Drie-eenheid, vriend van de stilte

B-cyclus · Tijd door het jaar · Triniteit · wit

“L**a Trinité l’amie du silence”, de Drievuldigheid, vriend van de stilte. Deze zin hing of hangt nog bij de ingang van de kerk van de Zwitserse abdij Hauterive. De Drievuldigheid, vriend van de stilte. Meteen een waarschuwing naar predikanten om niet met woorden te overdrijven. We mogen aanzetten om in stilte ons in Gods aanwezigheid te stellen en te verwijlen in de gemeenschap van de Vader, de Zoon en de Geest.

Het feest van de Drievuldigheid is niet allereerst een dag om haarfijn uit te leggen hoe drie en één kunnen samengaan. Daarin slagen wij toch niet. Gans de zee gaat gemakkelijker in een emmer dan Gods mysterie in onze bol. Het feest is een uitnodiging om aan te zitten aan de tafel van de Drie-eenheid, zoals de Russische schilder Roublev het in zijn enig mooie icoon heeft uitgebeeld.

Oosterse traditie

Wij moeten ons hoofd niet breken over de Drie-eenheid, maar zullen ons hart en mond openen om haar te loven. Christenen uit de orthodoxie zijn hierbij geschikte gidsen. Zij wijzen ons juist in de richting van de lofprijzing. Orthodoxe christenen getuigen meer dan de Westerlingen van schroom tegenover Gods mysterie. Westerlingen gaan nogal graag (te) joviaal om met God. Ze herhalen zo vaak, wanneer zij over Hem spreken, dat Hij een “God voor ons” is. Ze laten te weinig horen dat God in zijn komen naar ons tevens de “gans andere” blijft, die verhuld blijft zelfs wanneer Hij zich onthult. Wij zijn zo geneigd God naar onze hand te zetten.

In de Geest

De Oosterse christen richten zich in hun gebed meestal eerst tot de heilige Geest. Deze leidt ons immers naar Jezus en diens Vader. Meer dan de Latijnse kerk geeft de Oosterse kerk in al haar gebeden een ruime plaats aan de Geest. De epiclese is de aanroeping van de Geest over de gemeenschap en over de gaven, die zij aan de Vader aanbiedt. De epiclese is een onmisbaar element in de viering van de sacramenten. Er is geen eucharistie zonder de aanroeping van de heilige Geest. Daarom bidt de kerk in het eucharistisch hooggebed: “Vader, zend uw Geest over deze gaven.” De ergernis van liturgisten is begrijpelijk, wanneer zij bij het aanhoren van zo gezegde creatieve eucharistische hooggebeden vaststellen dat de Geest er helemaal vergeten is.

De deur, dat is de Zoon.

De sleutel van de deur, dat is de Heilige Geest.

Het huis, dat is de Vader.

Let dus goed

op de geestelijke betekenis van deze zin:

Als de sleutel niet opent,

gaat de deur niet open.

Maar als de deur niet opengaat,

komt niemand in het huis van de Vader

Naar Symeon de nieuwe theoloog.

Bidden is Gods Geest in ons laten binnentreden. Deze is in ons aanwezig, zelfs wanneer wij het niet vermoeden en beseffen. De Geest richt ons op Christus en door Christus naar de Vader. Wanneer wij bidden, is gans de Drie-eenheid in ons gebed betrokken. Paulus stelt in zijn brief aan de christenen van Ephese dat wij door Christus in de Geest toegang hebben tot de Vader (Ef. 2,18; Ef. 3,14-19). De eerste christenen deden in de liturgie en in hun gebedsleven de ervaring op deelgenoot te zijn aan de liefdesrelatie tussen de Vader en de Zoon. Deze ervaring werd hun mogelijk gemaakt door hun deelname aan dezelfde krachtige Geest die in de verrijzenis van Jezus werkzaam was geweest. Deelhebben aan de Geest is deelhebben aan de relatie van Jezus met de Vader. Dit was niets anders dan deelhebben aan het leven van God zelf.

“Mijn hoop is God de Vader, mijn toevlucht de Zoon, mijn bescherming de Geest, o allerheiligste Drie-eenheid.”

