WOORD VAN WELKOM
Na het Feest van Pinksteren vieren we het hoogfeest van de Drie-ene God. God doet zich aan ons kennen als Vader, Zoon en Geest. Hij is een Scheppende God die ons deze wereld en alles wat daarin is heeft toevertrouwd opdat wij kunnen leven en gelukkig zijn. Hij is een verlossende Zoon die heeft laten zien dat zijn liefde sterker is dan het lijden en de dood. Hij is de Geest die ons leven voltooit en vervult: de liefde die wij ervaren, het geloof en het vertrouwen die wij koesteren en de hoop van waaruit wij durven leven, worden ons door de Geest geïnspireerd.
Deze week hadden we in onze pastorie een bijzondere ontmoeting waarbij gesproken werd over de rol die godsdiensten en religies kunnen spelen in de samenleving: wanneer mensen ten diepste geraakt worden door God zoals die zich aan mensen openbaart, komt er ruimte voor werkelijk mededogen Naar die ervaring zijn we ook op zoek, Hier wil God zich aan ons meedelen. Hij wil ons voeden met zijn woord en zijn sacrament opdat wij groeien in mededogen.
HOMILIE
Spreken over God is risicovol. Iedere gelovige die dat probeert, beseft direct hoe beperkt zijn woorden zijn: God overstijgt al ons spreken en denken. Toch verlangen wij er naar om over Hem te spreken omdat Hij ons niet los laat en wie dus over God spreekt, kan dat niet zonder ook over de mens te spreken.
Spreken over God is risicovol omdat anderen met dat spreken aan de haal kunnen gaan en er hun eigen beelden en gedachten van kunnen maken, zodat er misverstanden komen over God. Daarom blijven we spreken over God omdat we steeds opnieuw duidelijk moeten maken wie God voor ons is: Hij spoort ons aan tot een leven van liefde en mededogen.
Onze wereld heeft enorme behoefte aan mededogen, compassie. De verschillen tussen mensen en volkeren zijn enorm groot. Daardoor groeit angst en verdeeldheid. Ook in ons eigen land en in Europa groeit die verdeeldheid en neemt die spanning toe. Het gesprek dat hier vrijdagochtend op de pastorie werd gevoerd ging over de bijdrage die geloof kan bieden aan die noodzakelijke compassie.
Onze God die wij door onze schrift en onze traditie hebben leren kennen, is een God die steeds opnieuw zijn mededogen toont. Dat is de rode draad van Genesis tot Openbaring. God toont zijn compassie voor het volk dat in slavernij leeft in Egypte. Gods interventie verandert de geschiedenis van dit eigen volk, dat vervolgens geroepen wordt om dit aan anderen volken te verkondigen en die anderen volken die zelfde kracht van de ene God te leren kenen.
In Christus toont God op iedere pagina van het evangelie zijn compassie met de mensen die Jezus ontmoet: zondaars, zieken, zwakken. Allen mogen rekenen op zijn vergevende en genezende liefde. Jezus interventies veranderen de levens van mensen die als herboren weer hun weg vervolgen, geraakt door deze compassie van Godswege.
De heilige Geest spreekt iedere dag tot ons en roept onszelf op tot het mededogen dat we in de schriften tegenkomen. Hij inspireert ons in onze omgang met elkaar en in onze spreken over het goddelijke mededogen.
Het beeld van de drie-ene God zelf is relatie. De relatie tussen Vader en Zoon is de heilige Geest. In God zelf bestaat diezelfde compassie waarmee God de mensen bejegent. Als Jezus over God spreekt en Hem Abba, zijn Vader, noemt, wordt diezelfde compassie zichtbaar. Die compassie gaat verder dan eenvoudigweg respect voor de ander maar overstijgt grenzen en kan zelfs het kwaad overwinnen dat in iedere tijd en in ieder mensenhart zich vast kan zetten. Het verzet dat het spreken en handelen van Jezus bij velen oproepen bij zijn tegenstanders, heeft daarmee te maken. Het vraagt immers dat je de eigen vooroordelen en negatieve gedachten jegens anderen opzij zet en allen als kinderen van God en dus als broeders en zuster beschouwt en benoemt en je zelfs nog verantwoordelijk voelt voor hen.
Maar Jezus wil ons meer meegeven dan slechts een ethiek en een handleiding voor goed gedrag. Hij wil ons doen delen in de compassie van God zelf. Hij wil ons meenemen opdat wij God leren kennen van binnen uit, vanuit ons eigen innerlijk. Dat is een dubbele weg waartoe de heilige Geest ons steeds opnieuw inspireert. Het is een weg van bezinning, een weg van stilte en rust, van harmonie in je eigen bestaan.
Het is op de eerste plaats de weg van gebed en spiritualiteit waarbij je in je eigen bestaan een ruimte ontdekt die niet alleen maar door jezelf gevuld wordt, maar waar plaats is voor de ander/Ander. Voor ander met een grote A, God, en voor de ander met een kleine a, je naaste, je broeder en zuster, je medemens die zich iedere dag weer opnieuw aan je manifesteert in ontmoetingen en gesprekken.
Op de tweede plaats is het de weg van daadkracht en solidariteit waarbij je zelf ervaringen opdoet van Gods nabijheid in de wereld om je heen waarbij God je aanspreekt in ervaringen en waarin de zin van je leven zich steeds verder openbaart.
Die Geest heerste ook in de ontmoeting hier in de pastorie op vrijdagmorgen in het gesprek tussen religieuze leiders. Grote verschillen werden overbrugd en een gemeenschappelijke zorg werd gedeeld omdat we allen op een of andere manier Gods eigen compassie willen meedragen en uitdragen en vanuit die compassie kunnen leven. Het is de enige manier om deze mensengemeenschap in deze wereld die steeds globaler wordt en steeds complexer op te bouwen tot een gemeenschap van vrede en gerechtigheid. Het kindschap van God waar Paulus van spreekt zou daarin richtinggevend kunnen zijn. Dat vraagt wat van ons en het zal ook wel wat kosten en niet iedereen durft dat aan, niet iedereen durft zijn hart zo te laten spreken dat hij werkelijk uit compassie kan leven.
Moge ons voorbeeld in spreken en handelen aanstekelijk en inspirerend zijn en vervuld worden van de geest van compassie die ons leven en onze wereld kan vernieuwen. Amen