Vierde zondag door het jaar (2009)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 4e zondag · groen

Inleiding

We komen er niet meer uit. Op de een of andere manier is onze energie, of een groot gedeelte daarvan, niet rendabel. Er zijn lekken in het bedrijf waarlangs de energie wegloopt zonder enig rendement te geven. We halen er een adviesbureau bij, hulp van buiten. Het leven is zo ingewikkeld geworden, dat mensen het zelf niet meer kunnen overzien en er specialisten, deskundigen van buitenaf, moeten bijhalen om het bedrijf weer vlot te krijgen. Opvoeding, gezondheidszorg, landbouw, voor elke sector is er wel een adviesbureau. Daar is scheppen geld mee te verdienen. Nu zegt God tot Mozes: ‘Ik zal uit de kring van uw broeders een profeet opwekken zoals gij, naar wie ze moeten luisteren.’ Wanneer mensen de zaken niet meer kunnen overzien, roepen ze hulp in van buiten. God zegt: ‘Die hulp wordt je gegeven.’ Een profeet, een nieuwe Mozes: Jezus. Hij staat nu hier in ons midden, met gezag en macht, zoals Hij in de synagoge van Nazareth - zoals we straks in het evangelie zullen horen - met gezag de strijd aanbindt tegen het kwaad.
Ook ons leven dreigt soms vast te lopen, ook de door ons ingezette energie loopt soms zonder enig rendement weg. Luisteren we nu naar de woorden van onze Adviseur, van onze Hulp van buitenaf, die ons van Godswege is gezonden en laden wij ons op met zijn kracht, met zijn liefde. Daarvoor hebben wij de heilige Geest nodig, die ons ontvankelijk maakt voor Gods wijsheid en kracht. Deze Geest is ons vanaf het begin van ons geloof, bij het heilig doopsel, meegegeven.**

Homilie

“Een nieuwe leer met gezag.” … “De mensen waren buiten zichzelf van verbazing over zijn leer, want Hij onderrichtte hen niet zoals de schriftgeleerden, maar als iemand die gezag bezit." Wát Jezus leert, staat er niet bij. De inhoud van zijn leer zat niet in het nieuwe, wat zou Jezus anders gezegd hebben dan dat God van de mensen houdt - “Vrede op aarde aan de mensen die Hij liefheeft” (Lc 2,14) - en dat de mensen God moeten liefhebben? Wat zou Jezus anders gezegd hebben dan wat er altijd gezegd is? Het nieuwe zit hem dus niet in wat Hij zegt, maar in de kracht waarmee Hij het zegt, het gezag, de volmacht. Jezus doet wat Hij zegt. Hij maakt zijn woorden waar. Hij zegt: ’eruit!’ en ze doen het nog ook! “Hij geeft bevel aan de onreine geesten en ze gehoorzamen Hem.” Geen vrijblijvend advies: ‘als ik jullie was zou ik maar vertrekken …’ Nee, zijn woorden zijn krachtwoorden, doewoorden. Zijn woorden hebben iets van sacramenten, die niet alleen iets betekenen buiten zichzelf, maar ook datgene wat ze betekenen, in zichzelf bevatten. Jezus zegt dat God goed is en Hij laat dat ook zien. Gods goedheid werkt door Hem. Jezus is zo vol van de liefde van God dat, als Hij erover praat, de mensen die liefde ook voelen. Ja, uitzinnig worden van die liefde. “Heel het volk was verrukt over zijn leer.” Ze waren buiten zichzelf, extatisch. Hun hart werd geraakt en in extatische beroering gebracht in liefde voor God. De boze eruit en de liefde van God erin, de mensen worden door die liefde meegesleept. Zij merken dat Jezus een profeet is die leert met gezag, niet alleen aan wat er met die bezeten man in de synagoge van Kafarnaüm geschiedt, maar ook aan wat er met hen zelf gebeurt.

