Gods TomTom (2009)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 4e zondag · groen

Een buitenlandse toerist liet zich rondrijden in Amsterdam. Onderweg vroeg hij aan de taxichauffeur: “Wat is dat voor ’n groot gebouw?” De man antwoordde: “Geen idee!”. 5 minuten later kwamen ze voorbij een prachtige kerk. De toerist vroeg: “Hoe heet die kerk? “Geen idee”, antwoordde de taxichauffeur weer. De toerist werd kwaad en vroeg “Wat weet u eigenlijk wel?” Één ding”, zei de chauffeur, “ik weet feilloos de weg in Amsterdam, meneer”.

Iemand die de weg weet. Gelukkig beschikken velen tegenwoordig over een TomTom. Maar daar moet je ook voorzichtig mee zijn, want soms zet ook de TomTom je op de verkeerde weg. De weg kwijt zijn. Wat gebeurt er als wij in ons leven de weg kwijt zijn? Is daar ook een TomTom voor in de handel? Ja zeker! Weet u dat wij als christenen al 2000 jaar over een TomTom beschikken? Het is het Evangelie van Jezus van Nazareth. Zijn weg gaan garandeert onze veilige eindbestemming. Het evangelie blijkt een betrouwbare gids, als wij de weg in het leven kwijt zijn. Soms, in tijden van oorlog, zijn hele volkeren de weg kwijt. En wie wijst ons dan een begaanbare weg? Het evangelie is daar duidelijk in: Jezus is de Weg, de Waarheid en het Leven en niemand komt tot de Vader buiten Hem om!

Jezus wijst ons een begaanbare weg. Niet de brede weg van maatschappelijk succes en grote rijkdom. Niet de weg van grote gebouwen en indrukwekkende kathedralen, maar de smalle weg naar God en elkaar. De komende weken horen we hoe Jezus zich op die weg begeeft. Het eerste hoofdstuk van het Marcusevangelie heeft veel vaart, het is vol beweging. Het optreden van Johannes de Doper, de doop van

Jezus in de Jordaan, Zijn verblijf in de woestijn, het roepen van de eerste leerlingen: het verhaal voltrekt zich in een sneltreinvaart. Vanmorgen horen we het eerste van een hele serie genezingsverhalen, die wij de komende zondag zullen lezen. Jezus geneest een man die danig in de war is. Stelt u eens voor dat wij er bij waren, toen Jezus optrad in de synagoge van Kafarnaüm. Een normale weekenddienst. Maar er is iets bijzonders aan de hand. Er treedt een gastpredikant op. Zijn naam is Jezus, een rabbi uit Nazareth. Niet dat men iets uitzonderlijks verwacht, maar naar een vreemde predikant luister je nu eenmaal beter! Zo zal ’t ook in Kafarnaúm zijn geweest. Maar deze keer liep het allemaal wat anders af, de mensen waren buiten zichzelf van verbazing.

Waarmee kun je als predikant nog indruk maken? Door wat je zegt en door je persoonlijkheid. Jezus verbaast de mensen door beide. “Dat is een nieuwe leer” riepen de mensen, zó had nog nooit iemand tot hen gesproken! Ik weet niet wat Jezus in die sabbatdienst tot de mensen gezegd heeft. Ik weet wel dat het niet alleen zijn woorden waren, maar dat Hij sprak door heel zijn persoonlijkheid. Zij merkten dat Jezus ’n Mens was die de walmende pit niet dooft en het geknakte riet niet breekt, dat Hij de onvruchtbare vijgenboom niet omhakt, maar de grond nog eens extra omspit. Misschien dat hij het volgende jaar vrucht draagt! Zij voelden aan dat Jezus eerbied had voor mensen, dat Hij de mensen niet wilde neerdrukken door wetten en voorschriften, maar dat Hij de mens kon bevrijden. En wat Jezus zei, onderstreepte Hij door zijn gezag.

Er is verschil tussen macht en gezag. Macht kun je hebben, gezag krijg je alleen als je iets te zeggen hebt, als je de daad bij je woord voegt. Jezus had zijn hart op zijn tong. Dat vinden wij een negatieve uitdrukking, want “het hart op de tong hebben” betekent dat je meer zegt dan je eigenlijk kunt verantwoorden. Bij ons mensen ligt er een geweldige afstand tussen wat we denken en wat we zeggen. Dat blijkt vaak ook door de manier waarop wij over ánderen praten. We praten met verschillende tongen, als mensen er wel bij zijn of niet! Niet voor niets hebben sommige mensen in de hal ’n bordje hangen met de tekst: “Praat niet over uzelf, dat doen wij wel als u weg bent!”

Jezus heeft zijn hart op de juiste plaats. Daarom spreekt Jezus met gezag, want Hij heeft zijn hart op zijn tong. Beter gezegd: Hij heeft zijn hart in zijn handen en voegt de daad bij zijn woord. Dat is de Weg die Hij wil gaan. Het Woord van zijn Vader is voor Jezus tijdens zijn leven zijn TomTom. Niet voor niets noemt de evangelist Johannes Hem “Het vleesgeworden woord!” Men brengt een man bij Jezus die in de macht was van een onreine geest. De man is flink in de war. Jezus maakt hem weer gezond en laat zien dat God de macht heeft over alle kwade machten in het leven. In de genezing van deze zieke wordt duidelijk dat Jezus niet voor niets “Heiland” (een oud woord voor heelmeester) wordt genoemd. Zij komen tot het besef dat de Rabbi uit Nazareth iemand is die met de Geest van God is uitgerust.

Jezus laat de mensen ervaren dat godsdienst geen last is, maar geborgenheid. Er is, hoe diep we ook vallen in het leven, altijd Iemand die de haren van onze hoofd heeft geteld, die op de kromme lijnen van ons leven recht kan schrijven. Die nieuwe leer verkondigde Jezus door de man te genezen. De mensen waren sprakeloos en vol verwondering: een nieuwe leer! Een leer die het woord weer bij de daad voegt.

Jezus blijft mensen boeien, omdat Hij oproept wat in het hart van ieder mens onbewust leeft aan goedheid, liefde en sociale inzet. Hij kan, na tweeduizend jaar, ook óns blijven boeien, omdat Hij waarden in ons oproept die altijd actueel blijven. Waarden die alles te maken hebben met onze worsteling om vrede, om gerechtigheid, om onze strijd voor een leefbare wereld, een leefbaar milieu.

Wat een genade om in je leven over zó’n TomTom te beschikken als het evangelie van Jezus Christus!

Zoeken in Preken Online