32e zondag door het jaar B

B-cyclus · Tijd door het jaar · 32e zondag · groen

Bisschop De Kesel aartsbisschop i.p.v. homilie , uittreksels v. Mgr De Kesel zondag 8 nov. ’15

inl.In vijf jaar episcopaat, herderlijke brieven?? naast ‘n kleine nota, ‘n verontschuldiging en berouw-brief bij de pedofiliecrisis en het gebeuren met zijn voorganger- kregen wij er bijna geen … de tijd van lange herderlijke brieven, en twee of één per jaar, is al ver weg. Maar vandaag koos ik uit dankbaarheid voor ‘n Woord van onze Bisschop, kleine citaten-mozaiëk uit zijn boeken en vooral zijn kerst-brieven.

  • Zijn bisschopswapen, bisschopsleuze - dus reeds voor hij naar Brugge kwam - was: Vobiscum Christianus, met Jullie ben ik Christen, een woord van Augustinus. veelzeggend: de bisschop, geen trapje hoger, niet meer of min, christen tussen mensen, tussen andere christen, word je christen. En in zijn wapen zie je de hemelse stad Jeruzalem maar ook het lammetje (twee symbolen uit Openbaring) dit laatste misschien hem zelf typerend.

  • De Mens is (wel of niet uitgesproken), ‘n verlangen naar zijn Bron, naar Heil, naar God? uit Kerstbrieven (kerstboodschappen) zijn eerste Kerst met Brugge: (‘10)

Er leeft in de mens een diep verlangen naar heil, naar geluk en vrede. Het is, uitgesproken of niet, ook altijd een verlangen naar God. En al weet onze cultuur niet goed weg met geloof en godsdienst, dat verlangen blijft diep in de mens leven. Het is hoogst waarschijnlijk onuitroeibaar. En het is wellicht daarom dat Kerstmis ons altijd zo sterk blijft aanspreken en ontroeren. Het raakt een heel gevoelige snaar en beantwoordt aan een diep verlangen in elke mens. ../… in een duistere wereld van wanhoop, vertwijfeling, onrecht, armoede, geweld, gemis aan hoop brengt Kerstmis licht: midden in de duisternis straalt een licht. In de stilte van de nacht klinkt vreugdevol nieuws,../..: we zijn niet alleen, iemand verlangt naar ons…

  • Een kerk van bescheidener omvang. (boek: Omwille van zijn Naam. 1994)

Onze kerk (schrijft hij reeds in 1994) is kleiner geworden, in omvang, aantal gelovigen. Natuurlijk is het geloof van iemand moeilijk kwantitatief te meten. Wie is uiteindelijk een waarachtig christen? We hebben het hier dan ook niet over het aantal mensen voor wie het christelijk geloof een uitgesproken en echt persoonlijke levensovertuiging is Of er vandaag in die zin minder christenen zijn dan vroeger is niet zo duidelijk. Maar het christelijk geloof kan ook maatschappelijk gesteund worden omdat de maatschappij zelf in grote mate door godsdienst en kerk wordt beïnvloed. Dat was vroeger veel meer het geval dan thans… wordt de kerk dan een kleine kudde, ‘n minderheid? En roepen die woorden soms weerstand op: Kerk en christen in achteruitgang, op terugtocht? …/… Het is niet doordat je niet meer alles hebt of bent, dat je niets meer te betekenen hebt. Een kerk van bescheidener omvang is niet noodzakelijkerwijs een getto of een sekte. Of die kerk in onze samenleving dan echt een minderheid is geworden is helemaal niet zo zeker. Toch steekt er in de term minderheid, doorheen de uitdagende overdrijving, iets dat juist is: wij, als christenen, vertegenwoordigen niet langer de meerderheid van de bevolking. ../.. maar die term ‘minderheid’ zou juist kunnen verwijzen naar een betekenislaag die juist is en de ware toedracht van de feiten en van ons christen-zijn weergeeft. Als dit zou verwijzen, naar christenen als een (kleinere) elite, dan juist zo, zoals het Latijnse woord ‘electus’ dat zegt: inderdaad een gemeenschap van ‘geroepenen en uitverkorenen’, zoals we lezen in het Boek van de Openbaring.

