5e zondag door het jaar (2003)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 5e zondag · groen

Ieder van ons overkomt het wel eens dat je ’s nachts niet kunt slapen.
Als dat het geval is, dan lijkt het of de tijd kruipt. Vaak denk je dan: was het maar morgen.
Een keertje een nacht niet kunnen slapen, is niet leuk, maar dat kan gebeuren.
Erger is het als je wakker ligt van de pijn, of als je niet kunt slapen van de zorgen die je hebt. Wanneer je gekweld wordt door angst of door verdriet en je kunt dan niet slapen, dan voel je je gewoon ellendig.
Je ziet vaak geen uitzicht op zo’n moment en je hebt dan ook geen hoop dat zaken zullen veranderen, beter zullen worden.
Job is hier zo’n voorbeeld van.
De nachten geven hem geen rust, hij kan de slaap niet vatten.
Maar ook de dagen bieden hem geen troost.
Job verbindt zijn leven met dat van de arbeider en de slaaf. Ieder dag is het zwoegen en alle dagen zijn hetzelfde. Er zit geen enkele verandering in, laat staan een verbetering. Zèlfs vooruitzicht op verbetering is er niet. Wat Job ook naar voren brengt, er komt geen verandering in zijn situatie. Hij realiseert zich dat de tijd voorbij vliegt en dat de dagen hem geen hoop bieden. Verbetering van de situatie is voor hem niet weggelegd. Alle hoop hierop ontbreekt hem.
Als er geen hoop meer is, dan is het leven zinloos geworden. Waar vind je dan vrede en rust?
Het is het ergste wat je iemand kunt ontnemen: de hoop. De hoop dat het eens anders wordt, dat er uitzicht komt op verandering.

Het mooiste wat je iemand kunt geven is: hoop.
Dat de mensen geloven, dat verwondert God niet. Dat mensen zoeken naar liefde is ook geen wonder. Dat mensen in staat zijn te blijven hopen, dat is een wel een wonder.
Zonder dat wonder van de hoop zou de wereld alle dynamiek verliezen.
Als je alle rampen, oorlogen, onderdrukking, uitbuiting ziet, dan heb je wel eens de neiging om je in jezelf te keren en te denken dat dit toch nooit zal veranderen. Dat het koninkrijk Gods, waarover zo vaak gesproken is en gesproken wordt, een farce is. En dat dàt koninkrijk er nooit zal dat komen.
Maar altijd zijn er weer mensen die blijven hopen, die er van overtuigd zijn dat het eens beter zal worden.
Steeds weer opnieuw is het Jezus die mensen hoop geeft.
Vandaag horen we het in het evangelie van Marcus.
Jezus gaat naar het huis van Simon en Andreas. De schoonmoeder van Simon ligt met koorts in bed. Jezus gaat naar haar toe, pakt haar bij de hand en laat haar opstaan. De koorts verdwijnt en zij dient Hem.
Dit verhaal wekt de indruk van enige hocus-pocus.
Wat is dat voor een koorts geweest, die met Jezus’ komst in haar huis als sneeuw voor de zon verdwijnt? Ongetwijfeld geen koorts van een flinke griep.
Misschien is Simons schoonmoeder wel ziek van haar schoonzoon. Simon die van de ene op de andere dag zijn boot verkoopt om achter een vreemde wonderdoener uit Nazareth aan te gaan! En hij heeft in de synagoge nog wel plechtig beloofd dat hij goed voor haar dochter zal zorgen!. Ziek wordt ze er van, doodziek.
Simon kan zich de reactie van zijn schoonmoeder wel voorstellen, zij heeft natuurlijk gelijk.
Maar Jezus heeft zijn leven radicaal veranderd. Hij heeft er alleen nog geen woorden voor om het aan zijn schoonmoeder uit te leggen.
“Misschien begrijpt ze het wanneer zij u heeft ontmoet”, zegt Simon tegen Jezus.
En Jezus gaat naar deze vrouw, hij pakt haar hand en zij staat op. De koorts, de kwaadheid, de vraag hoe het verder moet, ze kan het allemaal laten varen.
En ze is Simon dankbaar dat zij door hem Jezus ontmoet.
Zij staat op en dient Hem.
Opstaan en dienen, dat is als we de evangelist mogen geloven, waartoe volgelingen van Jezus, zowel mannen als vrouwen worden geroepen.
Dienen staat voor diaconie. Voor het er zijn voor de ander.
Er zijn zoveel mensen die wachten op een hoopvol en inspirerend woord. Er zijn zoveel mensen die lichamelijk of geestelijk ziek zijn en die verlangen naar een woord of gebaar wat hen hoopt geeft, kracht geeft.
Jezus brengt heil en genezing in woord en daad. Zo wil Hij God en de mensen dienen.
Zo laat Hij zien dat zijn koninkrijk op aarde mogelijk is.

Een Franse bisschop heeft eens gezegd: Een kerk die niet dient, dient nergens toe.
Daarom is diaconie net zo belangrijk als catechese of prediking. Misschien nog wel veel belangrijker. Diaconie is: mensen hoop geven. Dat kan door woorden, maar ook door daden.
Menselijk contact door een telefoontje of een kaartje doet soms wonderen.
Jezus, zoals Hij vandaag beschreven wordt, is een man van het woord, maar niet minder een man van de daad. Hij weet hoop te geven.
Dat doet Hij nog. Hij doet dat als wij samen komen om zijn woord te horen. Als wij samen het brood breken en delen met elkaar.
Maar het evangelie waar maken gebeurt meer buiten de kerk. Dit kerkgebouw en de diensten die we hier samen vieren zijn belangrijk. Hier hopen we geinspireerd te worden, kracht op te doen om dat evangelie waar maken in de dagelijkse gang van ons leven.
Het begin van Gods koninkrijk is daar waar mensen zich elkaars lot aantrekken, waar mensen er zijn voor elkaar.

Ik hoop dat we hier elkaar inspireren tot hoopvolle mensen.
Mensen zonder hoop zijn er genoeg. Hun gezondheid laat hen in de steek, hun relatie is vastgelopen. Ze zien geen toekomst omdat ze geen werk hebben. Ze ervaren hun bestaan als zinloos.
Misschien lukt het ons anderen een beetje hoop te geven?

Op de kerstkaart van het kloosterverzorgingshuis waar ik werk, stond als tekst:
Vriendschap en zorg voor elkaar onder alle omstandigheden.
Misschien is dit een tekst die ieder van ons dit jaar kan proberen gestalte te geven.
Als dat lukt, komt dat koninkrijk van God zeker een stukje dichterbij.

Om u hierbij een handje te helpen, krijgt u zo dadelijk een kaart. Deze kaart kunt u zelf houden om u te laten inspireren, u kunt hem ook toesturen aan iemand die wel een beetje aandacht en hoop kan gebruiken.

Zoeken in Preken Online