De kracht van iemand of iets kun je merken aan het vermogen tegenkrachten te overwinnen. De kracht van een auto, van een motor, overwint de weerstand van de lucht, de weerstand van de weg, van het gewicht. De kracht van Jezus’ woord merkten ze in de synagoge van Kafarnaüm door zijn vermogen de tegenkracht, de macht, van de boze geest te overwinnen. “Er bevond zich in de synagoge juist een man die in de macht was van een onreine geest.” De macht van een onreine geest, dat is een bovenmenselijke macht die dikwijls in het meervoud wordt voorgesteld. “Jezus van Nazareth wat hebt Gij met ons te maken? Gij zijt gekomen om ons in het verderf te storten.” En elders in het evangelie staat: “Daarop vroeg Hij hem: wat is uw naam? Hij antwoordde: mijn naam is Legioen, want we zijn met velen” (Mc 5,9). Meer dan levensgroot, bovenmenselijk. Die bovenmenselijke macht van de onreine geest schuilt in zijn onverdeelde toeleg om kwaad aan te richten. Niets van zijn energie gaat verloren, hij zet alles in: verstand, hart, voorstellingsvermogen, energie, wil.

Hier op de wereld is niets zwart of wit, alles is in tinten grijs, van heel donker tot heel licht grijs, tegen het witte aan, maar het is altijd gemengd. Zelfs mensen in criminele organisaties, zoals je die tegenwoordig hebt, die zich met heel hun wezen, verstand, hart toeleggen op de misdaad, is het verkeerde toch altijd gemengd met goed. Hier in onze wereld bestaat er geen kwaad zonder meer. Dat is buiten onze wereld. Dat is in de hel. Hier in de wereld bestaat ook geen goed, geen zuiver goed, tenzij in de Kerk. “Wij weten, zegt sint Jan, dat wij bij God horen, terwijl de hele boze wereld in de macht van de boze ligt” (1 Joh 5,19). De boosheid komt van buiten, maar God heeft onder uw broeders een profeet doen opstaan die zuiver en alleen het woord van God spreekt. Dat goede dat van buiten komt, is door de menswording van Gods Zoon iemand van ons geworden, iemand in de wereld, in de Kerk, in de sacramenten en in de heilige Schrift.

De boze kan nog zo’n geweldige macht hebben, iemand helemaal in zijn greep lijken te hebben, mensen en menigten, die erdoor bezeten raken: “hij werpt hem tegen de grond … Hij heeft hem ook al dikwijls in het vuur en in het water geworpen om hem te doden” (Mc 9,18.22). “Niemand was meer in staat hem zelfs met een ketting te boeien” (Mc 5,3). Het kwaad kan zozeer beslag op een mens leggen dat hij blind, stom en doof lijkt. Het kwaad kan de mens doen verstijven, of geluiden doen maken die niet meer menselijk zijn, schreeuwen. Maar God heeft een profeet als Mozes opgewekt in de kring van onze broeders (vgl. Hnd 3,22), een profeet die Gods eigen woord spreekt, met Hem omgaat als een vriend met zijn vriend, daarom hoeven wij zelfs voor die overgrote macht van de boze niet bang te zijn. Want, volgens het woord van sint Augustinus, is sinds Jezus’ dood, sinds Jezus’ zoendood, de satan met een ketting gebonden. Wie is er nu bang voor een hond die aan de ketting ligt? Het enige waarvoor we moeten oppassen is niet binnen het bereik van die ketting te komen. Dat betekent de bekoringen en de gelegenheid tot zonde vermijden, want daar buiten heerst de Geest van Jezus. Jezus die sterker is, die opgewassen is tegen de allergrootste tegenkracht. *“Jezus voegde hem toe: Zwijg stil, ga uit hem weg. En hij ging uit hem weg.”*

“Een nieuwe leer met gezag.” Dat geeft meteen de manier aan waarop wij moeten luisteren, waarop wij voor het Woord van God moeten openstaan. Maken wij ook inderdaad ruimte, dat Hij niet alleen onze oren, ons verstand bereiken kan, maar ook ons hart? Luisteren wij werkelijk met ons hart, zodat daarin de kracht komt die aan Jezus’ goddelijk woord is verbonden? Deze kracht was het die de menigte die van dit alles getuige was, die Jezus’ woord hoorde, aan zichzelf bespeurde. “De mensen waren buiten zichzelf van verbazing over zijn leer, want Hij onderrichtte hen niet zoals de schriftgeleerden, maar als iemand die gezag bezit.” Goddelijk gezag, goddelijke kracht, bovenmenselijke liefde, een liefde die in staat is de mensen volkomen in verrukking te brengen, los van zichzelf, gegrepen door Gods liefde alleen.

Zoeken in Preken Online