Negende Zondag door het jaar - B 2 juni 2024
Evangelie: Marcus 2, 23-28
Wat zegt Mgr. Romero ons op deze zondag?
Voor de Negende Zondag door het jaar-B is er geen preek van Mgr. Romero beschikbaar die commentaar geeft bij het evangelie Mc 2, 23-28 als geheel. We vonden wel in andere preken van hem twee citaten die gelinkt zijn aan het ene vers Marcus 2, 27 (‘En Hij voegde er aan toe: de sabbat is er voor de mens, en niet de mens voor de sabbat’):
“De Kerk heeft ook gezegd dat de mens bovenal leven is, dat hij bestaat uit menselijke gevoelens, en ‘dat de mens er niet is voor de wet, maar dat de wet er is voor de mens’. En dat het derhalve noodzakelijk is om alles wat onder mensen gebeurt op deze manier te beschouwen, zowel algemeen-menselijk als christelijk. En alleen wanneer deze overweging wordt vergeten, kan men komen tot de misdaad van het doden van de mens – een misdaad die afschuwelijk is en blijft, ongeacht de motieven die daarvoor worden aangewend.”
“De raison d’être van een samenleving in het algemeen, en van een politieke gemeenschap in het bijzonder is niet de veiligheid van de Staat, maar wel de mens. Door het feit dat Christus zegt: ‘De mens is er niet voor de sabbat, maar de sabbat is er voor de mens’, maakt Hij de mens tot het doel van alle wetten en tot het doel van alle instellingen. Dus moet men ook zeggen: de mens is er niet voor de Staat, maar de Staat is er voor de mens. En dan wel de mens, zoals die is opgevat door de ontwikkeling van de mensheid.”
Het eerste citaat komt uit de homilie van Mgr. Romero tijdens de begrafenis van Ing. Mauricio Borgonovo, de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken. Die man werd eerst ontvoerd door de guerrillagroep FPL, met de eis dat een 30-tal politieke gevangenen moesten vrijgelaten worden vooraleer hij vrij zou komen. Als reactie op het negatieve antwoord van de regering op die eis, werd de minister dan vermoord. Dat alles moet gesitueerd worden in de spiraal van heel veel brutaal geweld vanwege het staatsapparaat tegen volksorganisaties en hun strijd voor gerechtigheid, en van het groeiende gewapend verzet. Het is in die historische context dat Mgr. Romero opriep om het leven van mensen boven alles te stellen. “… Ongeacht de motieven die daarvoor worden aangewend, is en blijft het doden van mensen altijd een afschuwelijke misdaad”. Geen enkele wet, geen enkel regime, geen enkele culturele (en godsdienstige) traditie, geen enkele ideologie, geen enkele macht heeft het recht “mensen te doden”, op welke manier dan ook. Wie durft vandaag de dag deze sterke evangelische stellingname nog verdedigen? Wie durft het aan om daarvoor door het vuur te gaan? Als we zien hoe de leuze: ‘Nooit meer oorlog’ in rook is opgegaan door de oorlog van Rusland tegen Oekraïne, maar al evenzeer in de al 75-jaar durende agressie van de Staat Israël tegen de oorspronkelijke Palestijnse bewoners, en wat er gebeurt in Oost-Congo alsmede in zoveel andere landen. De wapenindustrie (dat wil zeggen: het produceren en verkopen van wapens om mensen te doden) draait weer op volle toeren in Oost en West, in Noord en Zuid. De meeste banken investeren volop in die moordindustrie, want dat blijkt heel doeltreffend te zijn om enorme winsten te maken. De eigenaars van de belangrijke industrieën blijven hun bedrijven in Europa sluiten en verplaatsen ze naar landen en regio’s waar veel lagere lonen betaald worden, waar daadwerkelijke slavernij-toestanden nog altijd schering en inslag zijn, en waar zo goed als geen sociale wetgeving de arbeid(st)ers beschermt,… Terwijl het aantal miljardairs in de wereld blijft stijgen (ook in pandemietijden), blijven ondertussen miljoenen mensen vastgeketend zitten onder de (extreme) armoedegrens, en sterven er miljoenen van de honger. **Waar horen we vandaag stemmen als die van Mgr. Romero: “**Ongeacht de motieven, het doden van mensen is een afschuwelijke misdaad”? En als we ze nog horen hier en daar, in welke mate worden ze gedragen en gesteund door grote lagen van de bevolking? We kijken zo gemakkelijk naar onze eigen welvaart, naar wat we al bereikt hebben en wat we zeker nog willen bereiken, zonder solidair te strijden voor het ‘leven’ van mensen rondom ons (veraf en dichtbij).
