Als jouw leven dreigt te verlammen, open dan je ogen
voor de mens naast je die je een spiegeltje voorhoudt
voor de mens naast je die je tegen de schenen
durft te schoppen
voor de mens naast je die bij je blijft
en je tranen verdraagt
voor de mens naast je die je geen antwoorden
maar alleen nabijheid geeft.
Je leven dat werd verlamd door je angst,
je eenzaamheid, je woede of verdriet
zal zachtjes openvouwen.
Beetje bij beetje, zoals de lentezon
de vriesbodem van de winter dooien doet.
Je leven dat werd verlamd door schuldgevoel,
door de afwijzing van eigen binnenkant,
de haat tegen je diepste zelf,
zal voorzichtig opstaan.
Zoals de eerste krokus aarzelend
de aardkorst openwoelt.
Als er iets in je leven dreigt te verlammen,
sluit je dan niet op, bouw geen huis om je heen
van verwijt en zelfmedelijden.
Open je hart, gooi het veilige dak van je leven open.
In het zonlicht dat binnenvalt,
zal je Iemand herkennen die naar de hemel wijst.
Hij zal je niet aanraken, geen mirakel uit de lucht
laten afdalen.
Hij zal slechts één iets doen…
Je in je eigen kracht laten staan.
Je doen geloven dat je veel te kostbaar bent
om voorgoed tegen de vlakte te gaan.
- door Vincent Duyck * bij de 7e zdj-B- * federatie St.-Andries-St.-Michiels-Brugge * bij Mc.2, 1-12