CENSUUR OP DIERENLEED
Al maanden leven we mee met boerenfamilies die geconfronteerd worden met varkenspest en het afmaken van hun dieren. Ik zie in de krant hoe dode biggen met sjofels worden gepakt en gelost, alsof het zandzakken waren en mij bekruipt een gevoel van schaamte.
Zo waren wij toch niet met elkaar, mens en dier…?
Ik lees hoe pasgeboren biggen moeten worden afgemaakt om ruimte te krijgen. En ik schrik als ik hoor dat de regering het fotografen en filmen van het doden van de biggen wil bestraffen. Waarom mag dit niet gefilmd worden? Is men bang voor de emoties? Mogen die emoties niet? Is het slecht om compassie te voelen met pasgeboren biggen? Ik voel me als Nederlander buitengewoon ongemakkelijk met deze maatregel. Onze welvaart en onze markt hebben deze situatie in de hand gewerkt. Geen varken draagt schuld aan de pest. En nou ze moeten worden afgemaakt, mag niet eens hun gekrijs worden gehoord! Hun enige verweer moet worden gesmoord. Zo zijn we niet eerlijk bezig met onze medeschepselen, de dieren. En ook niet met de persvrijheid. Je kunt een dier zien als het eindproduct van de voedselindustrie òf als een medeschepsel; het hangt er -denk ik- bijvoorbeeld vanaf of je wel of geen Godsidee hebt.\
KIND OF OUDER
Ander bericht in de krant. Nederlandse ouders en Engelse draagouders vechten met elkaar. Waar gaat het om? Gaat het om de prijs? Als ik de mensen zou kennen zou ik misschien niet zo boud durven zijn, maar nu, op afstand, wekken de berichten wrevel. Waarom leggen mensen zich er niet bij neer dat het ouderschap hun niet gegeven is? Waarom dat geklungel? Wie wordt daar rijker van? Bij al het gekibbel is het belang van het kind vergeten, iedere partij claimt het. Een Salomo gevraagd…\
“ER IS MEER” BIJ BABY’S EN BIGGEN
Ik heb het gevoel dat beide gebeurtenissen, het doden van de biggen en de koehandel om een kind, te maken hebben met een wereld voor wie God niet van betekenis is. Omdat ik in God geloof, kan ik dieren niet zomaar zien als een voorwerp dat is overgeleverd aan de nukken van een mens. Omdat ik in God geloof als de schepper van een mens, kan ik de manipulaties om de eigen behoefte vader of moeder te worden, niet billijken.
Of is het andersom? Omdat het dier en het ongeboren kind compassie wekken, vermoed ik God? Als een dier een medeschepsel is en een kind een beeld van God, dan moet ons eigenbelang terzijde staan. Het idee “God” heeft invloed op onze achting voor mensen en dieren. Het idee “God” is geboren uit de ervaring van een zekere meerwaarde als we in contact komen met de wereld en wie haar bewonen.\
KIJK VAN OOST NAAR WEST…
Het is drievuldigheidszondag. De drieëenheid is item nummer een in de eerste vier eeuwen van het christendom. Men worstelde met zijn gelovige gevoelens. Hoe druk je uit dat Jezus voor jou God is, en dat toch niet de Eeuwige, onaanraakbare God zelf hier geleden heeft en gestorven is? Hoe zorg je ervoor niet te vervallen in meergodendom, en toch Jezus niet te banaliseren…? Door al die dilemma’s heen vechten de bisschoppen zich naar een aantal concepties. Het voornaamste inzicht is dit: God is verrassend anders. Pas ervoor op om niet al te gemakkelijk je eigen behoefte in te vullen in je godsbegrip!
In de eerste lezing wat Mozes aan het woord. Vlak voordat hij sterft, met het beloofde land als een schitterend panorama voor zich op de berg Nebo, drukt hij zij nakomelingen nog eens op het hart hoe God is. Ze moeten later niet God misbruiken voor allerlei machtsstrijden. Ze moeten later niet almaar aan de pastoor vragen of hij kan zorgen voor goed weer. Ze moeten hun “Her-Jödsje” niet in eigen zak steken, maar ze moeten huiver en eerbied voelen. Kijk eens naar de hemel van oost naar west… kijk eens naar je geschiedenis, hoe je je hebt vrijgevochten uit Egypte, hoe je oorlogen hebt gevoerd?….\
VERMOEDEN VAN GOD
Als je dat leest kun je je afvragen: Zou het waar zijn? Zou er een God geweest zijn die deze paar honderd slaven in Egypte door de woestijn naar een nieuw land heeft gebracht… Zou het waar zijn? Zou Hij bestaan? Maar die vraag draait de zaak om. Het is niet de vraag of die God wel bestaat. Het is een gegeven dat het volk Israël zich heeft vrijgevochten uit slavernij, en dat zij de hemel van oost tot west bekeken hebben, en niet half zoveel wonderen heeft gezien als wij met onze telescopen kunnen aanschouwen… Het is een wonderlijk gegeven, en zij begonnen daarin God te vermoeden. God kan worden vermoed als mensen zich vrijvechten. God kan worden vermoed als wij eerbied voelen voor een dier en huilen als een big wordt afgeslacht, en boos worden als de regering deze ontroering probeert tegen te houden. Het idee van God ontstaat altijd achteraf, als mensen zich erover verwonderen dat ze zichzelf te boven zijn komen!\
WAAROM WE NIET VAN DE WERELD VALLEN
Lieve kinderen.
Toen ik een jaar of acht was hoorde ik dat de aarde een hele grote bol was, een soort voetbal, maar dan verschrikkelijk groot. Ik geloofde het niet. Als de aarde rond is en Australië ligt aan de onderkant waarom vallen al die mensen dan niet van de aarde af? Ik vroeg het aan de juffrouw van de klas: “Als de aarde een bol is die rondjes draait, waarom vallen we ’s nachts dan niet van de wereld af?” Nou, de juffrouw had haar antwoord klaar. “Dat komt door de zwaartekracht”, zei ze. Die trekt de mensen aan de aarde.
Van de ene kant moest ik haar gelijk geven, want ja, ik was nooit van de wereld afgevallen, dus er moest wel iets zijn. Van de andere kant had ik die zwaartekracht nog nooit gevoeld. Ik begreep niet, dat het niet voelen van de zwaartekracht juist de zwaartekracht was.
Ik denk wel eens: God is net zoiets als de zwaartekracht. Je voelt hem niet, denkt je. Je ziet hem niet, denk je, maar mensen blijven op hun plaats, mensen houden van elkaar, mensen kunnen ook van dieren houden, mensen kunnen boos worden als anderen tekort wordt gedaan, mensen kunnen huilen om het verdriet van een kind in Zaïre, mensen kunnen vechten om vrij te worden… dus er moet wel een God zijn. Hij houdt ons op onze plek!