Dragen en gedragen worden

B-cyclus · Tijd door het jaar · 7e zondag · groen

Ik denk dat velen onder ons zich de situatie van de lamme kunnen indenken. De ene mens ziet geen uitweg meer, de andere slaagt niet in zijn werk, een derde is ontgoocheld in de liefde, het werkt allemaal zo verlammend. Een getrouwde man kan zijn werk niet aan, thuis wordt hij niet begrepen, een vriendin geeft hem wat troost. Hij komt er niet toe er met zijn vrouw over te praten… en verlamd laat hij het hoofd hangen en laat alles aan zijn lot over. Een jongeman met een mooie carrière verdient veel geld. Maar plotseling weet hij dat die rijkdom zijn leven niet kan vullen. Hij zou raad willen inwinnen bij een priester en zich inzetten voor de anderen. Maar wat zullen die en die zeggen? Zullen zijn vrienden hem niet uitlachen, als hij niet zou slagen? Hij komt tot geen beslissing en voelt zich verlamd.

Al die mensen voelen nood aan andere mensen, die hen over die moeilijke situatie heen kunnen helpen. Welke zieke kan zijn ziekte alleen dragen? Welke dwalende heeft geen hand nodig die hem de weg wijst? Kinderen zeggen het ons zeer duidelijk, dat zij hulp behoeven. Zij zijn nog niet geremd door menselijk opzicht en zij staan veel dichter bij het leven. Een kind dat ziek is, wil niet alleen gelaten worden. Voortdurend roept het om zijn mama. Heel spontaan drukt het dat diepe verlangen uit dat in elke mens aanwezig is: ik wil niet alleen gelaten worden! Ik wil iemand dicht bij me hebben! Hoe zieker de mens is, hoe meer hij verlangt naar een hand die hem niet loslaat. Een kind dat gestraft wordt, uitgestoten wordt uit de gemeenschap, roept om verzoening. Ook in zijn schuld wil de mens niet alleen gelaten worden. Voor God hoeft niemand verlamd te zijn. Jezus weet beter dan wie ook, dat ziekte en schuld hand in hand gaan. Zestig procent van onze zieken lijden lichamelijk omdat zij geestelijk niet gezond zijn. Heel vaak hebben ze vergeving nodig. Daarom zegt Jezus eerst tot de lamme: ‘Uw zonden zijn u vergeven’. Jezus is niet alleen de geneesheer van de zieken, maar veel meer de Verlosser van de zondaars. Ook in de zonde wil Jezus de mensen nabij zijn. Door het geloof in Jezus kan elke lamme weer lopen en een nieuw leven beginnen. De mens moet de moed hebben om de vergeving van Jezus aan te nemen. ‘Opdat gij zult weten dat de Mensenzoon de macht heeft om zonden te vergeven, zeg Ik u: Sta op’. Hier in Kafarnaüm getuigt Jezus van de vergevende liefde van God. Wat Hij daar begonnen is, zet zich voort in de Kerk, in Rome, maar ook in onze parochie.

Wij willen het niet graag bekennen, dat wij vergeving nodig hebben. Vergiffenis van de zonden: dat is het begin van de Blijde Boodschap van Jezus. In dit evangelie staat wel heel opvallend: de lamme werd door vier mannen gedragen tot voor de voeten van Jezus. En dan lezen we: Toen Jezus hun geloof zag, zei Hij tegen de lamme: uw zonden zijn u vergeven. Deze lamme werd gedragen door het geloof van zijn begeleiders. Hij stond niet alleen bij Jezus, hij was omringd door een gelovige gemeenschap.

Wij mogen onze lammen niet alleen voor Jezus’ voeten laten staan. Zij moeten gedragen worden door een gelovige gemeenschap, die hen helpt om vergeving te vinden. Wij bidden tijdens de eucharistieviering: ‘Sla geen acht op onze zonden, maar zie neer op deze gelovige gemeenschap’. Wij krijgen vergiffenis binnen een gelovige gemeenschap, binnen de Kerk. Dit wordt bijzonder aanschouwelijk uitgedrukt in onze biechtvieringen. Daar draagt het geloof van de gemeenschap de verlamdheid van de enkeling. Soms zijn wijzelf de lamme, die gedragen moet worden, een andere keer zullen wij bij de dragers zijn, die de lamme moeten ondersteunen. Iedereen heeft het woord van vergeving nodig. Dit woord kunnen wij onszelf niet toespreken, het moet door iemand anders gesproken worden. Dat doet de Kerk in de naam van Jezus. Overal waar in de naam van Jezus vergeving wordt geschonken, worden wij vervuld van een heilig ontzag. Ja, wij danken en loven God, die zoiets mogelijk maakte binnen de Kerk van Jezus.

Zoeken in Preken Online