Christelijke oerervaring

Jacobus, Andreas, Petrus, Nathaniël en zoveel anderen waren begeesterd over Jezus. Zij waren onder de indruk van zijn gedrevenheid, over zijn spreken met gezag en over de wijze, waarop hij de Schriften uitlegde. Zij deelden met Jezus het Joodse geloof en het vertrouwen in de God van Abraham, Isaac en Jacob, die zijn volk had bevrijd en het had uitgekozen. Zij waren geraakt door zijn manier van bidden. Jezus was de geliefde van God. Hij sprak Hem aan met “Abba, Vader”. Die leerlingen kwamen echter in verwarring, toen Jezus als een misdadiger werd gedood. De gebeurtenissen van “de derde dag”, die eerste Pasen na de donkere vrijdag op Golgota, brachten hen tot de overtuiging dat Jezus voortleeft. “Voor christenen heet deze God voortaan (en vooral) de God die Jezus uit de dood heeft doen opstaan, de God, die Zijn kracht, Zijn geest verbonden heeft met de man uit Nazareth. Voortaan deelt Jezus van Nazareth volledig in het leven van Gods geest. De verbinding van Jezus met Gods eigen geest is een kerngedachte doorheen het Nieuwe Testament” (Terrence Merrigan, God, Slechts Vader? voordracht in Christenforum, Gent 31 jan. 2000). Dit is de christelijke oerervaring. Zij ligt aan de basis van het inzicht dat de God van het christendom een intens rijk leven heeft, dat Hij gemeenschap is en mensen in die gemeenschap laat delen. Die gave van God is zo rijk dat wij mogen zeggen dat Hij als Schepper en oorsprong boven ons is en dat Hij tegelijkertijd door Jezus als tochtgenoot, metgezel en broeder met en naast ons gaat en dat Hij door zijn Geest in ons is en ons doordringt.

God is boven mij en Hij is tevens in de diepte van de werkelijkheid. “De bonte veelheid van dingen, die gij hier op aarde zoekt, de ene God zelf zal ze alle voor u zijn” (Sint Augustinus).

Ik ben een klein kind,

maar mijn Vader leeft altijd

en Hij is mijn betrouwbaar beschermer.

Hij die mij het leven heeft gegeven

is immers dezelfde als die mij beschermt.

En Gij zijt al mijn goed,

Gij almachtige, die met mij zijt,

zelfs voor ik met U ben

(Augustinus, Belijdenissen).

God is naast mij. Hij neemt in de Heer Jezus deel aan de pelgrimstocht der mensen. Jezus is de geestelijke icoon van de Vader. “Wie Mij ziet, ziet de Vader” (Jo. 14,9).

Aanvaard Christus als uw naaste.

Aanvaard Hem nederig,

want alleen een nederig mens

beantwoordt aan de Nederige.

Als kleine mens verlangt gij naar grootheid,

maar aanvaard Hem nederig

en begrijp dat Hij uw naaste is.

De Heer is immers hen nabij

die hun hart vernederd hebben.

Dan moogt gij in uw gebed zeggen:

“Als gold het een naaste of een broer,

zo zorgzaam ging ik met hem om” (ps. 35, 124)

Waar de psalmist de naaste vernoemt,

daar moeten wij Christus vernoemen.

Blijf Christus in Zijn armoede trouw,

dan zult gij ook van Zijn goederen genieten.

(Augustinus, Preek 41).

God is in mij door zijn Heilige Geest. Hij werkt in mij en in de anderen. Hij zorgt voor de groei en de vorming van een gemeenschap.

Wij vinden rust in Uw gave,

die de heilige Geest is.

in die gave genieten wij van U.

Het bereiken van onze plaats is onze rust.

Het is de liefde die ons daar naartoe voert.

Uw goede Geest heft onze kleinheid omhoog

en ontrukt ons aan de poorten van de dood (ps. 9, 14).

Mijn gewicht is mijn liefde.

Waarheen ik ook gedragen word,

het is door de liefde

dat ik er gedragen word.