  • Jezus zelf leert ons dat minder-zijn, die kleinheid: uit Kerstbrieven (kerstboodschap)(‘12)“ ‘Minderheid’ is ook verwant aan kleinheid, soberheid, aan de armoede van Kerstmis en Jezus, het Kerste-Kind. Als Christus, de brenger van het Evangelie ons dan toch ‘een zo vreugdevolle boodschap’ bracht voor heel het volk zou je van Hem dan bij zijn eerste komst (kerstmis) niet wat meer, iets groter verwachten? En ook van het leven en zijn optreden dat volgde. Alles blijft van zelfde grote eenvoud. Tot rond zijn dertigste, leidt

Jezus een verborgen leven te Nazareth. Het leven van een gewone mens. Maar ook nadien, als Hij in de openbaarheid treedt, blijft het uiteindelijk zo klein en onaanzienlijk. ../.. voor de meesten van zijn tijdgenoten is Hij uiteindelijk toch onopvallend voorbijgegaan. De armoede van het begin is Hem blijven tekenen. Tot op het einde. Tot op het kruis. Men kan zich geen schandelijker einde indenken? Heden is u een redder geboren,” verkondigt de engel. Later wordt Hij bespot: “Zichzelf kan Hij niet redden.” Zo geboren. Zo gestorven. Hoe is het mogelijk? (kerstboodschap ‘12)

(Mannen van God (Demyttenaere, o.m. met J.De Kesel- 2008)

‘De belangrijkste opdracht voor een christen is dat hij zijn leven lang naar God op zoek gaat. Een gemeenschap die zich wel engageren, maar die het gebed, het woord van God en het vieren van de liturgie niet meer nodig vindt, is in feite geen christelijke gemeenschap meer. Dat noodzakelijke evenwicht -tussen engagement en gebed en bezinning- probeer ik in mijn eigen leven te bewaken. ‘s Morgens sta ik om kwart over zes op. Nadat ik me heb opgefrist en aangekleed bid ik het getijdengebed. Daarna concentreer ik me ongeveer een halfuur op het evangelie van de dag. Uiteraard hoop ik dat het evangelie mij mild stemt in de drukke dagtaak die mij wacht. Dat hoop ik van harte, maar ik eis het niet in mijn gebed. Men mag het gebed immers niet instrumentaliseren. Ik vraag God om steun en kracht, dat wel, maar in mijn gebed ben ik eerst en vooral op zoek naar God. Het regelmatige bidden heeft zeker een invloed op mijn leven, maar het draait om God en niet om mijn persoontje. Soms slaag ik er niet in mij te concentreren. Dan ben ik in gedachten al bezig met mijn drukke agenda. Dat is menselijk en helemaal niet erg;. De grote Duitse filosoof (theoloog) Bonhoeffer schreef in dat verband ooit:’ Als je verstrooid bent tijdens het bidden en je denkt aan je werk of aan de mensen die zult ontmoeten, neem dan je werk en je mensen rustig mee in je gebed.’

  • In het verlengde van het gebed, ligt het gebed van de gemeenschap, de liturgie. Bisschop De Kesel is sinds heel lang de referent-bisschop voor de Liturgie, ook een van zijn grote aandachtspunten: “Juist door de liturgie (en eucharistie) komen mensen in contact met het geloof; maar nog om een andere, diepere reden is liturgie voor de kerk van wezenlijke aard. Zij is bron en hoogtepunt in ons leven en onze zending. In de liturgie gaat het om ontmoeting met God, en om de Liefde die Hij ons toezegt in Christus. ../.. Liturgie vieren is een Kunst. ; ze beoogt het raken van de mens. Er wordt niet om het even wat gevierd. Het is de viering van Gods Verbond. Liturgie moet trouw zijn aan de tijd, niet vervreemden van de reële wereld, maar ook trouw aan zichzelf. Het is zo belangrijk voor de Kerk altijd opnieuw weer voeling te krijgen met haar eigen oorspronkelijke traditie. En ze wordt gevierd in solidariteit met de wereld en de noden van de mensen. Het gaat er niet om, of er voor de mensen zinvolle vieringen worden op touw gezet. Gaat het om de christelijke liturgie, en inderdaad om de liturgie van de Kerk? De priester celebreert niet alleen en voor zichzelf; de gemeenschap, ook de kinderen (voor ‘n klein dienstwerk bvb.) zijn betrokken; de Stilte kan ook ‘n teken zijn van uiterste aandacht en betrokkenheid. (mei 2013)

  • ‘14. In zijn apostolische Exhortatie (Evangelii gaudium)- spreekt paus Franciscus ons over de vreugde van het evangelie. Het is de vreugde die de engelen in de kerstnacht verkondigen. Een vreugde bestemd voor heel het volk. We zijn niet niemand, ronddolend in een doelloos heelal. Niet wetend waarom of voor wie. We zijn gekend en bemind, radicaal aanvaard, door God zelf. Aanvaard, juist ook in onze broosheid en eindigheid. We weten het allen uit ervaring: gekend en bemind te zijn, het is de diepste bron van geluk voor elke mens. uit Kerstbrieven (kerstboodschap ‘14)

Zoeken in Preken Online