In het Verbond dat God met zijn volk Israël heeft gesloten, leest elke generatie opnieuw wat nodig is om goed te kunnen leven. En bij elke generatie zakt het opnieuw ook weer weg. Omdat God een bevrijdende God is en blijft, stuurt Hij generatie op generatie weer profeten om opnieuw de koers te wijzen, de richting van zijn koninkrijk. Kennelijk is het nodig, en wordt het voor ons mensen nooit vanzelfsprekend om zorg te hebben voor elkaar en voor de zwakken in het bijzonder, zoals God het toch voor ons bedoeld heeft, en zoals het dus ook zou moeten kunnen.
Vandaag horen we in beide lezingen over een weduwe die grote armoede lijdt. En wie een beetje vertrouwd is in de Schrift, weet dat weduwen niet arm hoeven en horen te zijn. Het is een dure plicht voor het volk van God om zorg te dragen voor de weduwen en de wezen, net als voor de vreemdelingen in hun midden. Toch zitten er, zoals wel vaker in de Bijbel, ook nu weer een paar momenten in de verhalen die maken dat het net even anders is dan we op het eerste gezicht zouden denken, waardoor we op het verkeerde been worden gezet.
Zo is in de eerste lezing Elia zelf de vreemdeling in het buitenland, het land van koningin Izebel voor wie hij op de vlucht is omdat ze hem wil laten vermoorden. Hij ontmoet dan een arme weduwe die de stad is uitgegaan om hout te sprokkelen voor haar vuur, om met het laatste wat ze nog heeft aan olie en meel een broodje te bakken. Hij, de vreemdeling, vraagt haar om wat water, het minste teken van gastvrijheid, en als ze het voor hem gaat halen vraagt hij ook nog iets te eten. Haar antwoord is heel opvallend: ze zweert bij de God van Israël, de God van de vreemdeling Elia, en zegt dat zij voor haarzelf en haar zoon van het leven niets meer te verwachten heeft dan de dood. Nu zij heeft gezworen bij de HEER, de God van Israël, antwoordt zijn profeet Elia met de eerste boodschap die deze onze God voor ieder mens altijd heeft: Vrees niet, wees niet bang. Angst is een slechte raadgever: wie bang is, sluit zich af, kan niet goed luisteren. Deze arme vrouw zonder perspectief in haar leven stelt zich open voor het woord van God, en doet wat Elia haar zegt, en krijgt zo deel aan de belofte, want, zegt Elia: Zo zegt de HEER, de God van Israël: De pot met meel raakt niet leeg en de kruik met olie niet uitgeput totdat de HEER het weer laat regenen. Zij hecht geloof aan zijn woord en geeft er gevolg aan, en wordt zo voor ons allen een voorbeeld, omdat zij in vertrouwen op dat Woord van God durft te leven.
Wij zijn misschien geneigd om in beide verhalen stil te blijven staan bij de arme weduwe die in haar pure armoe durft te geven wat zij heeft, en ons te verbazen over hoe onvoorstelbaar gul zij zijn. Zij durven hun leven te geven, dat staat er letterlijk van de vrouw in het evangelie: ze geeft van haar armoede alles wat ze had, heel haar leven(sonderhoud). Zij durft te delen, en vindt leven in honderdvoud.
Nu heb ik wel vaker gehoord dat armen in het algemeen veel guller geven dan de rijken. Jezus zegt vandaag zelfs: Ik verzeker jullie, die arme weduwe gaf meer dan alle anderen. Naar aanleiding van dit verhaal heb ik me ooit laten vertellen:\
- dat de armen relatief meer geven dan de rijken, dus een groter percentage van hun inkomen;\
- dat de armen opgeteld meer geven dan de rijken (er zijn ook meer armen!);\
- en dat gemiddelde de arme zelfs letterlijk, in absolute bedragen meer geeft dan de rijke.
Hoe onthullend en belangrijk dit ook mag zijn, toch moeten we daar nu niet in blijven steken.
Het eerste stukje evangelie vandaag vóór ‘het penningske van de weduwe’ toont ons Jezus die zich boos maakt over die schriftgeleerden die in mooie gewaden lopen en zich graag laten zien, vooraan staan in kerk en synagoge - ja, als ik dit zeg, ben ik me bewust van mijn kleding en mijn plek ! - en intussen niets anders doen dan schone schijn plegen, of zelfs in naam de verantwoordelijkheid voor de armen, de weduwen op zich nemen, maar in de praktijk daarmee alleen zichzelf verrijken. Macht corrumpeert, ook in kerk en synagoge, hoe verschrikkelijk deze waarheid ook is. Natuurlijk geldt dit niet voor alle schriftgeleerden. Precies hiervoor heeft Jezus juist een prachtige ontmoeting met een Schriftgeleerde gehad. Maar elke is er één te veel, en - zo zegt Jezus - zij roepen hun vonnis over zichzelf af, zij die eisen aan anderen stellen en over hun rug hun alleen voor zichzelf zorgen, waardoor hun houding tegenover God onvermijdelijk ook hypocriet is, want wie werkelijk tegenover de God van de Schrift gaat staan, vindt hem als een barmhartige, trouwe, liefdevolle en bevrijdende God, vooral voor de armen.
In beide lezingen ontmoeten we zo niet alleen een arme weduwe, maar ook een profeet, want in het evangelie vervult Jezus vandaag precies die profetische rol waar hij de hypocrisie van mensen uit de heersende klasse aanklaagt, de armoede en de misstanden, zelfs als zij uit de kring van zijn goede vrienden, de schriftgeleerden, komen. God wil dat alle mensen leven in sjalom, in vrede en goede omstandigheden, en niet dat enkele rijke welgestelde (geestelijke) leiders arme weduwen tekortdoen.
Het gaat vandaag dus niet alleen om het schandaal van de armoede van de weduwen. Ook zijn deze beide weduwen niet alleen een groots voorbeeld vanwege hun grote offerbereidheid, maar bovenal door hun overgave en trouw aan God en zijn Woord.
Zo is de eerste een buitenlandse vrouw die niet tot het volk van God behoort, een buitengewoon arme weduwe bovendien, die zelf extreem hulpbehoevend is, voor ons een voorbeeld van geloof in Gods Woord, in zijn profeet, en door haar daden van een groeiende bekering en overgave aan dit Woord. Zij vertrouwt zichzelf toe aan Gods belofte en vindt zo voor haarzelf en haar zoon, en voor de grote profeet Elia, weer het leven.
De tweede weduwe is voor Jezus zelf een voorbeeld. Zij geeft alles wat ze heeft, heel haar leven, ze zegt niet eens: ik heb maar twee muntjes, ik geef er één aan God en houd de laatste voor mezelf, nee, deze weduwe geeft haar laatste zekerheid weg, geeft zich volledig over, leeft volledig in vertrouwen op God, en is in deze zin een voorloper voor Jezus die in deze stad Jeruzalem spoedig hierna zelf ook zijn leven zal geven, in overgave en vertrouwen op God zijn Vader, opdat hijzelf en vele anderen, ook wij, door hem nieuw leven mogen ontvangen in overvloed.