Uw gave ontvlamt ons

en draagt ons omhoog.

Zij zet ons in vuur en wij gaan.

Wij gaan omhoog

op de treden van het hart (ps. 84, 6)

en zingen uw trappenlied (ps. 120, 1).

Door Uw vuur, door Uw goede vuur

ontvlammen wij en gaan wij.

Wij gaan immers op

naar de vrede van Jeruzalem (ps. 122, 6).

(Augustinus, Belijdenissen).

Wanneer wij in het derde millennium belijden dat God Vader is, Zoon en Geest, dan blijven wij in verbondenheid met de eerste christenen. Het idee van de Drie-ene God - de Triniteit - kwam immers niet tot stand in het hoofd van een geleerde, maar in het hart van gelovigen. “De oeroude christelijke naam voor God: Vader, Zoon en Geest, is vreemd omdat hij een logische contradictie in zich draagt. Hij stelt drie gelijk aan één, en één gelijk aan drie. Hij is bevreemdend omdat hij verbonden is aan een tijd en een taalgebruik die wij blijkbaar achterwege gelaten hebben. En toch maakt deze naam het hart uit van het christendom” (T. Merrigan).

Bekering en bevrijding

De jubel om de Triniteit leidt tot een leven in de kracht en in de naam van de Drie-ene God. Wie getekend is in de naam van de Vader, de Zoon en de Geest, treedt binnen in een bekeringsproces. “Maakt alle volkeren tot mijn leerlingen, doopt hen en leert hun te onderhouden wat ik u bevolen hebben”, zei Jezus bij het afscheid van zijn leerlingen. Het bekeringsproces van een christen is betrokken op de Drie-ene God. De weg tot bekering loopt langs de Vader, de Zoon en de Geest. Een echte bekering speelt zich af op drie niveaus, nl. het intellectuele, het morele en het religieuze.

“De Vader is de ultieme werkelijkheid van waaruit alles ontstaat en in Wie alles bestaat. Het is in de zoektocht naar Hem, het allesomvattende mysterie, dat wij bekomen van de bekoring om onszelf centraal te stellen.

De Zoon wijst de weg van de morele bekering, nl. de weg van de onbaatzuchtige liefde. Dit is de liefde die bepaald wordt door het voorbeeld van de Zoon, de liefde die agapé is gaan heten. Wie de weg van Christus bewandelt, bewandelt de weg van de goddelijke liefde.

De Geest maakt de religieuze bekering mogelijk. Hij is de kracht die ons optilt en verder duwt, die ons boven onszelf doet uitstijgen. Waar de Geest zich aanwezig stelt, worden de strevingen van het intellect en de wil aangevuld met het verlangen van het hart. M.a.w. de dorst naar kennis en de strijd om rechtvaardigheid worden bijgestuurd door de liefde voor al wat is, ook datgene wat zich tegen ons verzet en ons zelfs kwaad berokkent” (T. Merrigan).

Jubelen om de Drie-eenheid is bezorgd zijn en werken opdat mensen bevrijd worden. In de Middeleeuwen hebben een aantal verenigingen en instellingen zich geplaatst onder de bescherming van de Drie-eenheid om mensen in hun noden tegemoet te komen. Zo stichtte Johannes van Matha (1160-1213) in de twaalfde de orde van de Trinitariërs om gevangenen vrij te kopen. Door de keuze van die naam drukte de stichter uit dat God een bevrijdende God is. De Trinitariërs blijven actief tegen verkapte slavernij.

Filippus Neri (1715-1595) is een heel sympathieke Romeinse heilige. Hij heeft veel gedaan voor het onthaal van pelgrims in Rome, vooral tijdens het heilig jaar 1550 en dat van 1575. Om de pelgrims te helpen, vooral de zieken onder hen, stichtte hij met 15 man in 1548 een congregatie onder de bescherming van de heilige Drie-eenheid. Stappend doorheen de wereld, zijn wij in de heilige Geest met en door Christus op weg naar de Vader.

