Weet dat de zomer in aantocht is (2009)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 33e zondag · groen

* De voorgelezen tekst (Mc 13,24-32) komt uit de laatste rede van Jezus, rede over de eindtijd. Eerst sprak Hij nog over de verwoesting van de grandioze tempel, over catastrofen, hongersnood, vervolging en valse profeten… Hij zei dat dit alles eerst moet gebeuren maar nog niet het einde is.
* Nu voegt Hij eraan toe dat zon en maan hun lichtgloed zullen verliezen en de sterren neer zullen storten. Dit is een typische taal al eerder ontloken uit de botsing tussen de Joodse wetgetrouwheid en het indringende heidendom: “apocalyptische symbolentaal”. De Romeinse lezer zal erin ook het eindvonnis over zijn zonnegod Mithras en de maangodin gelezen hebben, twee belangrijke goden die hun naam gaven aan de eerste twee dagen van de week (zon- en maandag), evenzo door de Germanen overgenomen. Die magische hemellichamen doven uit: einde van het veelgodendom en van al wat God niet is. Meer nog. In het boek Openbaring (12,1) lezen we dat heel die kosmos voortaan dienend post vat rond en onder de Vrouw (Maria en de Kerk). Een boodschap van hoop:

  1. Daar is vooreerst de terugkomst van de Mensenzoon.
  • Jezus zegt: “Men zal de Mensenzoon zien komen op de wolken…”. Jezus gebruikte voor zich niet graag de politiek besmette titel “Messias”. Wel verkoos Hij steeds meer de naam “Mensenzoon” uit het Boek Daniël: een menselijke figuur in de hemel gekeerd naar de Allerhoogste. Hij wordt door Hem met vorstelijke macht bekleed, die hij met de heiligen van het uitverkoren volk zal delen voor eeuwig. Die gedachte leefde in Jezus’ tijd en was ook uit niet-bijbelse bronnen (Boek Henoch) gevoed. Jezus echter stelde die titel in het perspectief van zijn komend lijden, dood en opstanding. En in het volgend hoofdstuk reeds staat Jezus voor het Sanhedrin. Op de vraag van Kajafas: “Zijt Gij de Christus (Messias), de Zoon van de Gezegende ?” antwoordde Jezus: “Ik ben. En gij zult de Mensenzoon zien zittend aan de rechterhand van de Macht en komend met de wolken des hemels” (Mc 14,62). Met die invoeging van het psalmvers: “zittend aan de rechterhand van de Macht” (Ps 110,1) liet Jezus zien dat Hij niet naar de Allerhoogste gekeerd bleef om door Hem met ‘koninklijke’ macht bekleed te worden (Dan 7,13), maar zelf, met ‘goddelijke’ allure als Heer en rechter naar het volk gekeerd gaat zetelen. Juist dat was voor de hogepriester een brug te ver. Dat was een flagrante godslastering. Daarom scheurde Kajafas zijn kleed en werd Jezus gevonnist. \
  • Precies in dat proces wordt de oerstrijd geactualiseerd van het kwaad tegen de ware humaniteit. De aankondiging van Jezus is een vreugdevolle belofte. Na die beproevingen zal het laatste woord de overwinning zijn van de Goede: “Heb goede moed. Ik heb de wereld overwonnen” (Joh 16,33). Jezus’ wederkomst betekent het definitieve heil, de blijvende vestiging van Gods Rijk. De eerste christenen leefden van die hoop. Ze verlangden naar zijn wederkomst. In het Nieuwe Testament lezen we steeds weer de Aramese roep: “Marana tha”, “Kom Heer” (I Kor 16,22; Openb 22,20).
  1. “Hij zal met zijn engelen de uitverkorenen verzamelen vanuit de vier windstreken…”
  • De tekst loopt door: “…van het uiteinde der aarde tot het uiteinde des hemels”. Volgende week vieren we het feest van Christus Koning van het heelal. De terugkerende Mensenzoon beheerst het ganse universum. Zijn rijk is de universele heerschappij van de liefde. Nu reeds zien we in de schoot van de volkeren een algemene streving naar wereldeenheid groeien. Op puur humanitair gebied is er de inzet voor wereldvrede, globalisering, internationale solidariteit… Op godsdienstig vlak is er het streven naar oecumene en interreligieuze dialoog… Deze inspanningen tot eenheid zijn zoveel menselijke pogingen en tekenen dat in ons onderbewustzijn de droom leeft van God. \
  • De uiteindelijke eenheid echter zal niet ons werk zijn, maar een geschenk van God dat al onze inspanningen zal bekronen. Waar de macht van het kwaad verwoest door te versplinteren, brengt God weer samen. God maakt één omdat Hijzelf één is. Hij verzamelt en verzoent omdat Hij liefde is. Verzoening en vergeving, barmhartigheid en liefde zijn het slotakkoord van de geschiedenis.

* De leerlingen echter hadden Jezus de vraag gesteld wanneer dit alles zou gebeuren. Die vraag leeft bij velen van ons vandaag. Sekten dwepen veelal met jaartallen die dan weer niet uitkomen. Nu hangt weer in de milieus van New-age het jaar 2012… als wereldeinde in de lucht. Jezus zei: “Dit tijdperk (Gr. ‘genea’ = Hebr. ‘door’) zal niet voorbijgaan alvorens alles is gebeurd… Maar van die dag of uur weet niemand iets af” (Mc 13,30-32). Voor God zijn duizend jaar maar één dag. En Hij gebruikte het beeld van de vijgenboom: “Wanneer zijn twijgen beginnen uit te botten, weet ge dat de zomer in aantocht is”. Zijn bladerenweelde in het voorjaar is bedrieglijk. Dan draagt hij nog geen vrucht. Die boom werd voor Jezus het beeld van de Joodse leiders. Zijn vervloeking was een daadparabel (Mc 11,13-14). Toch kondigt zijn woekerende bladerentooi de zomer aan. De weeën in de natuur, de spanningen in de maatschappij en de vijandigheid tegenover het geloof zeggen ons dat dit alles eerstdaags zal eindigen. De toekomst is de grote zomer van God. Op die zomer moeten we ons voorbereiden. Voor die zomer moeten we klaar staan. “Wees dus waakzaam. Want de Mensenzoon komt op het uur dat gij het niet verwacht” (Mt 24,42; Mc 13,33; Lc 12,40).

Zoeken in Preken Online