OPENINGSWOORD
Broeders en zusters, welkom in de kerk, het Huis van God.
Wij kennen het gezegde “Als de nood het hoogst is, is de redding nabij”. Wij mogen deze woorden toepassen op de eerste lezing van vandaag. In een tijd van grote hongersnood gaat een weduwe met één kind voor het laatst brood bakken. Dan is al het voedsel op en wacht hen een langzame en gruwelijke hongerdood. De nood is echt op z’n hoogst.
Of kan het nog erger? Er komt een vreemdeling - althans, uit het verhaalde blijkt niet dat de weduwe de profeet Elia kende - een vreemdeling, die om een brood vraagt. Nu zègt hij wel dat de pot met meel niet leeg raakt en de kruik met olie niet uitgeput, maar ja, hoeveel mensen komen er niet aan de deur of reclamefolders vallen in de brievenbus waarvan vooral de ander beter wordt en niet wij!? Misschien dacht de weduwe: Laat ik maar een gokje wagen. Wat maakt het ook uit of dat broodje van gisteren de laatste was of dat die van vandaag de laatste is. Misschien had de profeet Elia wel een heel bijzondere uitstraling en had zij onmiddellijk vertrouwen in deze man. Hoe het ook zij, het wonder gebeurt. Zij, haar kind èn de vreemdeling hebben zolang de droogte duurt te eten en zijn van de hongerdood gered.
Broeders en zusters, laten wij net als die weduwe een gokje wagen en iets meer inzetten op God. Als wij twee stappen extra doen in de richting van God, komt Hij ons er zeker vier tegemoet. Hij is altijd groter. Brengen wij bij Hem wat onszelf of anderen zwaar valt. Stellen wij allereerst op Hem ons vertrouwen.
Iemand, die ook heel wat stappen in de richting van God heeft gezet, letterlijk, namelijk tot pal bij het tabernakel, om de kaarsen aan te steken, is Nico Tesselaar. Nico, welkom, jij, je kinderen en kleinkinderen. Zoveel jaren ben jij hier koster geweest. Uiteraard zijn wij heel blij en dankbaar om alles wat jij voor God en onze gemeenschap hebt gedaan. Vandaag willen wij jou daar bijzonder voor bedanken. Maak je maar geen zorgen. Wij gaan geen enge dingen doen. Laat het maar gebeuren.\
OPENINGSGEBED
Laat ons bidden. Almachtige eeuwige God, voor kleine mensen zijt Gij bereikbaar, de rechtelozen neemt Gij in bescherming. Wij vragen U: geef ons de eenvoud van hart om naar allen toe te gaan, die om hulp verlegen zijn. Schenk ons de moed om met elkaar te delen alles wat Gij ons hebt toevertrouwd. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon … .\
PREEK
Wij hoorden in de eerste lezing over een weduwe. Maar ook in het evangelie is er sprake van een weduwe, die een gokje waagt. Niet in het casino, maar in de Tempel van God. Zij denkt: Ik heb nog maar twee penningen ter waarde van een cent. Laat ik ze maar weggeven. Misschien win ik uiteindelijk meer dan ik op dit moment verlies. Of misschien had de Tempel van God voor haar wel zo’n uitstraling, net als de profeet Elia, dat zij dacht: Met het geven van mijn laatste centen wil ik aan God laten zien, dat ik mij helemaal aan Hem wil toevertrouwen.
Nu, lieve mensen, gaan wij vandaag en de komende week ook een gokje wagen? Wat gaan wij inzetten en wat hopen wij te krijgen? Het eerste - de inzet - is natuurlijk gemakkelijker te bepalen dan het laatste: de winst. Want wij kunnen zelf vaststellen wat wij geven, maar wij hebben niet in handen òf wij gaan winnen en zo ja: wàt wij gaan winnen. Voordat wij onze inzet gaan bepalen, is het goed om te denken aan de woorden van de heilige apostel Paulus, die in zijn tweede brief aan de christenen van Korinte, hoofdstuk 9, het volgende zegt: Wie karig zaait, zal karig oogsten. Logisch, wie maar één lot koopt, maakt minder kans om te winnen dan wie tien loten koopt.
Wel, wat gaan wij inzetten? Gaan wij voortaan iedere zondag naar de kerk in plaats van slechts twee keer in de maand? Of als wij al iedere zondag gaan, gaan wij dan voortaan ook een keertje door de week naar de kerk? Wil je inzetten op bijna het hoogste? Dan moet je koster worden. Van de 365 dagen in het jaar was Nico vele jaren lang toch wel zo’n 360 dagen in de kerk aanwezig. Of gaan wij - als wij het nog niet doen - een beetje van onze tijd vrijmaken voor vrijwilligerswerk? Of gaan wij - omdat onze parochie een beetje in financiële problemen verkeert - een flinke gift doen? Wat wij verliezen is alleen maar een beetje tijd of geld. Wat wij winnen is de dankbaarheid van mensen en vooral de zegen van God. Wat wij winnen van God is altijd van oneindig groter waarde.