In het tweede citaat dat we hierboven aanhaalden zegt Mgr. Romero dat het altijd gaat om: “… de mens, zoals die is opgevat door de ontwikkeling van de mensheid”. We verstaan dat als een oproep en tegelijk ook als een waarschuwing: dat de fundamentele waardering van alle mensen, en van elke mens afzonderlijk (waar ook op de planeet) altijd weer in alle situaties met dezelfde criteria moet behandeld en beleefd worden. Het is onmenselijk en daarom ook fundamenteel anti-evangelisch, van te dulden dat sommigen in extreme luxe leven terwijl anderen sterven van honger. Het leven van arbeid(st)ers in Bangladesh, Pakistan, Congo, Haïti,… is even veel waard als dat van mensen in Europa of in de USA of waar dan ook. We mogen geen twee maten en twee gewichten dulden wanneer het gaat om het ‘leven van mensen’. Op dat vlak staan we nog verschrikkelijk ver af van een ‘menswaardige’ mensheid.
In heel wat landen zijn er dit jaar verkiezingen. Voor welke politici kiezen we, opdat het er bij ons en in de wereld echt ‘menselijk’ aan toe zou gaan? Aan wie geven we onze stem opdat ‘leven’ belangrijker zou worden dan ‘kapitaal’, opdat menswaardig leven voor allen (voor meer en meer mensen) belangrijker zou zijn dan de (extreme) rijkdom van minderheden? Wie verkiezen we opdat er heel hoge belastingen zouden komen op de (extreem) grote winsten en inkomens, zodat lagere inkomens op een meer rechtvaardige manier kunnen gecompenseerd worden? Alles, ja werkelijk alles moet in dienst staan van de ‘menselijkheid’ – de menselijke waardigheid – van alle mensen, waar ook ter wereld. Alle mensen moeten het centrum en het doel zijn van de Staat, van de regeringen en van de instellingen, en nooit omgekeerd!!!!
Suggestie van vragen voor bezinning en actie, persoonlijk en in onze gemeenschappen:
In welke mate ben ik bewust van het feit dat heel wat van mijn kleren, schoenen,… gemaakt werden door medemensen die tot en met worden uitgebuit, in verschrikkelijke arbeidsomstandigheden? En als ik mij daar van bewust ben, wat doet dat met mij? Welke conclusies wil ik daar uit trekken?
Waar zien we vlakbij en veraf staatsinstellingen en wetten die werkelijk ten dienste staan van de menselijkheid van alle mensen? Kunnen we die versterken en er aan meewerken om ze universeler en meer werkbaar te maken?
Wat betekent het voor mij heel concreet vandaag: de wet (de Staat, de organisatie, de Kerk, de ideologie, de cultuur,…) moet altijd ten dienste staan van de mensen, en dat moet gelden voor alle mensen (zonder uitsluiting)?
