Weet U het al? Wéét U al welk rondje voor wélke naam Ú rood gaat maken op 22 november?ordt ’t de bovenmeester? - Jan Peter Balkenende … Of wordt ’t Ketelbinkie? - Wouter Bos … of is ’t één van de andere gezichten die we om de haverklap op het scherm zien verschijnen dezer dagen; is ’t één van de andere namen waarmee de priesters en priesteressen van de mediale kerk maar blijven jongleren; - bent U van één van de andere lijsttrekkers en zijn of haar (Femke!) “verhaal” gecharmeerd geraakt? Er wordt ge"debatteerd" bij het leven, alsof het léven van de mensen in kwestie èn dat van ons ervan af zou hangen … Maar is dat dan niet ook zo? De “grijze golf”, het “onbetaalbaar worden van de zorg”, de opwarming van de aarde en daarmee samenhangend: de stijging van de zeespiegel met alles wat dat betekent voor ons land en, over de zee gesproken: dat daar over twintig jaar of zo bijna geen vis meer in zit en dan: de hypotheekrenteaftrek en het liberaliseren van de woningmarkt en de oorlog in Irak en het internationale terrorisme en de radicaliserende islamitische jongeren … komt het, veelgeliefden, inderdaad niet als een vloedgolf op ons af … en vráágt dat niet om de juíste keuzes en om de juíste leiders omdat we anders ten onder zullen gaan, in de golven zullen wegzinken? Voelen wij ons niet enorm bedreigd en zijn het niet onze leiders, is het niet onze regering, de premier voorop, die ons daarvoor moet behoeden? Hangt daar inderdáád niet alles vanaf? Heeft U ook gekeken naar het “debat” tussen Bos en Balkenende? Wie deed ’t volgens U het beste? - Ik moet zeggen: Ik vond het persoonlijk een enigszins lachwekkende vertoning en een weinig verheffend schouwspel: Hoe die twee als kemphanen temidden van een joelend publiek op elkaar inhakten. Zou ’t nou ècht zo héél veel uitmaken “wie ’t wordt” en welke politiek er gevoerd gaat worden … ? Wel wát natuurlijk … Maar of werkelijk ons léven ervan afhangt …? Nee, zéker níet!
De profeet Jesaja, in de eerste lezing vandaag, is daar heilig van overtuigd: dat ’t niet de politieke leiders zijn, de koningen, in zíjn, in Jesaja’s dagen; zij zíjn het beslist níet waar wij ons heil van moeten laten afhangen. We horen hoe Jesaja, bij zijn vrouw, de vrouw van de profeet, een zoon verwekt. En hij geeft die zoon de naam “Haastige roof, spoedige buit”. Die naam is een toekomst-voorspelling. Ik geef het U op een briefje, nee ik geef het U in de naam van mijn zoon zelfs: Wij zúllen hier in dit land ten prooi vallen aan de machtige koning van Assyrië. Die komt hier de boel leegroven. Daar kun je op wachten. Want, zo zegt God zelf bij monde van de profeet, dit volk “zoekt zijn geluk bij Resin en de zoon van Remaljahu”. Dat zijn zeg maar, als ik een beetje kort door de bocht ga natuurlijk; dat zijn de Bos en de Balkenende van die dagen … Het is één pot nat die twee, lood om oud ijzer. Ze zullen ons niet van het onheil redden: “de grote watermassa’s van de Eufraat (dat is Assyrië; dat is Irak!) - ze zullen buiten hun oevers treden en over alles heenstromen. Ze zullen Juda binnendringen en het overspoelen.” En dan klinkt er vervolgens een onheilspellende, drie maal herhaalde kreet: “Roep op tot de strijd, volken, beef van angst, ja gord je wapens aan en beef van angst”. Alsof het Bush zelf is die het roept. Wij worden door ángst geregeerd. Ja, veelgeliefden: dát is het vooral waardoor wij geregeerd worden. En de politieke leiders, de meesten, die vóeden die angst, die spelen er op in en spinnen er zelf garen bij … Toen greep de Heer mij bij de hand", spreekt Jesaja, “en (Hij) hield me voor dat ik me anders moest gedragen dan dit volk. Hij zei: “Noem niet alles een samenzwering wat zij een samenzwering noemen. Wees niet bang voor wat hun angst