Eenendertigste zondag door het jaar (2000)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 31e zondag · groen

Als we horen dat we de Heer moeten vrezen, en als we geboden van liefde opgelegd krijgen, dan klopt er iets niet in onze beleving. Het klinkt als ‘hou van me of ik schiet’. In de tekst van Deuteronomium wordt ook gesproken over “… geboden en voorschriften die ik (Mozes) u in opdracht van de Heer moet leren … Als u die uitvoert, zult ge gelukkig zijn.” Verder in het boek Deuteronomium zegt Mozes: “Kies het leven, dan zult u met uw nakomelingen het leven bezitten door de Heer, uw God, te beminnen naar Hem te luisteren en aan Hem gehecht te blijven”. Later, op de volksbijeenkomst te Sichem, somt Jozua de Joden al de heilsdaden op die zij ondervonden hebben en vraagt dan" : “Als u de Heer niet verkiest te dienen, kies dan nu wie u wel wil dienen…” en het volk antwoordt: “Wij denken en niet aan de Heer te verlaten”. Duidelijk is dat is dat het gaat om een keuze en niet om een opgelegde verplichting. Bij ‘geboden’ en ‘Wet’ kunnen we beter denken aan leefregels, levensdevies.

Liefde kan ook alleen maar in vrijheid leven; liefde kan alleen maar zijn tussen twee zelfstandige wezens die elkaar aanzien en ‘ja’ tegen elkaar zeggen. Zo lijkt de liefde tussen twee eigenstandige mensen wel het meest op wat wij, mensen, noemen de Liefde van God en onze liefde tot God. Als het gaat om ons maximale mens-zijn, kennen wij geen hoger vermogen en mooiere ervaring dan de liefde, en zodoende hebben wij ook niets beters dan de liefde om ons naar het hoogste Wezen toe uit te drukken én van het hoogste Wezen te verwachten en te ontvangen. Pas in onze Schepper kunnen wij maximaal zijn. Mensen-liefde tussen twee personen is niet continu, kent ups en downs. Goddelijke Liefde is altijd en maximaal omdat God maximaal is en altijd.

Zeg niet dat er geen éénzijdige liefde kan zijn, liefdesaanbod. Een moeder begint met een haar kind omvattende liefde en moet wachten tot het haar liefde beantwoordt. Maar haar één-zijn met haar kind, symbiose, het één-leven, zal zij moeten loslaten om het kind eigenstandigheid te laten verwerven. Wat dat betreft hebben vaders het misschien wel makkelijker dan moeders, zij kennen die symbiose, dat één-leven niet zo. Voor de moeder zal die scheiding, die afstand tussen haar en kind, altijd een onvolmaaktheid blijven. Als het gaat om Godsliefde, liefde tot God en Liefde van God mogen we wel op zo’n symbiose rekenen, zeker van Gods kant. Je in Zijn Hand weten. En toch is hier ook sprake van een onvolmaaktheid, nl. van der ziel die naar God dorst, als dorre akkers naar regen.