Prof. Merrigan zei tot slot van zijn voordracht in Christenforum in Gent het volgende: “Het is duidelijk dat de weg van de Drie-ene God geen alledaagse weg is; Het is een weg die een inspanning vergt. Deze weg vraagt een omkering van ons intellect, onze wil en ons hart. Dit is alleen maar mogelijk in de mate dat wij de bereidheid hebben om ons de apostolische ervaring toe te eigenen. Deze ervaring ligt niet zomaar voor het grijpen. Zij ligt opgeslagen in de woorden, rituelen en beelden die deze ervaring bemiddelen. Onze taak bestaat erin, ons in deze ervaringstraditie te verdiepen en daardoor ook deel te hebben aan het proces van naamgeving. Roublev nodigt ons hiertoe uit als hij de regels het perspectief overtreedt en de tafel waaraan de Drievuldigheid zit, op zo’n wijze schildert dat wij opgenomen worden in de (tafel)gemeenschap van de Vader, de Zoon en de Geest”

De dichteres Maria de Groot verwoordt heel mooi in een gedicht de opdracht, waarvoor christenen van alle generaties staan:

Hij nam aarde

En maakte mijn hand

Vijf vingers om te schrijven

Een palm met lijnen

Geheimtaal

Dat was het laatste

Wat hij van mij maakte

Toen vroeg ik de roeping

En hij zei

Noem mij.

Het gebed van Augustinus

Het christelijk geloof wijst op de stevige band tussen Vader, Zoon en de heilige Geest. Wanneer Jezus echter niet volledig langs Gods kant staat en tevens niet helemaal van ons is, dan zijn wij mensen nooit echt geraakt en bevrijd. Wij zijn niet verlost, zo Christus niet van de Vader is. Wat in de vierde eeuw bij de strijd van een man als priester Arius op het spel stond en nu nog staat bij zijn geestesgenoten in onze tijd, was en is dat zij Jezus slechts als een ondergeschikte zien van God. Sint Augustinus, een groot genie en een eerlijke gelovige is heel lang bezig geweest met het nadenken over de Drie-ene God. Hij vatte zeer goed dat wij God niet kunnen en mogen uit elkaar rukken, als wij geloven dat Hij ons in Jezus is nabij gekomen. Gedurende twintig jaar was Augustinus bezig met een werk over de Drie eenheid. Die zoektocht eindigt met een lang gebed, waarvan hier enkele lijnen:

Heer, onze God,

wij geloven in U, Vader, Zoon en H. Geest.

Zoveel ik kon,

zoveel gij mij het vermogen gegeven hebt,

heb ik U gezocht,

en ernaar verlangd te zien wat ik geloof.

En veel heb ik nagedacht en gezwoegd.

Heer, mijn God, mijn enige hoop, verhoor mij,

dat ik niet, vermoeid, U niet meer wil zoeken,

maar dat ik steeds vurig

naar Uw aanschijn blijf verlangen.

Geef mij de kracht u te blijven zoeken,

Gij die U hebt willen laten vinden,

en ons hoop gegeven hebt dat wij U

steeds meer en meer zullen vinden.

Wanneer wij u bereikt zullen hebben,

zal al het vele dat wij gezegd hebben,

zonder U te bereiken,

voorbij zijn.

En Gij alleen zult blijven, alles in allen.

En zonder einde zullen wij

slechts één naam uitspreken,

terwijl wij U loven in één,

omdat wij één geworden zijn in U,

een Heer God, God Drie-eenheid”

(T.J. van Bavel, Verlangen bidt altijd. Bidden met Augustinus, Leuven, 1988).

Bij de Drie-ene God, bij de Vader, de bron van de liefde, bij zijn Zoon, het geschenk van zijn liefde en bij de heilige Geest, de liefdesband tussen beiden, daar is onze thuis.

“Door Christus en met Hem en in Hem zal uw Naam geprezen zijn, Heer onze God, almachtige Vader, in de eenheid van de heilige Geest, hier en nu en tot in eeuwigheid” (Doxologie).

O allerheiligste Drie-eenheid, Vader boven ons, Zoon met ons, Geest in ons, beziel ons, stuw en zend ons.

Zoeken in Preken Online