In de tweede lezing uit de brief aan de Hebreeën hoorden wij wat in het spel van het leven de inzet was van Jezus Christus: Hij gaf zijn leven, letterlijk, aan het kruis. Je kunt als mens geen groter blijk van liefde geven dan dit. Hij verloor zijn aardse leven, nota bene op jeugdige leeftijd, 33 jaar jong, maar Hij won het leven van miljarden mensen. Wij gaan er van uit dat verreweg de meeste mensen naar de hemel gaan, omdat Jezus Christus heeft gezegd, dat de poorten van de hel die van de hemel niet zullen overwinnen. Dus … één graankorrel in de aarde heeft miljarden nieuwe graankorrels voortgebracht. Niet goed gegokt, geen gelukstreffer, maar van tevoren geweten en uit liefde gedaan.
Laten ook wij uit liefde onze inzet verhogen. God laat onze liefde nooit onbeantwoord. Wij beleven moeilijke tijden. Zoveel mensen zijn ontspoord. Wij moeten gewoon een beetje extra ons best doen om kerk en wereld in orde te krijgen.
Een vrouw, die ook hoog heeft ingezet, is de heilige, die wij aanstaande vrijdag, 17 november, vieren: Elisabeth van Hongarije.
Zij werd geboren in Sárospatak in Hongarije in het jaar 1207. Zij was de dochter van koning Andreas II van Hongarije (1175-1235) en zijn vrouw Geertruide van Andechs-Meran (vermoord in 1213).
Reeds op vierjarige leeftijd werd er een huwelijk voor haar ‘geregeld’. Vanaf dat moment werd ze opgenomen in het Duitse gezin van haar toekomstige echtgenoot. In 1221, 14 jaar jong, trad ze daadwerkelijk in het huwelijk met landgraaf Lodewijk IV van Thüringen. Ze was zeer gelukkig met hem en ze kregen twee meisjes en een jongen.
Tijdens de hongersnood van 1226, 19 jaar jong, staat zij heldhaftig de armen terzijde. Hoewel haar man haar waarschuwt, gaat zij door met het bakken en uitdelen van broden. Op een dag komt ze op straat haar man, de landgraaf, tegen, die ziet dat ze haar schort gevuld heeft. Hij laat haar het schort openen - en je gelooft het of niet - maar in plaats van broden liggen er rozen in.
Aan het huwelijk komt abrupt een einde als Lodewijk in 1227 - Elisabeth is dan 20 - op kruistocht is met keizer Frederik II. Hij bereikt Otranto, maar sterft aan de pest. In haar verdriet verklaart Elisabeth: “De wereld en alles wat het leven aangenaam maakt, is nu dood voor mij.”
Maar het wordt haar nog moeilijker gemaakt. Omdat ze Lodewijk gezworen had nooit meer met een ander te willen trouwen, weigert ze een huwelijksaanzoek van haar zwager. Deze neemt haar haar kinderen af en zij wordt door de adel beroofd van al haar bezit, met inbegrip van het kasteel de Wartburg waaruit ze wordt verdreven. Van Paus Gregorius IX krijgt zij een schadeloosstelling in geld en goed en mag ze op de Marburg gaan wonen.
In 1229 - ze is 22 - wordt ze lid van de Derde orde van Franciscus van Assisi en gaat ze haar verdere leven de zieken verzorgen in het Franciscaanse ziekenhuis dat ze liet bouwen bij de Marburg. Daarom zijn tot in de 19e en 20e eeuw honderden hospitalen naar haar genoemd.
Op 24-jarige leeftijd sterft ze in 1231 op de Marburg. In 1235 wordt zij door paus Gregorius IX heilig verklaard. Zij is de patrones van de charitas. Haar feestdag wordt gevierd op 17 november.
Elisabeth wordt meestal afgebeeld als koningin met de kroon op het hoofd. Zij heeft als attributen een kan en brood. Soms heeft zij rozen in haar schoot. Dikwijls knielt er een bedelaar aan haar voeten die zijn hoed ophoudt, terwijl Elisabeth er geld in stort. Vaak heeft zij niet één maar drie kronen bij zich. Men zegt dat ze drie kronen verdiende: de kroon der martelaren om haar boetedoening, de kroon der maagden om haar zuiverheid en de kroon der predikers om haar goede voorbeeld. Of ook dat zij gedurende drie levensperioden uitblonk in heiligheid: in haar maagdelijke staat, als echtgenote en als weduwe.
Mensen, er is veel kwaad in de wereld. Dat hoef ik jullie niet voor te houden. Het kwaad kunnen wij alleen maar overwinnen door het goede, door heel veel goede dingen. Proberen wij net als Elisabeth extra lief te hebben. Het is zo goed voor kerk en wereld. En je kunt vertrouwen op een extra zegen van God.