Ludo Van de Velde
Ludo Van de Velde (1949), afkomstig uit Oelegem, leefde en werkte sinds 1977 in Centraal- Amerika. Hij was gedurende 9 jaren fidei donumpriester in Guatemala, El Salvador en Nicaragua. Hij is gehuwd en vader van twee dochters. Wonend in El Salvador was hij gedurende 25 jaren eerst ngo-coöperant en nadien regiocoördinator van Volens. Dank zij de diepe inspiratie van Mgr. Romero en de roep van arme mensen in kerkelijke basisgemeenschappen aan de rand van San Salvador, kon hij, samen met zijn vrouw Tere, de laatste 10 jaren met hen weer verder optrekken. Zo werd hij opnieuw wie hij altijd geweest was: priester in dienst van de armen en in dienst van het Evangelie. Sinds eind februari 2021 wonen ze in Brugge, dicht bij hun (klein-) kinderen, op zoek naar nieuwe uitdagingen.
Wekelijkse reflectie onder het licht van Romero - nr. 11. Negende zondag door het jaar-B – 2 juni 2024.
Wij aanvaarden het verbond met God, en wij zullen alles doen wat de Heer zegt.
“Wat hield het verbond dat God ooit met Mozes sloot eigenlijk in? Het was de bevestiging van de liefde van God, Die uit alle volkeren één volk koos om er Zijn volk van te maken – een volk waarvan de inwoners bereid waren om aan God te verzekeren: ‘Wij zullen alles doen wat de Heer zegt.’ (Exodus 24, 3 – eerste lezing op Sacramentsdag-B). … De grote bevrijding die Christus ons geeft, gedreven door de Eeuwige Geest - het is de eeuwige bevrijding, zo zegt de Bijbel vandaag. De bevrijding die ons uit de klauwen van de zonde en de hel rukt, en die de slavernij en de onrechtvaardigheid uit de wereld wil wegnemen. Het is de belofte van deze eeuwige bevrijding die de Kerk oproept om de verlossing effectief te prediken aan de mensen en die daarom - let wel - de bevrijdingsbewegingen steunt. Maar om effectief te zijn, wil de Kerk die bewegingen ook altijd zuiveren van de zonde en van machtsmisbruik. Het mag niet vreemd lijken dat de Kerk, die deze bevrijdende kracht als gave en belofte van God in zich draagt en de opdracht heeft om ze ook over te brengen naar de eisen van menselijke groepen – dat de Kerk altijd ook het kwaad zal aanduiden van deze menselijke groepen, daar waar ze misbruik maken van hun macht in hun (sociale, economische, politieke) eisen.”
Het is belangrijk de teksten van Mgr. Romero regelmatig te herlezen, zowel in de historische context van zijn tijd, als in die van vandaag, en dat altijd te doen in het licht van het Evangelie en vanuit de inspiratie van de Geest. Het lijkt erop dat op vandaag in recente politieke situaties bepaalde uitspraken van Mgr. Romero alleen maar gebruikt worden om allerlei eigen ideologische en politieke standpunten te rechtvaardigen. Getrouw onderscheidingsvermogen is één van de zeer belangrijke taken van het hele volk van God en ook van de kerkelijke basisgemeenschappen.
In het bovenstaande citaat uit zijn preek op Sacramentsdag-B in 1979 onthult Mgr. Romero nogmaals de twee dimensies van zijn profetische missie: (1) het aan de kaak stellen van structurele onrechtvaardigheden en de daarbij horende oproep aan de hele Kerk om zich aan te sluiten bij de bevrijdingsbewegingen, en (2) de aankondiging aan de sociale organisaties van de bevrijdende kracht van God en van Jezus enerzijds, maar tegelijk ook de aanklacht tegen de acties van deze organisaties “… wanneer zij misbruik maken van hun macht in hun (sociale, economische, politieke) eisen.”
