Genezing en zondevergeving, het is een interessante koppeling in het evangelie dat we hoorden. Er staat niét dat de man verlamd was geworden door zijn zonden.
Het zijn twee dingen die los van elkaar staan in dit verhaal, ook al kan er wel een verband zijn tussen de toestand van ons lichaam en onze geest. Er zijn mensen, vooral in Amerika, die alle ziekten psychologisch verklaren. Die zeggen: die ziekte heb je omdat je verkeerde gedachten koestert. En die verkeerde gedachten heb je omdat je niet in het reine bent met bepaalde dingen uit je verleden. Als je dat verleden maar loslaat en je gedachten positief maakt, dan wordt je vanzelf weer beter. Zo kun je in sommige boeken lezen. Klinkt mooi, en dat komt ook veel voor, maar je moet er geen dogma van maken. En deze gedachtegang gaat ook ontsporen als je een ander gaat voorhouden: jij bent ziek omdat je niet genoeg aan jezelf werkt. Het is dus je eigen schuld. Zo’n houding getuigt niet van echte betrokkenheid, van echte bewogenheid met een zieke. Het kan zijn dat iemand lichamelijk iets mankeert én ook geestelijk in de war is of zich zwak voelt. Een echte vriend of vriendin en een goede hulpverlener kijkt dan naar beide aspecten en probeert de zieke vanuit een echte betrokkenheid te ondersteunen, zowel op lichamelijk als op geestelijk vlak. Iemand die lichamelijk iets mankeert kan ook geestelijk achteruit gaan. Bijvoorbeeld door te gaan denken dat hij of zij niet meer echt meetelt en minder waard is. Iemand die geestelijk instabiel is kan ook lichamelijke klachten krijgen, of zich verlamd voelen.
Ik las in de krant dat nu al 1 miljoen Nederlanders antidepressiva hebben gehaald. Niet iedereen neemt ze ook daadwerkelijk in, maar het zegt toch wel iets over de innerlijke verlamming die zich van veel mensen meester heeft gemaakt. Een verlamming met een geestelijke oorzaak, die doorwerkt in heel hun bestaan. Vaak zij het mensen die zich onzeker voelen. Ze hebben het gevoel dat ze niet kunnen voldoen aan de eisen die deze tijd aan hen stelt. Met de medicijnen lukt het om weer in het gareel te komen. Dat is natuurlijk wel fijn, maar eigenlijk is het te gek voor woorden. De gevolgen worden bestreden, met pillen, maar naar de oorzaken wordt niet gekeken. Hoe komt het dat we elkaar zo gek maken? Komt dat door “De maatschappij”? Maar “de maatschappij” bestaat niet; de maatschappij, dat zijn wijzelf. Wat is dat toch, die onzekerheid? Waar komt ze vandaan? Is het omdat veel mensen traumatische ervaringen hebben, waar ze maar niet los van kunnen komen? Is het omdat nogal wat vaste rolpatronen weg zijn gevallen en we veel moeilijker een stevige identiteit kunnen ontwikkelen? Of komt het omdat we met zijn allen te oppervlakkig leven en het contact met onze ziel zijn verloren? Ik denk dat al deze factoren een rol spelen. Ik herken me wel in een uitspraak die ik las van een Vlaamse psychotherapeute en hoogleraar. Ze zei: “Als materie en consumptie de hogere spirituele waarden in het leven van mensen verdringen, liggen depressies, verslavingen en andere storingen en ontsporingen om de hoek van de deur”. Deze vrouw, Mia Leijssen, pleit voor een terugkeer naar wat ons bezielt en werkelijk vreugde geeft. Voor haar is innerlijk leren luisteren dé manier om contact te maken met je ziel.
Deze vrouw doet me denken aan die vier dragers, die de lamme voor de voeten van Jezus lieten zakken. Die dragers maakten de lamme geen verwijten. Ze zagen hoe hij leed onder zijn handicap, en ze zagen denk ik ook hoe hij zich minderwaardig en uitgerangeerd voelde. Ook deze psychotherapeute neemt de lichamelijk en geestelijke klachten van iemand als vertrekpunt en zoekt met hem of haar naar wegen om het contact met de ziel te herstellen; om te achterhalen waar iemand echt warm en koud van wordt, wat écht wezenlijk is voor hem of haar. Het gaat om het herstel van een bezield bestaan. Ze zegt: “Voeling maken met wat je raakt is een lijfelijke ervaring, die zich kan tonen als vreugde, verwondering, dankbaarheid, ook soms als ontzetting of walging. De ziel spreekt via het lichaam”. En zo is het.
Terug naar het Bijbelverhaal. Wat de vrienden doen is de verlamde bij Jezus brengen. Jezus wordt geraakt door hun vertrouwen. Goede vrienden, goede hulpverleners stralen ook dat vertrouwen uit: deze toestand is niet het laatste woord. Er moet genezing mogelijk zijn, geestelijk of lichamelijk of allebei. Jezus doet allebei. Jezus ziet zijn negatieve gedachten, de opstandigheid van de man, zijn verbittering. Het is zonde dat deze man zichzelf zo de grond in praat. Daar moet een einde aan komen. Dat ziet deze man ook wel. Hij wil eigenlijk wel anders, maar het is zo moeilijk. Dan hij ontmoet Jezus; hij krijgt in die ontmoeting weer contact met zijn diepste kern, met zijn ziel. Van daaruit kan hij zeggen: “Ik wil anders gaan leven, kom me toch te hulp”. En Jezus kan zeggen: “Ik begrijp je, en ik wil je steunen, ik vergeef je, vergeet de sombere gedachten en maak een nieuw begin”. Er wordt een begin gemaakt met de genezing van de ziel. En dat heeft meteen zijn weerslag op het lichaam. De depressieve gedachten wijken; deze man laat zich niet meer verlammen door negatieve gedachten. Het leven begint weer in hem te stromen. En als Jezus zegt: “Sta op”, dan is hij in staat om op te staan, zijn bed op te nemen en naar buiten te gaan.
Dit evangelie over Jezus en de lamme kan een spiegel zijn voor ieder van ons. Ons geloof, onze relatie met God kan ons helpen om meer van binnenuit te gaan leven. In de ruimte van God, in de geborgenheid van het geloof kunnen we naar binnen keren, oude patronen onderkennen en loslaten. Het leven kan weer in ons beginnen te stromen. Ons leven wordt stap voor stap weer een bezield leven. Het kan worden zoals we wel eens zingen in het lied van de steppe die zal bloeien: “Zij die zaaiden in tranen, zij keren met lachen en juichen”. Ons leven kan lijken als onder stenen bedolven. Zo verlamd kunnen we zijn. Maar dan, in dat lied: “Een hand zal ons wenken, een stem zal ons roepen: “Ik open hemel en aarde en afgrond”. En wij zullen horen, en wij zullen opstaan, en lachen, en juichen, en leven”. Moge dat zo zijn, bij ieder van ons. Amen.