Eenendertigste zondag door het jaar (1997)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 31e zondag · groen

Ik wil beginnen met een verhaaltje. Er waren eens twee broers. Samen hadden ze één akker. Van de opbrengst kreeg ieder precies de helft. De oogsttijd kwam en de tarwe werd gemaaid de schoven werd geteld en verdeeld. Na een hele dag werken, gingen ze ’s avond moe naar bed.
De oudste van de twee kon de slaap niet vatten. Hij lag te denken: Het is niet eerlijk dat ik de helft van de opbrengst krijg. Ik ben maar alleen maar mijn broer heeft ook zijn vrouw en kinderen te onderhouden. Daarom stond hij op, ging naar zijn deel van de oogst, nam drie schoven en zette deze bij het deel van zijn broer.
Maar ook de jongste broer kon niet in slaap komen. Hij dacht: Het is niet eerlijk als ik de helft van de opbrengst neem. Mijn ongetrouwde broer heeft een extra deel nodig om te kunnen sparen voor de oude dag. Mijn kinderen zullen later wel voor mij zorgen. Daarom stond hij op, ging naar zijn deel van de oogst, nam drie schoven en bracht die naar het deel van zijn broer.
Toen ze de volgende morgen weer op de akker kwamen stonden ze verbaasd omdat iedereen nog evenveel schoven had. Maar ze zeiden niets. De tweede nacht bracht elk weer drie schoven naar het deel van de ander. En de volgende dag zagen ze weer dat er niets veranderd was. Ze waren heel verbaasd maar zeiden niets.
De derde nacht toen zij de schoven aan het verplaatsen waren, kwamen ze elkaar midden op de akker tegen. Toen begrepen zij wat er gebeurd was en ze omhelsden elkaar.
Dit is een heel ontroerend verhaal van echte liefde. Er wordt zo vaak gesproken over de liefde, over God beminnen en je naaste beminnen, vaak in heel mooie woorden, liederen of gebeden. Maar bij liefde gaat het altijd om het doen, en dat wordt misschien wel eens te vaak vergeten. Al kun je er nog zo mooi over praten, als je het niet doet. is en blijft het een loze kreet. Daarom is dat verhaal van die twee broers ook zotreffen: het geeft een heel concreet voorbeeld van liefde, juist zoals Jezus in de bekende gelijkenis van de barmhartige Samaritaan ook een heel concreet voorbeeld gaf.
Het is ook niet voor niets dat God beminnen meteen gekoppeld wordt aan het beminnen van je naaste. Alleen daar kun je liefde doen, heel concreet in daden. Iemand zei eens: Ik bemin mijn naaste in God, maar hij was een heel vervelend mens voor zijn omgeving. Het moet veeleer andersom zijn: Ik bemin God in mijn naaste. In het verhaal van de twee broers is het ook heel belangrijk te zien hoe ze tot hun daden komen, hoe ze denken. Allebei dachten ze namelijk op de eerste plaats aan de ander en daaruit trokken ze heel eerlijk consequenties voor zichzelf. Meestal is het immers andersom: eerste aan jezelf denken en dan pas aan de ander. Vaak is het: ieder voor zich en God voor ons allen.
Als we in ons dagelijks leven eerst aan anderen proberen te denken en dan pas aan onszelf, als we dat klaar krijgen, dan staan ook wij niet ver af van het koninkrijk van God. Dan kunnen ook wij een heel belangrijke bijdrage leveren aan het leefbaar houden van onze samenleving.

Zoeken in Preken Online