Christus Koning (2006)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 34e zondag · wit

Beste Vrienden,

Met luister omkleed, want Koning ben ik.

Er zit iets heel schrijnends in de vraag van Pilatus;
Hij zit op zijn troon met alle luister omkleed,
en tegenover hem staat van alle luister ontdaan
een veroordeelde,
slachtoffer, overgeleverd aan de willekeur van de landvoogd,
op de drempel van zijn gruwelijke dood.

Bent u de koning van de Joden?
Volstrekt belachelijk toch, zo’n vraag uit de mond van de hoogste machthebber
van het land, die in opdracht van de keizer gezag uitoefent.

Bent u de koning?
Het is de omkering van alles wat er in deze wereld maar om te keren is.
Ja, zegt Jezus dan, koning ben ik.

Maar wat zegt hij daarmee? Koning omgekeerd,
en is dat dan te verstaan door ons,
weten we dan wat Jezus bedoelt?

Zelf vindt Hij het wezenlijk.
bij zijn wezen, zijn bestaan passend
Hiertoe ben ik geboren, zegt Hij,
en over een paar weken zullen we in het kerstverhaal weer horen
dat de wijzen de vraag stellen: waar is de pasgeboren koning van de Joden?

Ze vragen het in het paleis van koning Herodes;
zou hier de pasgeboren koning zijn,
maar in het paleis bij Herodes kan niets geboren worden,
daar is al wat leeft vijand van de koning,
zelfs kinderen worden er als rivalen vermoord.

Voor zo’n koningschap is Jezus niet geboren,
niet zoals de machthebbers van deze wereld. Natuurlijk niet, stel je voor
Waartoe dan wel?

Om getuigenis af te leggen van de waarheid,
en de paleizen zijn daar niet de uitgelezen plek voor.
Nee, de ster van deze geboren koning straalt niet temidden van de gekroonde hoofden
in onze maatschappij, letterlijk of figuurlijk, die het voor het zeggen hebben,
nee, zijn licht schijnt in een stal,
zijn getuigenis klinkt temidden van herders in het open veld.

Getuigenis van de waarheid, zegt Hij zelf,
en het woord getuige is marturos, martelaar horen we daar in,
en martelaar in het nederlands is eerst en vooral een getuige,
een getuige van de waarheid, mag je hopen;
iemand die voor dat getuigenis instaat,
en die er niet van af te brengen is,
zelfs niet als het hem of haar het leven kost.

In de eerste lezing uit het boek Openbaring van Johannes

* visioen van hoe het er uiteindelijk zal gaan uitzien - waarheen we op weg zijn,

in dat boek wordt Jezus genoemd: de trouwe getuige,
de martelaar die trouw bleef aan zijn roeping
want - in zijn eigen woorden - daartoe ben ik geboren.

Die martelaar/getuige staat hier voor Pilatus,
getuige van de waarheid,
koning van de omgekeerde wereld.
Wat is waarheid, kan Pilatus eigenlijk alleen maar smalen,
en misschien zegt hij daar wel mee:
de waarheid, die zet ik naar mijn hand,
wat mij uitkomt, dat is waarheid.

Christus Koning,
als we zeggen: koning omgekeerd,
is dat dan kritiek op het koningshuis?
of kritiek op de machthebbers van onze tijd,
of komt het dichter bij eigen huis.
raakt het mijn eigen haan die koning kraait?

En daar ligt natuurlijk onze eerste verantwoordelijkheid.
in de lijn van ons eigen leven, mijn eigen keuzes,
voor of tegen mensen,
voor of tegen de waarheid en wat ik zelf naar mijn hand zet;
het gaat natuurlijk over het koningschap in onze wereld,ook in mij, in u,
het koningschap dat aanbeden wil worden,
en niet gekomen is om te dienen,
Jezus zegt: nee, niet van deze wereld,
koning ben ik, maar in het koninkrijk van God,
en daarin is niet langer sprake van heer of dienaar,
daarin is ieder aan de ander gelijk,
een koninkrijk van priesters, en dan niet in de betekenis van ambtsdragers,
maar van alle gedoopten,
mannen en vrouwen die staan voor God en voor Gods aangezicht.

En dan kan er toch iets van het oude karakter van het feest naar voren komen,
in de jubel van het Christus vincit, Christus regnat, Christus imperat,
of als u zich dat makkelijker herinnert: in het lied: Aan U o Koning der eeuwen.
en de jubel is dan om de uiteindelijke triomf
want die zal de Koning Omgekeerd ten deel vallen:
dat is de belofte:
uiteindelijk winnen niet de machten van deze tijd,
niet de krachten van het geweld,
niet de harde taal van de uitsluiting,
maar als het erop aan komt wint de aandacht voor de zwakke,
de kleine mens die nu onder de voet gelopen dreigt te worden,
de ontheemde voor wie geen plek is,
de moeder die haar kind beschermt,
de man die het opneemt voor een ander.

Het is de laatste zondag van het kerkelijk jaar,
alsof op de valreep nog gezegd wordt:
houd je ogen gericht op waar het uiteindelijk om draait,
in het leven van Jezus,
en dus in het leven van ons,
opdat wij met elkaar volk van God zijn,
de kleinste net zo belangrijk als de grootste,
de minste net zo hoog als de mester,
de knecht een koning voor God.
Hiertoe is Hij geboren,
nee, hiertoe zijn ook wij geboren.
Vg:Laat ons stil worden
en in de stilte van ons hart tot gebed komen,
aan God voorleggen wat we willen vragen:

Lr.Laat ons bidden voor de minsten der mensen,
die niet in aandacht staan, tenminste bij ons,
dat ze vooral niet klein denken over zichzelf,
en dat ze niet wanhopen, maar uitzien naar Gods koninkrijk,
waar recht wordt gedaan aan ieder.
Laat ons zingen en bidden.

Lr.Laat ons bidden voor de groten der aarde,
voor hen die de macht hebben om de toekomst te bepalen;
dat ze niet uit zijn op eigen voordeel,
maar dat geluk van allen hen ter harte blijft gaan.
Laat ons zingen en bidden.

Lr.Laat ons bidden voor de kerken over heel de wereld,
geroepen om de voorboden te zijn van het koninkrijk van God.
dat ze niet gericht staan op de pracht en praal van deze wereld,
maar aandacht hebben voor eenvoud, voor dienstbetoon en waarachtigheid.
Laat ons zingen en bidden.

Vg.Voor onszelf, dat we afdalen van de troontjes waar we onszelf opzetten,
dat we mensen worden naar het beeld van de Koning Omgekeerd;
voor de intenties uit het boek…..
voor de intenties waarvoor ons gebed is gevraagd,
voor alles.
Laat ons zingen en bidden.

Vg. God van mensen,
hoor naar ons bidden,
zie onze goede wil en sterk ons in de navolging van Jezus, uw Zoon,
vandaag en alle dagen, tot in eeuwigheid. Amen.

Zoeken in Preken Online