Zo kunnen we dan het “Sjema Jisraëel” aanhoren. Als dat wordt gezegd, “Sjema Jisraëel”, staat de Jood a.h.w. in de houding. “Luister, Israël”, nu komt het woord, en het woord is: “Ge zult de Heer uw God beminnen” omdat HijZ u zoveel goeds heeft gedaan. Dat beminnen doe je vanzelf; dat is de duiding van wat jullie is overkomen; dat zeggen jullie vanuit jezelf omdat jullie je in Gods Hand weet, omdat jullie ervoor kiest dat zo te zeggen. Onze JHWH is de enige echte God, Onze JHWH is éénvoudig, niet dubbel zoals bij andere volken.
Bemin Hem met heel uw hart. Ik vertaal dat met ‘bemin Hem met heel uw eigenste leven’, je leven dat van jou is dat jij ervaart en maakt, met je eigenste persoon, de handelende persoon. Gaat dat niet in de richting van symbiose, één-leven?
Bemin Hem met heel uw ziel, “… heel uw levensadem” zegt het hebreeuws. Daarbij kun je meer denken aan een levensvermogen dat je gegeven is, dat je gekregen hebt om je leven te richten; het stukje van je Schepper dat in je leeft. Laat dat ook meedoen. Gaat dat niet nog meer in de richting van symbiose?
Bemin Hem met al uw krachten. Al uw menselijke vermogens en inzet, je verstand, je wil, je uithoudingsvermogen, desnoods je spierkracht, je wandelen en vertellen. Ook daarin kun je in en met Hem zijn want HijZ kent je zitten en je opstaan.
Prent ze in uw hart. Ook de profeet Jeremia schrijft zo iets over het hart: God zegt: “Ik schrijf mijn Wet in hun binnenste, ik grif die in hun hart”. Zo kunnen ze vanuit zichzelf, vanuit hun hart, beminnen. Als zij de geboden in hun hart prenten, in hun hart leggen, ontmoeten zij daar Gods geboden, herkennen zij Hem bij het uitvoeren van geboden en voorschriften. Zo leren zij die liefde kennen.

Het toppunt van een één-leven met de Vader is Jezus van Nazaret. Geen wonder dat hij graag staat voor het eerste gebod, dat hij dat uit wil spreken: “Sjema Jisraëel!” Luister, Israël - luister, Theo; luister, Annemarie; luister, Esther; luister Jan; luister, Godelieve - ‘Onze God is enig, uniek, één heelheid. HijZ is de moeite waard om bemind te worden met heel je hart, heel je ziel en heel je verstand en heel je kracht; daar ligt ons leven.’
Dat is om stil van te worden maar Jezus gaat verder: “Het tweede gebod is: bemin uw naaste als u zelf”. Beide woorden staan in het O.T. Op zich waren ze niet nieuw, maar wat Jezus doet is ze aan elkaar koppelen. Jezus zegt niet ‘je zult niet dit of dat kwaad doen’, hij gaat op de plus-kant staan, wat je wél moet doen: beminnen.
Uw naaste als uzelf. Als je jezelf niet bemint, kunt beminnen, kun je ook niet je naaste beminnen; je weet niet wat dat is. Je zelf beminnen is normaal en vandaar uit naar mensen zien, ook vandaar uit naar God zien, met heel je levensadem. Ligt daar dan geen symbiose, geen één-leven, ook naar de naaste? Of we vanuit de naaste God ontmoeten of vanuit God de naaste, dat ligt aan je persoon, aan je hart, maar die twee geboden zijn van het zelfde soort, gelijkwaardig, de een niet zonder de ander. Jezus heeft die twee aan elkaar verbonden en dat waar gemaakt.

Als men in het eerste Verbond al kon zingen/bidden “Heer, ik heb u lief, mijn sterkte zijt Gij, mijn toevlucht mijn rots, mijn bevrijder”, dan kunnen wij nu dat ook doen, zeker samen met Jezus Christus.

Ik hoop dat e.e.a. ook jongeren aanspreekt. Wat die schriftgeleerde zegt is wezenlijk; hij heeft het door. Hij zegt: “dat gaat boven alle slacht- en brandoffers”. Hij gaat helemaal vooraan staan, bij het begin: Liefde. Iemand die geen honger heeft, hoef je geen boterham te geven. Als er geen liefde is, dan hoef je niet te offeren, ook geen voorschriften na te komen of geld te storten of wat dan ook. Als er geen liefde is, leer je jezelf niet kennen, je naaste niet en God niet. Maar, omgekeerd, als je een offer brengt, kun je misschien ontdekken, leren wat liefde óók is.

Symbiose, één-leven met God, met Hem die Jezus zijn Vader, zijn ‘Abba’ noemde. Zullen we ons een paar minuten tijd gunnen dat over ons te laten komen?

Zoeken in Preken Online