Liefhebben is het eerste gebod

B-cyclus · Tijd door het jaar · 31e zondag · groen

Als wij een enquête zouden houden onder de christenen, in welke zin van de bijbel de kern van het christendom het duidelijkst wordt uitgedrukt, zouden, vermoed ik, de meesten antwoorden met de zin, waarmee Jezus de vraag van de farizeeën beantwoordde: ‘Gij zult de Heer uw God beminnen en uw naaste als uzelf'.

De liefde is inderdaad het enige waar het op aankomt. De liefde tot God en de naaste is het zenuwcentrum van onze godsdienst. In de woestijn van Egypte werd enkele jaren geleden een oeroud stukje papyrus gevonden, waarop alleen deze zin stond: ‘Gij zult de Heer uw God beminnen, met geheel uw hart, geheel uw ziel, geheel uw verstand en geheel uw kracht en uw naaste als u zelf’. Als er van het hele Nieuwe Testament alleen deze woorden van Jezus zouden zijn overgebleven, dan was dat voor ons nog altijd voldoende reden ofwel om christen te worden of christen te blijven. Wat is het eigenlijk een heerlijke godsdienst, waarvan het midden en het wezen door deze zin bepaald wordt. Al het andere is eigenlijk slechts uitleg van deze zin.

God beminnen kun je eigenlijk alleen door je naaste te beminnen als jezelf. Als wij daarover nadenken, zullen wij heel vlug tot de overtuiging komen dat deze liefde niet op de eerste plaats een gebod is, maar een geschenk. Het is een geschenk van God aan de mensen. Niet wij zeggen het eerste woord in de liefde, maar God. De liefde die wij bewijzen, moet een antwoord zijn op de liefde die God reeds voor ons heeft. Deze liefde van God tot het uiterste heeft Jezus ons ten volle duidelijk gemaakt. Onze liefde begint daarmee, dat wij geloven in die liefde van God tot mij en tot alle anderen. Want God sluit niemand uit, Hij trekt zich nooit terug van mij, ook niet van mijn armzaligheid, van mijn tekorten, maar ook niet van mijn naaste, mijn buurman, mijn collega, met al zijn fouten en tekorten.

Deze liefde van God voor alle mensen zonder onderscheid moeten wij in ons leven proberen zichtbaar te maken in heel kleine dingen. Liefde is pas echt en groot als zij duidelijk wordt in kleine dingen. Om dit duidelijk te maken zou ik u een mooie joodse parabel willen vertellen. Twee broers woonden op de berg Moria. De jongste was getrouwd en had kinderen, de oudste was ongetrouwd en alleen. De twee broers deden alles samen, samen ploegden zij het veld, samen zaaiden zij het graan. In de tijd van de oogst brachten zij het graan binnen en verdeelden de schoven in twee gelijke hopen. Toen het nacht geworden was legde ieder van de beide broeders zich bij zijn hoop schoven om te slapen. De oudste kon echter niet slapen en dacht bij zichzelf: ‘Mijn broer heeft een gezin, ik daarentegen ben alleen en zonder kinderen en toch heb ik voor mij evenveel schoven genomen, dat is niet eerlijk’. Hij stond op en heel stilletjes nam hij een deel van zijn schoven en legde die bij de hoop van zijn broer. Toen ging hij weer slapen. In diezelfde nacht, een hele tijd later, werd de jongste wakker en ook hij moest aan zijn broer denken en zei bij zichzelf: ‘Mijn broer is alleen en heeft geen kinderen. Wie zal in zijn oude dag voor hem zorgen?’ Hij stond op, nam een gedeelte van zijn schoven en droeg die heimelijk naar de hoop van zijn oudere broer. Toen het dag werd, stonden beide broers op en beiden waren verwonderd dat de hopen even groot waren als de avond tevoren. Maar niemand van hen zei iets. De volgende nacht wachtten beiden een tijdje, totdat de een dacht dat de andere sliep. Toen stonden zij beiden op en ieder nam weer de schoven om ze naar zijn broer te dragen. Halverwege troffen zij elkaar en ieder van beiden zag, hoe goed de ander het met hem meende. Zij lieten hun schoven vallen en omhelsden elkaar. God in de hemel zag op hen neer en sprak: ‘Deze plaats is heilig, hier wil ik onder de mensen wonen'.

Overal waar mensen zo zorgend voor elkaar klaar staan en willen delen, daar woont God onder de mensen, daar groeit een stukje hemel.

Zoeken in Preken Online