1Zesde zondag door het jaar B 2012
Vaak hoort de mensen zeggen: tegenwoordig is alles toegelaten. We leven in een grensoverschrijdende tijd.
Ik zag al een tijd geleden op TV een gesprek met een bekende Vlaming. In dat gesprek werd hem terloops de vraag gesteld. ‘Ben je getrouwd?’ ‘Neen’, zei hij, ‘maar ik heb wel vier kinderen.’ Applaus bij de aanwezigen. .‘En zie je die vaak’, vroeg de reporter? ‘Neen’, zei hij, ’eentje woont in Guatemala bij haar moeder, de zoon in de States, nog twee in Zuid-Afrika. De moeders doen het echter prima. En eens per jaar doe ik zo de toer van de wereld…’ Sympathiek gemompel in de zaal. - In deze tijd moet dat kunnen, zei een commentator.
Heel vaak hoort men dat zeggen: in deze tijd moet dat kunnen. Spotten wat andere mensen belangrijk vinden is bij sommige mensen in. In deze tijd moet dat kunnen. - Het gebruik van drugs? In deze tijd moet dat kunnen.
Ik bedoel het volgende: we leven in een tijd dat grenzen steeds verlegd worden. Grenzen verleggen op moreel en sociaal gebied is in. Maar bijna altijd in dezelfde richting: ik doe wat ik wil en niemand heeft daar zaken mee.
Maar grenzen verleggen in een andere richting waarbij we ons eigen persoontje wel eens moet inbinden: zoiets is minder populair. Solidariteit met mensen zonder papieren, met de derde en de vierde wereld, met uitgestotenen en marginalen: dat is minder in.
Maar laten we daarover niet verder klagen. Laten we eens nagaan wat het evangelie van vandaag vertelt. Het gaat over een melaatse, een uitgestotene bij uitstek. Het is hen ten strengste verboden in aanraking te komen met gezonde mensen. Ze mogen geen beroep uitoefenen. Een melaatse mag zelf geen gezin stichten. Hij mooet geïsoleerd leven.
Wat gebeurt er in het evangelie van vandaag? Jezus raakt hem aan. Hij overtreedt daardoor de wet. Hij wordt daardoor zelf onrein. Met andere woorden: Hij gaat te ver. In die tijd mocht dat niet. Voor zijn goede naam bij de goegemeente is dat erg onhandig.
Ik heb het al vaak verteld. We moeten, altijd in het evangelie tussen de regels leren lezen. Het mirakel is eigenlijk niet belangrijk. Dat Jezus zijn handen vuil maakt - misschien letterlijk - om die man terug op te nemen in de gemeenschap, dat is wel belangrijk. Hij maakt van die melaatse weer een mens. In de ogen van de wetsgetrouwe schriftgeleerden gaat Hij wel te ver. Hij zet zichzelf buiten de wet. Hij overtreedt de wet van Mozes! En daarmee wordt in het Oude Testament niet gelachen.
Maar met Jezus begint het Nieuwe testament. Hij gaat niet te ver, integendeel. Wanneer mensen zich isoleren van andere mensen, verdorren ze, kwijnen ze weg. Voor Jezus primeert de mens. Hij wil leven geven in overvloed. Ergens staat in het evangelie: de mens is er niet voor de sabbat; de sabbat is er wel voor de mens.
Het evangelie van vandaag is een oproep tot ons: niet bang zijn onze handen uit de mouwen te steken en eventueel onze vingers te verbranden wanneer het erop aankomt mensen meer mens te doen zijn. Dat is de manier van doen van Jezus Christus, waarvan wij zeggen dat we zijn volgelingen zijn.
Men zegt de laatste tijd nogal vaak dat geloven een privé-zaak is. Zoiets zeggen is in. Maar wie dat beweert heeft niets begrepen van het evangelie. Geloven is niet alleen egoïstisch zorgen voor onze eigen ziele zaligheid. Om God te kunnen eren moeten we uit onszelf breken en niet alleen met onszelf bezig zijn. We zullen God eren als we mensen rondom ons, in Jezus’ naam, rechtop helpen leven.
Als we ooit zullen moeten rekenschap geven van onze manier van leven, dan zal het daarover gaan. ‘Ik was melaats, en gij hebt Mij de hand gegeven…’ Weeral een beeldspraak, op zijn bijbels. ‘Ik was van geen tel en gij hebt mij geholpen rechtop te leven.