6e zondag door het jaar (2009)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 6e zondag · groen

WELKOM

Vandaag horen we het derde wonder op rij dat Jezus aan het begin van het Marcusevangelie verricht. De verhalen worden steeds groter en trekken steeds meer de aandacht. Jezus wil niet dat er te veel ruchtbaarheid wordt gegeven aan deze wonderen. Toch is de beweging die Hij op gang brengt onstuitbaar: van alle kanten komen de mensen naar Hem toe.
Wat gebeurt er met de mensen: onbevangen en enthousiast vertellen zij hun levensverhaal, dat hun verhaal met God is geworden. Zij laten dit nooit meer los, wat er ook gebeurt.
Ook wij worden geraakt door God, we worden hier zelfs door Hem gevoed en dat laat ons niet meer los, wat er ook gebeurt.\

HOMILIE

Opnieuw heeft Jezus een ontmoeting met een geschonden mens. Na de bezetenen en de koortsige schoonmoeder van vorige weken, is er nu een melaatse, een leprapatiënt die zich tot Jezus went. Er wordt niet verteld hoe de omstanders gereageerd hebben op deze ontmoeting. Het houdt een groot risico in, omdat Jezus de kans liep om zelf ook onrein te worden. De procedure om de man naar de priester in de tempel te sturen, zodat hij genezen verklaard kan worden, kan Jezus ook vrijwaren om zelf als onrein beschouwd te worden.
De eerste lezing, genomen uit het hart van de Joodse wet, uit Leviticus, geeft een reden en een rechtvaardiging om zich van die mens af te wenden. Die mens wordt uitgestoten. Deze mag eigenlijk geen mens meer heten en wordt niet meer tot het volk gerekend zolang hij ziek blijft. Begrijpelijk wanneer het volk zich moet beschermen tegen besmettelijke ziekten. Jezus wendt zich echter niet af, integendeel: Hij steekt zijn hand uit en raakt de zieke zelfs aan. Hij overschrijdt de grenzen van het betamelijke die door Leviticus waren vastgelegd.
De blik waarmee Jezus naar de melaatse kijkt, is een blik vol ontferming. Hij wordt door medelijden bewogen. Het is de blik van de Vader zelf. Het is de blik van een liefdevolle Schepper die geen schepsel verloren wil laten gaan, die geen van zijn kinderen vergeet, ook al zijn ze nog zo geschonden. Deze blik van Jezus hebben de leerlingen opgemerkt en dit heeft hen op een nieuw spoor gezet, het spoor van de levende God. Het heeft hen ontroerd te ervaren dat God op die manier liefdevol naar de mensen kijkt. Wat betekent het eigenlijk als we God schepper noemen? Het is Jezus die voor ons duidelijk maakt wie God is, Vader en Schepper van ons bestaan. Hij opent ons voor die blik van de Vader naar zijn schepping en zijn schepsel. In Christus wordt dat een verlossende en bevrijdende blik.
De term Schepper kwam deze week uitgebreid ter sprake. Donderdag werd herdacht dat Charles Darwin 200 jaar geleden geboren werd. Hij heeft de evolutietheorie uitgewerkt als verklaring voor de huidige variatie in levensvormen en de verspreiding van de soorten over de aarde. In de negentiende eeuw sloeg dit in als een bom, omdat men dit niet kon rijmen met de bijbelverhalen over de schepping. De verklaring van Darwin betekende voor velen dat er voor God geen plaats meer was en dat de Bijbel afgedaan had.
In de berichtgeving van de afgelopen week leek het alsof de negentiende eeuw weer teruggekeerd was. De theorie van de evolutie werd gebruikt als argument om te bewijzen dat geloof heeft afgedaan. Het is in de ogen van velen heel simpel: ofwel je gelooft in Darwin en je bent evolutionist of je bent een creationist en gelooft in de letterlijke betekenis van het scheppingsverhaal in zeven dagen. Op die manier wordt de theorie van Darwin tot een levensovertuiging verheven die niet alleen alles verklaart, maar die evenzeer betekenis en zin moet geven aan het leven. De christelijke levensovertuiging wordt dan vervangen door een nieuwe levensovertuiging.
Er is echter geen sprake van twee levensovertuigingen waarbij ofwel de ene waar moet zijn of wel de andere. Het moge duidelijk zijn dat de evolutieleer van Darwin niet meer is dan een wetenschappelijk theorie. Deze theorie, ook al is die inmiddels flink bijgesteld, geldt nog steeds als logische verklaring voor de ontwikkelingen van de levensvormen op aarde. Daarmee is nog niet alles gezegd. Als je puur wetenschappelijk kijkt, zoals Darwin, zoals een natuurwetenschapper, dan zijn alle levensvormen gelijk. Dan heeft ieder levend wezen zijn plek in de natuur en is iedere soort onmisbaar en moet deze als zodanig gerespecteerd worden. Anderzijds betekent dit dat er soorten moeten verdwijnen en dat de sterkere meer kansen krijgt dan de zwakkere. Het doel van iedere soort is overleven en de zwakkere heeft daarin geen plaats.
Het scheppingsverhaal vertelt ons geen theorie over de manier waarop de soorten tot stand gekomen zijn en over het tijdsverloop dat God daarbij in acht heeft genomen. Het scheppingsverhaal biedt ons een levensbeschouwing die ons de ogen opent voor de schoonheid van de wereld om ons heen en voor de bijzondere opdracht die de mens in zich draagt. Deze wereld waarin wij leven is immers verre van volmaakt en verwijderd van de oorspronkelijke Liefde die aan de wieg van alles heeft gestaan. De melaatse die zich tot Jezus wendt is als het ware teken van de pijn en het verdriet waar we allemaal getuigen van zijn. Ons antwoord is dan niet dat we ons afwenden omdat dit lijden en zulk verdrietig leven er eigenlijk niet mag zijn of hooguit een treurige speling der natuur. Wij noemen God Schepper en beseffen dat Hij ons roept om in navolging van Jezus de zwakke en uitgestoten mens weer een plaats te geven in de mensengemeenschap. Op die manier stijgen wij uit boven wat een natuurlijk instinct is om te overleven. God heeft ons andere maatstaven ingegeven dan natuurlijke selectie en het recht van de sterkste. Christus bevrijdt de mensheid van die hardheid en wijst ons de weg naar de nieuwe mens die door zijn heilige Geest wordt geïnspireerd. Moge wij altijd die Geest in ons eigen bestaan herkennen en verstaan. Amen

Zoeken in Preken Online