De genezing van de melaatse (2006)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 6e zondag · groen

In de stoet van zieken die op Jezus afkomen is er nu een melaatse. - Wat hier onder melaatsheid wordt bedoeld, is niet louter onze lepra, maar ook tal van verscheidene huidziekten. De Nieuwe Bijbelvertaling spreekt van “huidvraat”, een nieuw woord. - Zulke huidszieken waren moeilijk te genezen. Zij werden beschouwd als besmettelijk voor de anderen; zij werden ritueel onrein verklaard en verbannen buiten de gemeenschap, verworpen en met schaamte overladen als gestraften door God. Zij werden als levende lijken gezien ; hun genezing was als een verrijzenis. -We zouden de vergelijking kunnen maken met de huidige aids-patiënten, of mensen afschuwelijk toegetakeld door ziekte, accident of allerlei vormen van handicap, die men vlucht of isoleert.\

  • Zo iemand heeft nu het lef zijn “cordon sanitaire” te doorbreken, bij Jezus te komen, zich neer te werpen en genezing af te smeken. Jezus had meerdere contacten met melaatsen. Eens waren er tien tegelijk bij Hem. Een andere keer was Hij te gast bij Simon de Melaatse.
    * Twee dingen zijn hier merkwaardig:
  1. We lezen dat Jezus “door medelijden bewogen werd”. Het onderliggende Aramese woord is veel sterker. Het gaat om een geschokt worden in de ingewanden, met trillingen doorheen heel het lichaam. Er zijn twee Griekse vertalingen, die men in het Nederlands weergeeft zoals hier: “door medelijden bewogen”, en ook veel sterker: “trillend van woede”. Het is feitelijk de twee samen.
  • Men moet Jezus’ reactie bekijken met Joodse ogen. Voor de Jood was de schepping het eerste onaantastbare gegeven; de schepping was goed. Een kwaal was een schending van de schepping, een afbreuk van wat God met zijn schepping had bedoeld. Daarom is Jezus bij deze zieke geweldig geraakt. Dat doortrekt Hem met een enorme huiver. Dat maakt Hem zelfs toornig. Voor een Jood was een mirakel niet iets uitzonderlijks, niet iets bijkomstig, maar een passende correctie in de schepping. En zoiets lag vanzelfsprekend in de handen van God. Zulke genezingen zouden de tekens zijn van de Messias; ze zouden een krachtig signaal zijn dat zijn tijd was aangebroken: het complete herstel van al wat gebroken was (Jes. 35, 5-8; Mt. 11,5 en Lc 7,22).

  • De melaatse is een Jood. In zijn buiging tegen de grond is hijzelf een levend gebed. Als Jezus de Messias is, moet Hij dat teken kunnen stellen: “Als Gij wilt, kunt Gij mij reinigen.” Het is de kortste dialoog van het evangelie: “Ik wil, word rein.” Jezus zegt niet: " Ik wil het “, maar: “Ik wil”. Hij legt de klemtoon niet zozeer op wat Hij wil, maar op de kracht die in Hem leeft. Hij heeft de melaatse aangeraakt. Een kracht verliet Hem. En terstond was de melaatse genezen en gereinigd. Marcus gebruikt vaak het woord “kracht” bij wonderbare genezing en exorcisme.

  1. Het tweede is dat Jezus hem op strenge toon verbiedt zijn genezing uit te bazuinen. Alleen moet hij het voorschrift onderhouden zich bij de priesters aan te melden. Alleen zij waren gemachtigd de genezing officieel vast stellen en de man terug brengen in de samenleving.
  • Het is net alsof Jezus’ genezingskracht zwakheid is, iets onweerstaanbaars, onbedwingbaars in Hem. Het is Hem te sterk. Hij kan het niet laten. Het is alsof al die zieken zelfs bijna buiten zijn wil misbruik maken van Hem. Hij wordt a.h.w. slachtoffer van zijn goedheid. Dat zien we bij de vrouw die genezen werd van bloedvloeiing: “Wie heeft Mij aangeraakt ?” (Mc 5,30). En heel wat anderen die zijn kleed mochten aanraken werden gezond (Mc 6, 56). Een kracht ging spontaan van Hem uit zonder dat Hij scheen te weten wie precies genezen werd.

  • De mirakelen lieten feitelijk blijken wie Hij was. Ze verwezen naar wat Hij met zijn Rijk Gods bedoelde. Maar ze betekenden ook een gevaar. Ze konden zijn zending in de weg staan, of doen mislukken, indien men ze verkeerd verstond of niet de juiste conclusies trok. Zijn Rijk immers zal niet zomaar het materieel geluk op aarde zijn. Niet zomaar het lichaam. Hij wil heel de mens genezen, en dat is tot in zijn kern. Zijn genezing is de verlossing van de hele mens. En die gaat veel verder en veel dieper dan mensen het zien en verlangen. Een genezing die ook zijn geest nieuw maak, en die naar de verrijzenis verwijst. Pas dan is de schepping hersteld. En dat begreep men niet. Zo bekeerde Kafarnaüm zich niet. Zijn tekenen drongen niet door zoals ook zijn parabelen eerst niet werden gesnapt: “Verhard is het hart van dit volk”(Jes. 6,9-10; Mt 13,15). Het zal het grote misverstand blijven. Daarom zal Jezus voortdurend herhalen: “Zwijg. Zwijg stil.” Ze zouden Hem verkeerd begrijpen, met alle gevolgen. Dat werd het Messiaans geheim.

* En daarin ligt een les voor ons. Bij ons leeft de bekoring ons christendom terug te brengen tot een sociale service, of missie te herleiden tot ontwikkelingswerk: een puur binnenwereldlijk, materialistisch, marxistisch, of kapitalistisch christendom. Dat is het verraad aan het evangelie. Meer dan ooit roept de mens vandaag ook naar de genezing van zijn hart; naar ware verlossing.

Zoeken in Preken Online