Theofiel Verbist was een missionaris. Hiernaast zie je hem zoals hij in China gekleed ging. Hij werd te Antwerpen geboren in 1823 in een gezin met zeven kinderen. Zijn vader was bankier en zijn moeder was de dochter van een chirurg uit Dendermonde. Hij deed zijn middelbare studies in het klein seminarie van Mechelen en liet zich daarna inschrijven in het groot seminarie aldaar. Na zijn priesterwijding werd hij een graag geziene studiemeester van een paar honderd studenten in het klein seminarie waar hijzelf had gestudeerd. Na vijf jaar werd hij benoemd tot aalmoezenier van de militaire school in Brussel en tot directeur van de zusters die in de nabijheid hun klooster hadden. Tien jaar heeft hij daar gewerkt. Hij werd in die tijd ook nationaal directeur van het werk van de Heilige Kindsheid, een beweging die de missiegeest bij de kinderen wil verspreiden en fondsen werven voor de missies, in het bijzonder voor de weeshuizen in China.
In de jaren 1800 kwam een nieuwe missionaire beweging tot stand in Europa en priester Theofiel voelde zich geroepen om ook in België, zoals in Frankrijk, Duitsland en Engeland, een missiecongregatie op te richten en dat in het bijzonder voor China. Een viertal van zijn vrienden priesters sloten zich bij hem aan en zij gingen samen wonen in de wijk Scheut te Anderlecht, deelgemeente van Brussel. In de volksmond werden zij Scheutisten genoemd. Theofiel slaagde erin zijn plan te laten goedkeuren door de kardinaal van Mechelen en door het Vaticaan te Rome. Hij kreeg de nodige financiële middelen te Parijs bij het werk voor de voortplanting van het geloof. Hij nam ook contact met Mgr. Mouly, de bisschop van Beijing (Peking) in China. Zij bouwden te Scheut een Seminarie voor de opleiding van missionarissen voor China. De statuten van de nieuwe congregatie werden door Kardinaal Sterckx te Mechelen goedgekeurd op 28 november 1862. Van dan af begon Scheut zijn opgang als missionerende congregatie onder de officiële naam “Congregatie van het Onbevlekt hart van Maria”, in het latijn “Congregatio immaculati cordis Mariae”, in ’t kort CICM of naar de volksmond ‘Scheut’.
Drie jaar na de stichting waren ze reeds met zes paters. Theofiel samen met vier anderen vertrok naar China. De reis ging over Parijs, Rome en Marseille, een reis van 100 dagen. Zij werden enthousiast ontvangen door de bisschop van Beijing en door de franse paters Lazaristen die omwille van hun tekort aan personeel zich wilden terug trekken uit Chinees Mongolië. De scheutisten kregen de missieposten van de Lazaristen aldaar om zich te instaleren. Zes Chinese priesters zouden hen helpen want ze kenden nog geen chinees.
Enkele maanden later schrijft Theofiel een brief aan zijn zus, Elisabeth, te Brussel - 238 brieven van hem zijn bewaard gebleven - : Lieve Elisa, Ik ben nu in China. Een droom van zoveel jaren is eindelijk waar gemaakt. Alle dagen dank ik God daarvoor. Ik heb het gevoel dat ik op deze plek kan bereiken wat ik altijd als mijn ideaal had voorgesteld. Sinds ik priester werd, wilde ik uit liefde voor God met vrucht werken aan het welzijn van zijn schepselen.
In een brief van enkele weken later schrijft hij aan pater Bax, zijn medebroeder in Scheut : Nu ik begonnen ben aan mijn missionerende inzet voor het Rijk Gods in China, besef ik beter dan ooit welke moed en zelfverloochening daarvoor nodig zijn. Het is een hard leven dat, natuurlijk gesproken, helemaal niet zo aantrekkelijk is.
Als wij, gelovigen, in het Onze Vader bidden ‘Uw Rijk kome!’, dan moeten wij ook op daadwerkelijke wijze op een of andere manier - al was het maar door het getuigenis van een echt christelijk leven - bijdragen aan het tot stand komen van dat Rijk. Het is een Rijk van vrede en rechtvaardigheid. Het is het Rijk van God dat Jezus heeft aangekondigd en dat eens en voorgoed vorm begon te krijgen in zijn dood en verrijzenis. Paulus spreekt in zijn brieven herhaaldelijk over ’leven in Christus’. De evangeliserende missie bestaat erin mensen te leren leven ‘in Christus’ en hen deel te laten uitmaken van het volk van God. Dat dit aan mensen gegeven is en in hun bereik ligt als ze dat willen, dat is de blijde boodschap voor de mens van alle tijden.
Inculturatie (aanpassing aan de cultuur) vanwege de missionaris is daarvoor nodig. Dat was in China niet gemakkelijk. De grote moeilijkheden en gevaren voor Theofiel Verbist en zijn confraters waren de aanpassing aan het klimaat en de volksgewoonten; de taal van de Chinezen; de uiterst strenge winter in het noorden van China; leven en werken zonder inkomen en totaal afhankelijk zijn van giften; leven in een streek waar geen dokters zijn en daar bovenop nog een hongersnood in 1867, zonder te spreken van de roversbenden in die tijd. Het was een hard leven. Toch zijn zij enthousiast en vol moed eraan begonnen.
Waar haalden zij de motivatie en de kracht om dat vol te houden? Zij wilden in geloof en groot vertrouwen hun roeping ten volle beantwoorden. God wenst zijn Heil aan alle mensen aan te bieden en de missionaris is het heilzame instrument in de handen van God om zijn Rijk te vestigen in de harten van de mensen bij alle volkeren. Dit is wat Theofiel zag als levensideaal van de missionaris - en wij lezen het in veel van zijn brieven - : Blijvende inzet, met moed en volharding, tot glorie van God, voor het heil en het geluk van de mensen.
Met vijf missionarissen van Scheut waren ze in China aangekomen in november 1865. Pater Ferdinand Hamer was de jongste. Hij werkte 35 jaar in China en werd er Bisschop, maar één van hen is op zijn missiepost gestorven aan een soort tyfus, en dat één jaar en vier maand na zijn aankomst. Juist één jaar later is ook Theofiel Verbist zelf aan deze ziekte gestorven. Dat was op 23 februari 1868. Hij ontving de laatste sacramenten uit de hand van een Chinese priester. Er was geen dokter omtrent en hij was pas 44 jaar. Later is gebleken dat de Chinezen immuun waren voor dat soort tyfus maar niet de Europeanen.
Voordat hij naar Brussel zou terug keren om het noviciaat te organiseren deed pater Verbist nog een reis naar de verschillende missieposten van zijn vicariaat. Op die reis is hem de koorts overvallen en na enkele dagen is hij overleden.
De graankorrel is in de aarde gevallen om vrucht voor te brengen. In zijn voetspoor zijn in de loop der jaren meer dan zes honderd missionarissen naar China getrokken ondanks alle moeilijkheden en gevaren.
Het lichaam van Theofiel Verbist ligt in een mooie Chinese sarcofaag in de crypte van de kapel van het missiehuis van Scheut te Anderlecht.
Zalige Hoogdag van Allerheiligen.
Zalige hoogdag van Allerheiligen - Theofiel Verbist (2009)
B-cyclus · Tijd door het jaar · 32e zondag · groen