De zoon van een rabbi is aan het bidden. Als de rabbi binnenkomt in de kamer hoort hij een kind wenen in de hoek van de kamer. Hij gaat naar zijn zoon en vraagt of hij niet hoort dat er een kind aan het wenen is. De zoon antwoordt dat hij het kind niet gehoord heeft omdat hij in gebed bij God was. De rabbi schudt het hoofd en antwoordt dat iemand die tijdens het bidden een kind niet hoort wenen niet bij God maar bij zichzelf is. Een kort verhaaltje om duidelijk te maken dat bidden en dagelijkse inzet voor God niet uit elkaar kunnen getrokken worden. Voor wie nog niet overtuigd is - en zo zijn er toch heel wat in onze seculiere maatschappij - kan het evangelie van vandaag enige klaarheid brengen. In het tweede deel van het leen zoals het is “een dagje Kafarnaüm"zien we een Jezus aan het werk die als hij uit de synagoge komt mensen heilzaam nabij is en af en toe op adem komt in stil gebed. Alleen dat al is een zeer belangrijke les voor christenen van vandaag die meer dan ooit het risico lopen om hun druk bezette agenda na te lopen zonder tijd en ruimte te creëren om de persoonlijke relatie met God met gebed en bijbellezing te voeden en te verdiepen. Natuurlijk, er moet zoveel gedaan worden en we zijn steeds met minder, maar dat is nauwelijks een excuus. Ik zal zelfs meer zeggen: wie enkel probeert zo veel mogelijk te doen, het mag dan nog voor de Kerk zijn, zonder zich te voeden aan gebed en bijbel en eucharistie, wordt binnen de kortste keren depressief, wrokkig en zal vlug vergeten dat we een Blijde Boodschap te verkondigen hebben. Wie zich niet laaft aan de bron van waaruit hij leeft, zal vlug droogstaan.
Maar er is nog iets anders dat vandaag mijn aandacht getrokken heeft. Er blijven mensen toestromen maar Jezus vraagt aan zijn leerlingen om ergens anders naar toe te gaan. Raar toch: wil Jezus dan niet alle mensen helpen? Is zelfs Jezus iemand die aan vriendjespolitiek doet en de familieleden van zijn volgelingen geneest? Uiteraard niet, maar waarom vertrekt Hij dan? Het antwoord ligt in de tekst besloten : “zodat ik ook elders de Blijde Boodschap kan brengen”. Mensen genezen en demonen uitdrijven is niet de reden waarom Jezus gezonden is. Het zijn enkel tekenen die ons willen leren dat God niet wil dat mensen ziek zijn en bezeten zijn door geesten die het kwade met de mens voorhebben. Met zijn spreken en handelen wil Jezus ons een voorpoefje geven van de wereld zoals God hem gedroomd heeft, datgene wat wij het Rijk Gods noemen. Hij had zich gemakkelijk kunnen settelen in Kafarnaüm en een bloeiende praktijk als genezer kunnen beginnen, maar dat is zijn doel niet. Trekken we dat door naar deze tijd en dan lezen we in dit verhaal dat we ook moeten opletten dat we het Blijde nieuws niet alleen aan een select publiek verkondigen. In tijden waarvan sommigen zeggen dat de Kerk in crisis is, lijkt het heel verleidelijk ons te beperken tot ons kerkvolk, we zullen daar al werk genoeg mee hebben. Op zich is daar niets tegen, maar moet een gemeenschap die zichzelf christelijk noemt ook niet openstaan voor de ‘buitenwereld’? Het is sympathiek dat de Gentse bisschop voorgaat in de uitvaart van twee slachtoffers van het drama in Dendermonde, maar is hij als mens ook aanwezig geweest in de burgerlijke plechtigheid van een ander kindje? Of is de pastoor daar aanwezig? We moeten daar niet zijn om propagandistische redenen, gewoon als teken van een christelijke gemeenschap die meeleeft. We mogen ons niet opsluiten in een ghetto van gelijkgezinden, zo’n warm nest is goed als uitvalbasis maar mag ons niet beklemmen. Vandaar uit trekken we als stille getuigen de seculiere wereld in. Het is iets wat godsdienstleraren bijvoorbeeld doen, zelfs in scholen die zichzelf christelijk noemen, wat pastores doen in instellingen en ziekenhuizen. Moge we in ons gebed ook even aan hen denken.