Heel veel mensen hebben maandagavond 9 november, mét heel Duitsland, herdacht dat 20 jaar geleden de Berlijnse muur, 42 km lang, 3 meter hoog, gebouwd in 1961, omlaag gehaald werd.
Het was die dag ook juist 71 jaar geleden dat in heel Duitsland met de Kristalnacht de terreur tegen de Joden begon: onder aansporing van de Nazis werden de ramen van winkels van Joden ingegooid en synagogen in brand gestoken: het begin van een drama dat uitliep op het massaal doden van Joden.
Dat was het begin van een drama waarvan de gevolgen nog steeds nawerken: De Joodse Staat, steeds sluw spelend met het schuldgevoel van de christelijke wereld, bouwt nu een muur, 700 km lang, 9 meter hoog, beveiligd met elektronische beveiligingssystemen, om zich te beschermen tegen de Palestijnen. Dat zijn mensen die geen schuld hebben aan de Holocaust en die op gruwelijke manieren verjaagd zijn uit hun woningen en die nu al sinds 1948 eerder behandeld worden als ongedierte dan als mensen. Daarmee wil ik niet zeggen dat zij alleen slachtoffer zijn! Diezelfde Joodse Staat, die er zich zo nodig op beroept dat hun God hen dat land voor alle eeuwigheid geschonken heeft, verwacht na opgedane ervaringen niets meer van Gods bijstand en neemt alles in eigen hand. Compassie, ooit een heilig woord in hun heilig boek, is nu een heel onpraktisch woord voor hen geworden.
Zijn we hier in ons eigen land ook niet iets als een muur aan het opbouwen tussen, “ons”, door en door goede Nederlanders, en “hen”, de anderhalf miljoen burgers met mohammedaanse achtergrond, die hier blijkbaar niet thuishoren, en ook tussen medeburgers, die er een andere mening op na houden of die blijkbaar niet deugen?
Wanneer zullen wij samen een feest vieren om daarmee zulke muren af te breken? Ik hoop dat we daar geen 20 jaar naar hoeven uit te kijken.
Afgelopen donderdag 12 november werd in veel hoofdsteden van de wereld, ook in Amsterdam, het Charter of Handvest van Compassie afgekondigd: een document, waarin beginselen van barmhartigheid zijn vastgelegd. Een stuk gebaseerd op de Gulden Regel, die eeuwen ouder is dan Jodendom, christendom en Islam, en die luidt: “Wat gij wilt dat anderen aan u doen, doe dat ook aan hen.”
Compassie of barmhartigheid betekent dat je mensen praktische steun geef, hen trouw bent en dat je het beste met hen voor hebt. Het is een onmisbare voorwaarde om te komen tot een wereld in vrede.
Het gaat dan ook niet om iets dat je kunt doen of laten, maar waardoor je de grenzen van je menszijn overstijgt, een ware kunst waarin je je moet blijven oefenen.
Compassie, barmhartigheid, zijn geen woorden goed voor een preek of in een klooster. Compassie is een werkelijkheid die we inademen, bij iedere ademteug, die ons in leven houdt, een teken dat iemand, iets, het goed met ons voorheeft: “Wij komen bij je op bezoek, wij zijn vrienden, wij horen bij elkaar”.
Wij, mensen, zijn aangesloten op de oerbron van compassie . Dat zien we overal in mens en dier, met Jezus van Nazareth als onsterfelijk model dat actueel blijft. En ook bij ons zit het in de genen. Laat het naar buiten komen.
Dan mogen we eerlijk hopen dat er nog veel meer muren vallen en dat het woord compassie, barmhartigheid, tot een ongekende en nieuwe werkelijkheid wordt, zelfs met een politieke lading.
33e zondag door het jaar (2009)
B-cyclus · Tijd door het jaar · 33e zondag · groen