30e zondag door het jaar (2009)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 30e zondag · groen

We kunnen ons de situatie goed voorstellen: een blinde, een bedelaar, zit ergens in Jericho langs de weg. We kennen zijn naam. De evangelist vindt dit gebeuren allicht zo belangrijk dat hij de naam van die man niet wil vergeten. Men heeft de blinde man verteld over Jezus, een man die wonderen doet en die door sommigen zeer hoog geacht wordt. Het volk noemt Hem: Zoon van David. Dat is meer dan een eretitel. Als men in de Bijbel over de zoon van David spreekt, dan verwijst dat naar de Messias, een gezondene van God.

Het wil nu lukken dat die Jezus langs komt. Bar-Timeüs zit daar op zijn bedelaarsplaatsje en laat luidruchtig van zich horen. Hij viel daarmee de mensen die Jezus volgden lastig. Ze kunnen zijn geroep niet verdragen en ze maken zich kwaad. Ze snauwen hem toe dat hij zijn mond moet houden. Dat heeft echter een averechts effect. Hij komt op voor zijn zaak en begint nog luider te roepen.

Die roepende stem van de blinde heeft Jezus gehoord en zonder enige twijfel ook het protest van zijn volgelingen. Hij zet ze echter fijntjes op hun plaats. Hij berispt hen niet maar zegt hen gewoon: ‘Roep die man. Ik wil met hem eens praten.’ Enkele woordjes van Jezus hebben een veel groter effect dan een hele uitleg. Het feit alleen dat Jezus belangstelling toont voor-die-man-van-geen-tel doet hen nadenken. Ze veranderen van houding. Het is haast een bekering die ze zelf meemaken. Ze beginnen die man moed in te spreken en zeggen hem dat hij moet opstaan. Want ‘Hij roept u’, zeggen ze. Jezus wil Bar-Time­üs zien.

Wat doet die blinde? Hij laat alles vallen wat hij in handen heeft - hij wierp zijn jas weg - hij staat niet recht maar springt overeind - het kan niet vlug genoeg gaan - en hij gaat allicht tastend en zoekend naar Jezus. Daarop volgt een korte gesprek. Geen overvloed van woorden. Jezus vraagt aan die man wat Hij voor hem kan doen. Hij kon natuurlijk vermoeden wat het antwoord was. ‘Meester, Rabboeni, dat ik weer kan zien.’ Daarop zegt Jezus: ‘Ga.’ Hij zegt niet: word nu mijn leerling. Hij stuurt hem terug naar de zijnen. En daarbij komen die aandoenlijke woorden: ‘Uw vertrouwen is uw redding.’ In andere vertalingen staat: uw geloof heeft u gered. Eigenlijk is dat hetzelfde: geloven is vertrouwen hebben in God die de mensen meer mens wil laten worden. En toen zag die man weer en Hij volgde Jezus. Niet op bevel of op aansporing van Jezus, maar gewoonweg omdat hij niet anders kan. Nu zouden wij zeggen: hij wordt een diep gelovig christen.

Dit evangelie is een echt pareltje van catechese. Wij voelen ons daarin terug. Met wie kunnen we ons vergelijken?

Ik stel voor dat we onze manier van doen eens zouden vergelijken met de mensen die Jezus volgen. Deze leerlingen volgen Jezus op zijn weg. Er is echter een storend element: een roepende blinde. Het gebeurt toch wel eens dat wij sommige men­sen als stoorzenders in ons leven ervaren. Er zijn mensen die wij niet graag zien komen, men­sen die onze rust storen. Zo zijn er in ons land mensen van vreemde origine, asielzoekers. Velen redeneren als volgt: ‘Wat komen die hier doen? Dat ze bij hen blijven, want daar zijn ze nodig om hun land er bovenop te helpen.’ Ze storen ons in onze rust, ze storen ook ons geweten. Die mensen beginnen stilaan hun angst uit te schreeu­wen: ‘Help ons.’ In hun angstige blik zien we hun bezorgdheid om de toe­komst van hun kinderen die hier naar scho­ol gaan en die al perfect Nederlands spreken.

Ons Heer zegt ons vandaag in dit evangelie: vraag hen wat wij voor hen kunnen doen. En die mensen zeggen ons: ‘Help ons onze weg te vinden waar onze kinderen toekomst hebben.’ Zoals Jezus moeten we kunnen luisteren naar de noden van de mensen.

Wat een vreugde moet het voor die blinde geweest zijn als gewone mens te mogen leven. Wat een vreugde zou het zijn voor deze mensen waarover ik het had, als ze weer eens zouden kunnen en mogen leven als gewone mensen die niet meer moeten vechten voor een menswaardig bestaan, die kunnen werken voor de toekomst van hun kinderen.

In de lezing uit de profeet Jeremia lazen we hoe God redding gebracht heeft over zijn volk. ‘Ik voer hen naar stromende beken, over gebaande wegen waarop ze niet struikelen.'

God zal het niet doen als Hij op ons niet kan rekenen. In het pastoraal plan van ons vicariaat was er voor enkele jaren een hefboom die wij moeten blijven gebruiken. Willen wij het volk van God zijn, willen wij zijn Kerk zijn, dan moeten we de zwakken rechtop helpen leven. Als wij in onze relaties met onze medemensen er niet aan werken dat deze rechtop kunnen leven - als wij wel eens duw geven zodat ze niet recht kunnen komen, dan zijn wij geen volgelingen van Christus en dus geen christenen. Zo eenvoudig is dat. Maar wat een opdracht, christen te zijn!

Zoeken in Preken Online