De eerste lezing is verre van een vrolijke lezing.
Het verhaal in het boek Job begint met een scène
waarin God een beetje zit op te scheppen over Job,
die zo’n door en door goede man is.
De verteller laat dan de duivel zeggen:
Dat is gemakkelijk zat als het je aan alle kanten goed gaat.
Pak hem al die goeie dingen maar eens af,
dan zul je zien hoe hij helemaal verandert.
Dan laat hij jou meteen vallen als een baksteen.
De duivel mag in het verhaal dan Job beproeven.
Deze krijgt dan de ene jobstijding na de andere:
zijn kinderen komen om, zijn vee gaat dood,
zijn akkers worden vernield en hijzelf wordt doodziek.
En daar zit Job dan, op de vuilnisbelt, een hoop ellende,
hij snapt er niets van. “Waar heb ik dit aan verdiend.”
Zijn omgeving, zijn vrienden zeggen dan: “Het zal je eigen schuld wel zijn”.
In het joodse denken van toen
werd tegenslag, ziekte altijd gezien als een straf voor begane zonden.
Maar Job weigert dat te aanvaarden. Hij voelt zich niet schuldig.
Hij protesteert tegen God,
maar het opvallende van Job is dat hij God niet laat vallen,
hij blijft Hem zijn geloof schenken, ondanks alle ellende.
Het verhaal van Job tekent de grote worsteling met lijden dat mensen treft.
Het probleem van lijden is een probleem van alle tijden.
Ziekte, dood kunnen gruwelijke spelbrekers zijn.
Alles gaat lekker in je leven, geen vuiltje aan de lucht, de zon schijnt volop
en dan opeens: een jobstijding: je hebt kanker, je partner heeft kanker,
de dood slaat toe, plotseling of langzaam, je man, je vrouw, je kind.
Dan kan heel je wereld in elkaar storten.
Waar heb ik dit aan verdiend? Dit is niet eerlijk! Waarom?
Lijden is nooit eerlijk, niemand heeft het verdiend.
En op de vraag waarom heeft nog niemand een antwoord kunnen geven.
We weten alleen dat het iedereen kan treffen:
die worsteling met lijden, die worsteling met de zin van het leven,
soms ook een worsteling met God.
Als het gaat om ziekte, tegenslag, lijden, heeft niemand de garantie
dat hij of zij buiten schot blijft.
We kunnen het alleen maar hopen.
Belangrijker is de vraag:
Hoe ga je om met lijden, je eigen lijden, dat van anderen?
Hoe jezelf zult reageren als je in Jobs schoenen komt te staan,
ik denk dat niemand dat van te voren kan zeggen.
Maar het heeft vast en zeker wel een heel stuk te maken
met hoe je in je goede tijd omgaat met het lijden van anderen.
Jobs vrienden suggereerden dat het zijn eigen schuld was.
Voor hem waren dat lege woorden, pijnlijk ook,
daar vond hij dan ook geen troost en steun in.
Je hebt ook nu mensen die een heleboel woorden zeggen,
maar degene die in de put zit kan er niets mee,
lege nietszeggende woorden, hoe goed bedoeld ook, zijn geen steun.
Je hebt ook mensen die helemaal geen woorden hebben,
die dichtklappen en in een grote boog om een ernstige zieke heenlopen.
“Ik kan er niet tegen” is hun excuus dan wel eens.
De tragiek is: als ze zelf eens getroffen worden door tegenslag,
dan kunnen ze daar waarschijnlijk heel slecht tegen.
In het evangelie horen we hoe Jezus gepreekt heeft in de synagoge.
En als hij dan hoort dat de schoonmoeder van Petrus ziek is,
gaat hij meteen naar haar toe. Zij knapt er ogenblikkelijk van op.
Wij kijken natuurlijk altijd naar dat wonder van genezing.
We vinden dat wel mooi maar het irriteert ons ook,
want wonderen bewerken dat is niemand van ons gegeven.
Maar we moeten vooral kijken naar het feit dat Jezus naar haar toe ging,
zoals hij in zijn leven altijd naar zieken en gebrekkigen toeging.
Hij ging ze niet uit de weg. Daarom kon hij later ook zijn eigen lijden dragen.
Hoe ga je om met het lijden van anderen?
Het belangrijkste is denk ik: laat hen niet in de steek, sta naast hen,
trek met hun mee op die moeilijke weg die ze te gaan krijgen.
Soms zal het uit heel kleine dingen bestaan,
soms kan het heel indringend zijn, heel zwaar ook.
Maar van de zieken, van mensen die het moeilijk hebben, hoor je heel vaak
hoe fijn ze het vinden als mensen bij hen komen met hun eerlijk meeleven,
hoe ze ervan opknappen als je wat aandacht krijgen.
En van degenen die het doen hoor je bijna altijd
hoe blij ze zijn dat ze het hebben kunnen doen.
Alleen door die vorm van saamhorigheid krijgt het leven zin,
zowel voor degene die het moeilijk heeft,
alswel voor degene die nabij is en blijft aan die mens.
5e zondag door het jaar (2003)
B-cyclus · Tijd door het jaar · 5e zondag · groen