- In deze viering van Sacramentszondag hoorden we deze onomwonden woorden van Jezus: “Neemt, dit is mijn Lichaam”, en daarna: “ Dit is mijn Bloed”. Deze instellingswoorden horen we vandaag in het Marcusevangelie, maar horen we eveneens bij Mattheus, Lucas, en ook bij Paulus (I Kor. 11,23-25). We horen ze in elke Eucharistieviering. Zij vormen ervan de onvervangbare kern. En ze krijgen hun volle betekenis in de omkadering van het Eucharistisch Hooggebed.
\ - Hoe moeten we deze woorden begrijpen om ervan te leven?
1. Van meet af heeft de geloofsgemeenschap in deze woorden de betekenis herkend van een reële en onvoorstelbare aanwezigheid van de gekruisigde en verrezen Christus. Het gaat om een totale zelfgave van Jezus aan ons in deze tekenen van Brood en Wijn.
\ - Johannes heeft in zijn evangelie het instellingsverhaal vervangen door Jezus’ rede over het Levende Brood. Hij schreef gewoon een commentaar, een uitgewerkte geloofsbezinning op die woorden. De ernst ervan heeft hij bij herhaling op onvergetelijke wijze ingehamerd: “Ik ben het levende Brood dat uit de hemel is neergedaald…”; “ Het Brood dat Ik zal geven is mijn vlees ten bate van de wereld…”; “Mijn vlees is echt voedsel en mijn bloed is ware drank…” (Joh. 6,22-65)
\ - Juist omwille van deze werkelijkheid schreef Paulus: “Wie onwaardig van dit Brood eet of van deze Beker drinkt, bezondigt zich aan het Lichaam en Bloed des Heren.” ( I Kor. 11,29)
\ - Van dit oeroude geloof getuigden de Kerkvaders uit de eerste eeuwen. Een van hen, Paus Leo de Grote, zei: “We worden wat we eten, daardoor wordt Christus in ons gevormd.”
\ - Vorig jaar preekte Cathy Brenti een priesterretraite in Ars, zij een moeder van drie kinderen. Haar vader was protestant, bekeerd uit het Jodendom. Zij is een Rooms-katholieke bekeerd uit het protestantisme. “Ik ben katholiek geworden, zegt ze, omdat ik verbrand werd door de werkelijke aanwezigheid van Jezus in de H. Eucharistie. Ik leed eronder Jezus niet te kunnen ontvangen.”
* Het gaat dus veel meer dan om een uiterlijk symbool. Deze aanwezigheid moeten we niet vervagen. Het gaat om een wezensverandering zodat dit brood in zijn diepste diep geen brood meer is, maar Christus zelf als voedsel om van te leven. Hiervan werden in de loop van de geschiedenis van de christelijke mystiek tot op vandaag, soms opzienbare tekenen gegeven. En dat maakt ons bewust voor het uiterst groot belang van een geloofsgetrouwe catechese en verkondiging bij kinderen als bij volwassenen: dat wie dit Brood ontvangt, niet meer zomaar een broodje ontvangt, maar de levende verheerlijkte Christus zelf die ons liefheeft. De mens van deze tijd heeft er nood aan, dat vandaag wordt herhaald wat reeds de eerste christenen geloofden.
2. Op deze woorden van Jezus volgt zijn uitnodiging: “Blijf dit doen om Mij te gedenken.” Dit woord “gedenken” of “tot mijn gedachtenis” betekent vanuit Jezus’ taal niet zomaar een souvenir, maar een actualiseren, een weer tegenwoordig stellen. “Doe dit…” en niet iets anders.
\ - Indien Jezus zulke opdracht gaf, was dit niet zonder bedoeling. Wat met Jezus gebeurde, heel zijn verhaal, wil plaats vinden in ons leven. Ook bij ons in de 21ste eeuw. Wij treden binnen bij Hem of Hij treedt binnen bij ons: “Wie mijn vlees eet… heeft eeuwig leven…hij blijft in Mij en Ik in hem.” (Joh. 6,54.56) Er gebeurt een transfusie van leven. Een osmose. ”Men wordt er zelf overweldigd door de levensvloed die Jezus zelf heeft opgenomen; en zijn levensgave omvormt de leerlingen tot getuigen zodat de Geest van liefde de wereld in bezit kan nemen”. (X. Léon-Dufour)
\ - Maar zo iets gebeurt niet automatisch. We kunnen de H. Communie niet ontvangen, als ons hart zich niet klaar maakt. Het gaat om een persoonsontmoeting. We moeten Jezus verwelkomen en danken. Daarom wordt het eventjes stil na de H. Communie. Daar is ook het belang van de Eucharistische aanbidding, die vandaag leven geeft aan de nieuwe bewegingen, die een nieuwe vitaliteit brengen in de Kerk. Het Tweede Vaticaans Concilie heeft terecht de klemtoon gelegd op de Eucharistie als gemeenschapsgebeuren. Dat betekent dat de voelbare onderlinge liefde van uiterst groot belang is voor de Eucharistische vruchtbaarheid. Maar Jezus’ reële aanwezigheid blijft de eerste dimensie. Indien we hiervan meer bewust waren, zouden we onze Eucharistievieringen niet uithollen noch banaliseren. Ze zijn geen prettige onderonsjes met veel kunst- en vliegwerk.
* Ik was vorige zondag in Châteauneuf-de-Galaure, t.g.v. de 25ste verjaring van het overlijden van Marthe Robin, de gestigmatiseerde, van wie de ruim 70 “Foyers de Charité” over de wereld zijn uitgegaan. Feitelijk hebben alle vernieuwingsbewegingen vandaag direct of indirect met haar te maken. Het was een concelebratie van 135 priesters rond de Kardinaal Barbarin van Lyon, met in de namiddag een geloofsevocatie door de leerlingen van de scholen van de Grand Foyer, waar wij mogen van leren. Marthe at noch dronk, gedurende 50 jaar; op dinsdag ontving ze de H. Eucharistie. Elke vrijdag beleefde ze de passie van Christus; ze verloor telkens veel bloed. De wetenschap kende hiervoor geen uitleg. Ooit had ze vanuit haar lijdensbed gezegd: “Ik zou willen roepen aan al degenen die vragen stellen over mijn voeding, dat ik meer eet dan zij, want ik word gevoed door de Eucharistie. Maar ik zou tegelijk willen zeggen dat veel mensen zelf de uitwerking van dit Voedsel verhinderen.” Mocht de herontdekking van de H. Eucharistie zoals ze is, voor onze generatie in Vlaanderen een absolute prioriteit zijn. Uit de Eucharistie put de Kerk haar leven.
Dit is mijn Lichaam (2006)
B-cyclus · Tijd door het jaar · Sacramentsdag · wit