Evangelieprikje (2009)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 7e zondag · groen

Als we even terugblikken op ons leven, weten we hoe moeilijk het is om iemand die ons diep gekwetst heeft, te vergeven. Langs de andere kant weten we ook hoe deugddoend het kan zijn als iemand ons vergiffenis schenkt. Over vergiffenis geven en ontvangen gaat het vandaag in de woorddienst. Al in de eerste lezing mogen we horen dat onze God niet een op wraak beluste God is maar een god die ons steeds weer nieuwe kansen wil geven. Door de lamme te genezen herhaalt en bevestigt Jezus het beeld van die vergevingsgezinde God. Ziek zijn en zonde, het is een link die we vandaag niet meer maken, maar in Jezus’ tijd was dat een voor de hand liggende link. In het stukje evangelie dat we vandaag lazen is trouwens niet het genezen maar wel het zonden vergeven het hot item. Omdat schriftgeleerden vinden dat alleen God zonden kan vergeven, vinden ze Jezus’ woorden aanstootgevend. Door Jezus voor te stellen als iemand die zonden kan vergeven, belijdt Marcus ons dat Jezus voor hem de Mensenzoon is in wie God zich wil openbaren. Dat God vergevingsgezind is en telkens weer iets nieuws met ons wil beginnen, is ongetwijfeld goed nieuws voor de mens die wel al eens zonde durft begaan.

En toch ben ik niet blijven hangen bij de discussie over wie al dan niet zonden mag vergeven. Het is het beeld van de lamme en zijn vier helpers die mij maar niet loslaat. Als ik mij dat tafereel voor de geest haal, dan doet het mij in eerste instantie altijd denken aan een kinderdoop. Een kind, dat nog niet op eigen benen kan staan, wordt daar door zijn ouders, peter en meter tot bij Jezus gebracht. Omwille van het geloof van die ouders, peter en meter dat zij uitspreken in mooie doopbeloftes, wordt het kind opgenomen in de Kerk en in het leven van de Verrezene. Door de rest van het verhaal wordt wel vrij duidelijk dat we met dat beeld niet veel meer aankunnen en toch. Mensen, vol van geloof, die anderen bij Christus brengen, het is toch een mooi beeld. Vooral als je dan beseft dat ze op barricades botsen: mensen die braaf en vroom aan het luisteren zijn naar de Blijde Boodschap. Maar via een creatieve oplossing brengen de vier dragen hun lamme tot bij Christus. Zie daar de twee vormen van Kerk-zijn: zij die zo aan Jezus’lippen hangen dat ze niet van Hem weg geraken en zij die proberen andere mensen bij Hem te brengen omdat hun geloof in Jezus hen heeft doen groeien in naastenliefde. Soms botsen die twee wel eens, al hoeft dat niet altijd. Maar het kan zijn dat een stille gelovige gewoon door te luisteren naar mensen die tegenslag gehad hebben in het leven die mens verder draagt in het leven en die andere zo op het spoor doet komen van die gans Andere. Mag ik een praktijkvoorbeeld geven? Een echtpaar is door de loop der jaren uit elkaar gegroeid en uiteindelijk eindigt hun huwelijk in een vechtscheiding. Het vechten maakt altijd slachtoffers, mensen die “verlamd” achterblijven. Gelukkig zijn er dan religieuzen en andere gelovigen die deze mensen niet laten vallen, maar die hen verder dragen in hun hart en in hun bidden. Zij kunnen deze mensen uitnodigen bij Christus. Misschien botsen ze dan wel op iemand die strikt de roomse regels volgt en die dus vindt dat deze mens moet uitgesloten worden van communie. Ofwel stopt het daar, ofwel vinden ze een creatieve oplossing om die mensen toch bij Christus te brengen, die ongetwijfeld ook tegen hen wil zeggen: " sta op, uw zonden zijn vergeven".

Dit verhaal kan de Kerk als geloofsgemeenschap uitdagen, in het ergste geval ons zelfs een geweten schoppen. Eerste vraag is of wij als gemeenschap geen barricade vormen voor mensen die op zoek zijn naar méér in het leven, wie weet naar Jezus. Zijn wij met andere woorden geen gesloten gemeenschap geworden die Jezus compleet opeist voor zichzelf? Laten wij nog openingen naar andere mensen of sluiten we de rangen? Tweede vraag is of wij mensen nog naar Christus brengen? Misschien kunnen we veel doen voor anderen maar dan lopen we het risico te verzanden in een activisme dat geen diepgang kent. Durven we mensen, al was het maar in gebed, bij Christus dragen? En de derde vraag is wie van ons de toestemming krijgt om zonden te vergeven? Hebben we voldoende vertrouwen in God en Jezus om dat aan Hen over te laten of steken we ons weg achter regeltjes van mensen uit een roomse ivoren toren en menen we dat zelf recht kunnen spreken? Ik ben er zeker van dat er geloofsgemeenschappen zijn die nog die openheid en dat vertrouwen hebbendie dit verhaal uitademt. Ook voor hen lonkt de verleiding zich af te sluiten van hen die zich dicht bij Jezus weten en een iets behoudsgezindere koers varen. Het zou jammer zijn mochten ze die openheid en dat geloof laten varen. Deze tekst kan heel confronterend maar ook zeer bevrijdend zijn: wie anderen gelovig door het leven draagt, zal uiteindelijk bij Christus geraken, ook al is het niet langs de gewone weg. Het moge voor iedereen die een alternatieve weg gaat met gekwetste mensen die volgens strikte regels niet meer thuishoren in onze Kerk, een duwtje in de rug zijn. Ik duim voor hen en Jezus blijkbaar ook want hun geloof was voldoende om de lamme zijn zonden te kunnen vergeven! Konden wij ook maar eens zo veel vertrouwen hebben.

Zoeken in Preken Online