Heer (2009)
B-cyclus · Kersttijd · Doopsel van christus · wit