Brood met een verhaal (1997)

B-cyclus · Tijd door het jaar · Sacramentsdag · wit

OCHGOTTEGOD…


De pastoraalpsycholoog Andriessen heeft een verhaal bewaard uit het begin van deze eeuw. Hij had het van zijn vader. Pius X had in 1910 de kindercommunie ingevoerd. De meeste pastoors hadden het er moeilijk mee. Hoe kon je kinderen toelaten tot het heilige, verheven Mysterie? Maar een pauselijk decreet kon je niet naast je neerleggen. Dus maakte een dorpspastoor er een gewoonte van om telkens als een jong kind de communie vroeg, de hostie op de tong te leggen met een duidelijk hoorbaar gemopper: “Ochgottegod…” (Zie INZET, mei 1997)\

VOOR EN TEGEN KINDERCOMMUNIE

Pius X had zo zijn redenen. Eerder had hij ervoor gepleit dat gelovigen vaker de communie zouden ontvangen. Uit angst om onwaardig te communiceren waren gelovigen in de achttiende en negentiende eeuw zich gaan beperken tot de verplichte paascommunie. Nu kwam er een beweging op gang om de gelovigen actiever bij de eucharistie te betrekken. De dorpspastoor had ook zo zijn redenen om te mopperen. Zo’n jong kind heeft nauwelijks een idee van het Hogere; wat moet daarvan terechtkomen? Ik hoor dezelfde opmerking in veel commentaar rond de eerste communie: “Ze begrijpen er niks van; ja, de cadeautjes misschien…” Pius X wist natuurlijk ook wel dat zevenjarige kinderen geen theologen zijn. Maar hij had begrepen dat het in het geloof niet aankomt op begrijpen. Als we met het goddelijke van de wereld bezig zijn, zijn we niet aan het bevatten. We doen het in het besef, dat we zijn ondergedompeld in dit bestaan, op hoop van zegen; dat we ons moeten overgeven aan het Zijn zelf. De gelovige begrijpt niet, maar hij stapt de wereld binnen die vol is met tekenen van Gods liefde. Het verhaal van Jezus die brood breekt en deelt, is daar een van.\

VERANDERINGEN

Ik had een oom die in de zestiger jaren met argusogen de vernieuwingen in de kerk volgde. Hij sneerde wel eens met de vraag: “Ken je het verschil tussen een missionaris en een pastoor? Een missionairs maakt de wilden katholiek en een pastoor maakt de katholieken wild.” En als hij heel scherp wilde zijn kwam de uitspraak: “In de Nederlandse kerk verandert alles behalve brood en wijn.” Deze oom had moeite met de vele publicaties waarin het geheim van de eucharistie in eigentijdse woorden werd uitgedrukt.
Men ging de eucharistie veel meer zien als een ritus van breken en delen in plaats van als een stuk brood. Hosties gingen minder op papier en meer op brood lijken. De wetten om nuchter te zijn werden versoepeld. De zorg van velen was toen: gaat er geen eerbied verloren? Gaat er eerbied verloren als het allemaal zo gemakkelijk kan? Als zevenjarige al tot de tafel mogen komen, als het Latijn verdwijnt en lectrices mee mogen uitdelen…? Aan die veranderingen moesten velen wennen. Ze wisten niet dat al tweeduizend jaar lang de omgang met de eucharistie aan veranderingen onderhevig was geweest; dat veelvuldig communiceren op de hand in de eerste eeuwen regel was; dat men daarna steeds minder communiceert en in de tiende eeuw op de tong; dat aanvankelijk pas gedoopte kinderen de communie ontvingen in een paar druppels wijn; en dat eeuwenlang door allen onder twee gedaanten werd gecommuniceerd…
Intussen hebben we kunnen zien dat de eerbied niet verloren hoeft te gaan. Leken kunnen met veel eerbied uitdelen; kinderen kunnen met eerbied communiceren. De eerbied hangt niet van die dingen af. Wel is het zo dat routine de eigenlijke ontmoeting verduistert.\

PAASLAM

Dat kan de zin zijn van Sacramentsdag. Een bezinning op de eucharistie, opdat ze geen routine wordt. Toen Jezus Pasen vierde, liet Hij een lam slachten. Die gewoonte stamde uit de tijd dat de Hebreeën nomaden waren. Ze offerden in het voorjaar hun eerste lam. Dit feest onderscheidde hen van anderen, van de Egyptenaren bijvoorbeeld toen ze in dat land als een onderdrukte minderheid terechtgekomen waren. Nadat ze zich bevrijd hadden, ging die gebeurtenis de kern van hun godsbeeld vormen. Jahweh woonde in hun vrijheidsdrang en vergezelde hen in de woestijn. Dus voortaan werd een lam geslacht en bevrijding gevierd.
De christenen zijn Jezus zelf als dat lam gaan zien. Onschuldig was Hij en gedood met Pasen. Wat is de zin van onschuldig lijden? “God, waarom hebt Ge mij verlaten!” hadden ze Hem nog horen roepen aan het kruis. “Ik kan nauwelijks meer bidden”, zei een man die zijn nog jonge vrouw verloren had. De associatie ligt voor de hand. Ook het paaslam draagt geen schuld.
En toch geeft Jezus aan deze schijnbaar zinloos noodlot een betekenis: het lam is voedsel voor anderen. Jezus identificeert zich met brood en wijn. Hij breekt het om zijn dood te verzinnebeelden en zegt: voedsel voor jullie. De christenen zijn het blijven doen. Brood breken om Jezus te gedenken, om zijn nabijheid te voelen, en om Hem na te zeggen: “Dit ben ik…” Ook ons leven moet anderen tot voedsel zijn.
In dat geheim komt God aan het licht. Niet op een manier die te begrijpen valt, maar op een manier die je beleven kunt.\

BOZE KINDEREN

Lieve kinderen. Hebben jullie de eerste communie al gedaan? Nou als je dat nog niet gedaan hebt, dan mag je wel meelopen, maar je krijgt niks. Ik zie je dan nieuwsgierig kijken. En soms ben je een beetje boos omdat je wordt overgeslagen. Kinderen moeten wachten tot ze acht jaar zijn. Want de communie is niet zomaar een stukje brood. De communie is brood met een heel bijzonder verhaal erbij. Dat moeten de kinderen eerst leren, dat verhaal over Jezus. We zullen dat verhaal vertellen, als je in groep 4 zit. Nog even wachten, maar dan maken we er een groot feest van! De communie doen, dat is meedoen aan het laatste avondmaal van Jezus. Want zo leeft Jezus al 2000 jaar na zijn dood in de harten van de mensen. De communie doen is proberen om op Jezus te lijken.
Het middelste schilderij van het altaar laat het goed zien. Jezus is opgestapt van het laatste avondmaal en komt de kerk binnen, naar ons toe. Achter hem zie je twee armen van God. “Kom maar!” roepen die.

Zoeken in Preken Online