Christus Koning

B-cyclus · Tijd door het jaar · 34e zondag · wit

Er heeft ooit iemand een gebed geschreven, waarin gezegd wordt: God, dat koninkrijk van U komt daar nog wat van? Wij zouden die zin om kunnen draaien en God aan ons laten vragen: mensen, dat koninkrijk van Mij bij jullie, komt daar nog wat van?

Dan raken we de kern van het evangelie van vandaag. Jezus zegt tegen Pilatus: mijn koninkrijk is niet van deze wereld. Hij bedoelt: mijn koninkrijk is anders dan u het zich voorstelt. Mijn koninkrijk heeft te maken met de waarheid. Want ik ben gekomen om te getuigen van de waarheid.

Nu is het zo, dat de Bijbel met waarheid iets anders bedoelt dan wij. Wij bedoelen met waarheid: wat ik zeg, stemt overeen met de werkelijkheid. Bij ons is waarheid eigenlijk hetzelfde als werkelijkheid. Als ik zeg dat die muur wit is en ik spreek de waarheid, dan is die muur ook wit.

Maar de Bijbel bedoelt met waarheid iets anders. Waarheid is de werkelijkheid, maar dan zoals God die heeft bedoeld. Zo kan een mens waar zijn als hij is zoals God Hem heeft bedoeld. Daarom zei Jezus van zichzelf: ik ben de waarheid. Omdat hij is zoals God hem heeft bedoeld. En het koninkrijk van Christus is een rijk van mensen, een samenleving van mensen zoals God die heeft bedoeld. En daarom zou God inderdaad tegen ons kunnen zeggen: mensen, dat koninkrijk van Mij onder jullie: komt daar nog wat van? Dat moeten wij niet aan God vragen, nee, dat vraagt God aan ons.

Hoe is dan dat koninkrijk, hoe ziet dat er uit? Jezus zegt tegen Pilatus: het is niet van deze wereld. Het is niet zoals bij jullie een koninkrijk is. Als het zo was, zouden er soldaten klaar staan om mij te verdedigen. In zijn rijk is echter geen militaire dienstplicht. Daar is alleen dienstplicht. Daar oefent men zich niet voor de strijd, maar daar oefent men zich voor de liefde. Dat is een heel andere zaak.

Daar wordt niet met geweld verdedigd, daar is geen agressie of defensie, daar grazen wolf en lam tezamen, daar speelt het kind met de slang, daar steekt het kind zijn hand in het hol van de adder. Dat kan allemaal. Dat is geen probleem. Omdat in zijn koninkrijk iedereen de naam van God draagt. En die naam is: ik-ben-er-voor-jou. Helemaal. En jij-bent-er-voor-mij. Helemaal. Dat wordt zijn koninkrijk in deze wereld. En als dat rijk te lang op zich laat wachten, moeten wij niet tegen God zeggen: komt er nog wat van? Dan vraagt God aan ons: dat koninkrijk van Mij bij jullie: komt daar nog wat van?

Zoeken in Preken Online