Mgr. Romero is ervan overtuigd dat een Kerk die trouw is aan het Evangelie van Jezus en zich laat leiden door de kracht van de Geest, een fundamentele bijdrage moet leveren aan het werk van de bevrijding, zodat de verlossing concreet, historisch en effectief wordt. Dat is de reden waarom ze gelovigen oproept om zich aan te sluiten bij volksbewegingen, en meegaat in hun aanklachten tegen het onrecht en hun strijd om de levensnoodzakelijke rechten voor het volk te bekomen. Maar die integratie in de sociale bewegingen en die missie om hen te verenigen geeft aan de Kerk ook altijd de historische verantwoordelijkheid om zout en gist te zijn in dat hele gebeuren, en om er licht in binnen te brengen dat komt van aan de horizon van het Koninkrijk van God. De aartsbisschop vergeet dus niet de risico’s te vermelden die verbonden zijn aan het werk van de volksorganisaties – zeker wanneer zij hun eisen misbruiken, wanneer er in hun kringen strijd is om het leiderschap, of wanneer hun ideologische visie het noodzakelijke onderscheidingsvermogen in de weg staat.
Als tweede deel van deze reflectie willen we even terugkomen op het hoger aangehaalde citaat uit het Eerste Testament, Exodus 24, 3, waar het Joodse volk zich, als antwoord op Jahwe’s toewijding aan de volledige bevrijding van Zijn volk, engageert met de belofte: ‘Wij zullen alles doen wat de Heer zegt’. En we vragen ons daarbij af op welke momenten wij zelf vandaag de dag, persoonlijk, als gezin, als gemeenschap of als natie, diezelfde engagementsbelofte uiten: ‘Wij zullen alles doen wat de Heer zegt…’ Wij leven op dit moment nog steeds in een overgeërfd christendom, dat vorm kreeg in tijden van ‘kerkelijke winter’ (zoals verschillende theologen de periode van het pausdom van Johannes Paulus II en Benedictus XVI hebben genoemd), en dat vooral een meer devotioneel en charismatisch getint christendom blijkt te zijn. Het Joodse volk verklaart in die tekst van het Eerste Testament niet zozeer dat zij alles wat de Heer hen heeft aangekondigd enthousiast zullen belijden of vieren, maar wel dat zij zich er toe willen verbinden om alles te doèn wat de Heer zegt. Het zou kunnen beginnen met de tien geboden, zo bekend en zo vaak herhaald, ook in de catechese en de zondagsscholen: steel niet, lieg niet, dood niet,… Maar Jezus gaat nog een heel stuk verder: bij Hem gaat het over het gebod van liefde, barmhartigheid, toewijding en dienstbaarheid aan de armen, en om het schenken van vergeving.
In de politieke situatie die altijd nieuw en anders is, zijn we geroepen om samen deze grote verplichting op ons te nemen: ‘Doe alles wat de Heer zegt…’ Het is dus goed, maar niet voldoende om herdenkingsvieringen voor de martelaren te houden. Het is goed, maar niet genoeg om gebeurtenissen uit het verleden te gedenken en te vieren. Mooie herdenkingstoespraken mogen er zijn, maar ze zijn niet genoeg. Het is dringend noodzakelijk dat we in de eerste plaats de praktische toewijding serieus nemen om te doen wat moèt, om het Evangelie na te leven, en om te handelen in het licht van Mgr. Romero. En dit engagement zal altijd op een klein en bescheiden niveau beginnen, met onze persoonlijke daden, onze familie-ervaring en -beleving, het uitdagende voorbeeld van solidaire broederschap dat we geven in de gemeenschap, en onze deelname aan de volksbeweging,… We hoeven niet bang te zijn.
Tere en Ludo Van de Velde
Dit is een reflectie die oorspronkelijk geschreven werd voor zondag 6 juni 2021, en nu herzien werd voor de Negende zondag door het jaar-B, 2 juni 2024. Voor die zondag is er geen preek van Mgr. Romero beschikbaar. Daarom hebben wij voor deze overdenking een citaat genomen uit zijn homilie tijdens de eucharistieviering op Sacramentsdag-B, 17 juni 1979. Homilías, Monseñor Oscar A Romero, Tomo IV, Ciclo B, UCA editores, San Salvador, p. 530. 532.