Beste Vrienden,
in een viering met zoveel swung,
met opgewekte liederen,
met levendigheid aan alle kanten,
daar past toch zo’n woord van Job niet in.
Wat een ellende komt daarin naar voren,
zo zwaar als aan alles wordt getild.
Mijn eerste reactie was: daar mag wel een heel vrolijke preek tegenover staan.
Waarom houdt Job zijn mond niet dicht? Dat doen mensen niet….
waarom valt hij ons ermee lastig? zo doen we dat….
waarom in de liturgie opgenomen? omdat het ons wijzer maakt….
Je kunt in elk geval zeggen: Job is een mens met vragen.
Het is niet helemaal duidelijk of Job zijn vragen nou aan een van zijn vrienden stelt,
of dat ze misschien toch rechtstreeks tot God gericht zijn.
Maar maakt dat veel uit?
Job is een mens met verwachtingen;
hij heeft verwachtingen van zijn vrienden,
want anders hoefde hij niet kwaad op hen te worden.
hij heeft verwachtingen van God,
want anders had hij net zo goed kunnen zwijgen.
Job roept God erbij, omdat hij God kent,
omdat hij weet dat God niet buiten mensen kan,
want de naam van God is immers: Ik ben erbij, bij jou.
Roep God erbij, bij de zwaarte van het leven,
bij wat voor vragen je ook hebt,
en weet diep in jezelf: God laat je niet schieten, God laat geen mens schieten.
Dat is niet het antwoord op alle vragen,
dat is hooguit een voorzichtig pad om te gaan,
misschien wordt het een weg om te leren het uit te houden met de vragen,
er niet onderdoor te gaan, staande te blijven.
Hoe kan een mens dat leren?
In het evangelie laat Jezus ons zien hoe Hij dat leerde,
hij trekt weg uit de drukte, weg van de synagoge,
weg van het huis van Petrus, weg van de hele stad voor de deur;
hij gaat naar een plaats waar hij alleen kan zijn.
Daar gaat hij niet heen om te slapen of uit te rusten,
maar een plek om alleen te zijn om te bidden,
een plek om stil te staan bij zijn band met God,
een plek om de vragen van zijn leven,
en de druktes en de onzekerheden en de twijfels
om dat alles aan God voor te leggen
en er een weg in te vinden, een weg om te gaan,
een weg die past bij hem en bij zijn roeping,
om te groeien in de zekerheid: God hoort,
zo gaat God met mensen om, omdat hij immers met mensen is begaan.
In de stilte,
om de vragen toe te laten,
en te zoeken naar antwoorden,
en te hopen op een spoor van antwoord,
een spoor van licht,
van verlichting van de last die het leven soms is;
en ieder moet daarin zijn of haar eigen weg, eigen stilte, en eigen antwoord vinden.
En als je als mens ruimte gemaakt hebt om jezelf te vullen,
in een kerkdienst bijvoorbeeld,
of in een stukje bijbellezing regelmatig,
of andere teksten die je bezinnend voeden,
of sommige programma’s op radio of tv,
als er maar iets is van openheid voor de vragen die het leven stelt,
als er maar openheid is voor het antwoord dat God op welke manier dan ook
naar je toe laat komen.
Heeft Jezus het gevonden in die stilte, in dat gebed?
Hij wordt gestoord door Petrus : Heer, iedereen zoekt U.
En Hij antwoordt ontwijkend,
laten we ergens anders heen gaan;
Hij ontwijkt het zoeken van allen.
Wat zoeken ze?
Hij heeft toch al gegeven wat Hij te brengen heeft:
Gods boodschap van heil dat nabij is gekomen,
niet alleen in zijn woorden,
maar ook in zijn daden, in tekenen van genezing.
Wat zoekt iedereen hem dan nog?
Of zouden ze hem graag in hun midden willen houden,
misschien wel op een troon zetten,
want je weet maar nooit hoe makkelijk het is
om zo’n wonderdoener dicht bij de hand te hebben.
Wat zoekt iedereen Hem toch?
Weten ze dan nog niet dat het nu aan henzelf is,
de boodschap van het koninkrijk is gebracht,
loop dan niet langer achter mij aan,
maar ga zelf doen wat ik doe,
laat de tekenen van het Rijk van God nu uit jullie handen komen.
Vandaag is het Memisa-zondag ;
kijk, dat is toevallig heel treffend,
want de mensen van Memisa die laten het er niet bij zitten:
in Kenya bijvoorbeeld;
Memisa zegt: iedereen heeft recht op gezondheidszorg,
niet alleen in rijke landen, maar net zo in arme landen;
kennis overdragen aan de lokale bevolking is speerpunt van die filosofie.
De collecte straks is er om Memisa dit werk te kunnen laten doen;
tekenen van het rijk van God uit onze handen.
Het is met Jezus gelopen in zijn leven zoals het gelopen is,
en het evangelie vertelt dat achteraf, natuurlijk.
Jezus verbiedt de boze geesten die hij uitdrijft te spreken.
Waarom toch?
Stel je voor dat Jezus vanaf het allereerste begin erkend was als Gods gezalfde,
zou hij dan nog zo gewoon de weg van de mensen hebben kunnen gaan?
Hij zou gelijk op een troon gezet zijn,
apart gehouden,
zou nooit meer in het gewone van het leven
zijn discussies met de Farizeeën gehad kunnen hebben,
en zou ook nooit hebben kunnen laten zien hoe ver zijn liefde voor ons ging:
dat hij zichzelf als brood te eten zou geven;
al die tekenen van het koninkrijk
die er nu in de verhalen van het evangelie zo gewoon bij horen;
zoals de schoonmoeder van Petrus
die een levend voorbeeld is van wat er gebeurt als je je bij de hand laat nemen,
* letterlijk in dit geval - door deze prediker van Gods rijk:
Hij deed haar opstaan, - alsof het al Pasen is,
niet langer onder de invloed van koorts, of onder invloed van wat dan ook
Hij doet haar opstaan
en zij bediende hen;
en let op; talloze mensen zijn hierover gevallen;
`ja, omdat ze vrouw is moet ze bedienen,’
nee, Jezus heeft haar doen opstaan,
opdat zij zou kunnen oppakken wat haar in het leven te doen staan:
en dat is dienen, dienstbaar zijn achter Jezus aan,
niet omdat ze vrouw is,,
maar omdat dat het achtwoord is van Jezus:
om te dienen ben ik gekomen.
Ze is opgestaan om diaconaal te kunnen leven ,
om op haar plaats uiting te geven aan de tekenen van het koninkrijk van God, een mens dienstbaar aan andere mensen.
Zo is God in ons midden.
Amen.
Openingsgebed
God van mensen, U zingen we toe
hier in uw huis waar wij zijn samengekomen.
Gij kent elk van ons bij name.
Tot U bidden wij,
dat wij uw levend woord mogen verstaan
en dat het ons sterk maakt op onze weg door het leven;
dat het een woord van bevrijding mag zijn
op weg naar uw koninkrijk in ons midden,
in eeuwigheid. Amen.
Slotgebed.
God van liefde,
U nodigt ons uit in het voetspoor van Jezus
weldoende rond te gaan en mensen van liefde te worden.
Beziel ons met zijn Geest
opdat ook wij ons door U
geroepen en gedragen weten.
En waar wij metterdaad
uw rijk nabij brengen , stap voor stap -
wees daar aanwezig
met de helende kracht van uw genade.
Dat bidden wij U, voor vandaag en alle dagen,
tot in eeuwigheid. Amen.