aanjaagt, heb er geen ontzag voor. Alleen de Heer van de hemelse machten is heilig, voor hem zijn angst en ontzag op hun plaats. Hij zal een heiligdom zijn, maar ook de steen waaraan men zich stoot.” Eugen Drewermann, de grote Duitse theoloog en psychotherapeut, zegt hierover: “Als God een mens grijpt, dan haalt Hij hem uít de vicieuze cirkel van de angst en brengt Hij een ander perspectief in zijn leven aan. Wat men daarvoor een probleem noemde, lijkt vanuit dat andere perspectief helemáal geen probleem meer. Het echte probleem van dit volk is God, moet Jesaja zeggen, of liever dat het volk God uit het oog verloren heeft. Laten we het anders zeggen (aldus nog steeds Drewermann): de meesten die de bijbel lezen, vinden wat over Jahwe, over God gezegd wordt vreemd, het lijkt kwezelachtig, verstard, nietszeggend, pathetisch, (…) fundamentalistisch, (…) op het randje van de magie. Wat voor zin heeft het om ten aanzien van de angst van een volk, over God te spreken, zonder dat het schijnheilig lijkt? Wie weet niet dat in tijden van crisis de priesters (vroeger - pv) ertoe opriepen om een processie tegen de pest of tegen de honger, een boete- of gebedsdag naar de hemel te sturen en om de kinderen aan te sporen om voortdurend te bidden? Daar gaat het toch niet om? - Maar als wij ons voorstellen dat de grond van het bestaan onder de mens wegvalt, er niets meer is waaraan hij echt houvast heeft, waarop hij als vaste ondergrond kan staan, dán beginnen wij te begrijpen wat het eigenlijk betekent als een mens zijn God verliest. Men verliest Hem niet als een sleutelbos, door een kleine onoplettendheid, maar Hij gaat beetje bij beetje verloren. Men wordt steeds méér naar buiten gezogen, steeds méér in de kringloop van noodsituaties, tot steeds grótere onrust, tot steeds méér gejaagdheid gedwongen en men verwijdert zich steeds verder van zijn eigen centrum. Men klampt zich vast aan mensen (aan Balkenende of aan Bos) en grijpt daarbij in het luchtledige en men weet steeds minder wie men zélf is.
Waarop berust vertrouwen? Wie biedt hoop? Wie zijn wij zelf? Rond deze vragen cirkelt het probleem dat God voor ons is. Mensen ontdekken dat het hele leven een onoplosbaar probleem is en dat er maar één echte zekerheid is: de zekerheid in het binnenste van je eigen bestaan. Dáár gaat het Jesaja om. Dát wil hij ons duidelijk maken: Iedereen mag doen en zeggen wat hij of zij wil, maar alleen diep in het eigen hart is er geborgenheid mogelijk. Wie daar geen rust vindt, vindt die nergens. Je moet niet naar Jesaja luisteren alsof het muziek van Mozart is (zegt Drewermann). Je moet, om Jesaja te begrijpen, die zachte, onhoorbare muziek vernemen die door de hele wereld gaat, om innerlijk rust te krijgen. Dat is de oplossing van alle problemen.
Jahwe, Gód is het eigenlijke probleem. Als je Hem niet vindt, dan wordt Zijn afwezigheid een open, een overmijdelijke val, een rots die, in plaats van te dragen, ’s nachts een obstakel voor de voet vormt, dicht bij de afgrond, de val is groot (…) Wat Jesaja zeggen wil, waar hij voor huivert is: (…) dat God van de zijde van de mensen zou kunnen wijken en uit het hart gerukt zou kunnen worden uit louter angst. Dat de mens niets meer zou zien dan een wereld die waar men ook kijkt alleen nog maar reden tot angst biedt.” “Wat Jesaja wilde, is dat men nergens meer hulp zoekt, maar feitelijk alleen het zwaartepunt zoekt in zichzelf, in de eigen religie, in de eigen identiteit.” Tot zover Eugen Drewermann[11].
Balkenende kan U niet redden mensen. En Bos kan ’t ook niet - net zo min als Femke ’t kan en Mark en de Jan van “Hoe dan Jan?”. De politici kunnen en zullen ons ten diepste niet redden. God kan dat wèl doen. En Hij zál dat doen - a l s U w i l t. Amen.