inleiding
Waren we maar als Bartimeüs:
hij ziet niets, maar hij heeft een bijzonder klare kijk
op wie Jezus is en schreeuwt dat luidkeels uit.
Waren we maar als Bartimeüs:
bereid om op te springen
wanneer de Heer ons roepen hoort en ons laat wenken.
Voor alle keren dat wij U wel roepen,
maar koel reageren wanneer anderen ons op weg zetten naar U.
Heer, ontferm u over ons.
bezinning
Op weg naar Jeruzalem, sluiten meer en meer mensen bij Jezus aan.
Zo ook Bartimeüs.
Rond hem komen velen in beweging en er gebeurt van alles:
eerst wordt geprobeerd de blinde de mond te snoeren
en daarna zijn het allicht dezelfde omstanders
die hem op Jezus’ gebod tot bij Hem moeten brengen.
Weet Jezus écht niet wat een blinde van Hem verwacht?
Of wil Hij met zijn vraag “Wat wil je dat ik voor je doe?”
nadrukkelijk zijn dienstbaarheid voorop plaatsen?
Als dienaar stelt Jezus zich op,
als meester - rabboeni - wordt Hij aangesproken en erkend.
“Ga,” zegt Jezus, maar Bartimeüs blijft bij Hem.
“Kijk met nieuwe ogen,” bedoelt Jezus
en Bartimeüs bewijst dat hij ziet waar het op aan komt.
2017-2018 - B 30