Die profeet Jona uit de eerste lezing was toch een mooi nummer.
Het stuk voorafgaande aan deze lezing is weggelaten, zodoende lijkt het net
alsof Jona meteen doet wat de Heer hem opdroeg.
Maar niets is minder waar. Wellicht kent u het hele verhaal nog.
Jona krijgt de opdracht de bewoners van de stad Ninive
tot de orde te roepen, tot de orde van God.
Maar in eerste instantie ziet hij dat helemaal niet zitten.
Een stad vol heidenen bekeren, dat is toch onzin, dat lukt toch nooit.
Ze zien me al aankomen, denkt hij, ze luisteren toch niet.
Er naartoe gaan om daar te gaan preken, is alleen maar tijdverspilling.
En die stad is zo verschrikkelijk groot, er is geen beginnen aan.
En Jona gaat de andere kant uit, hij loopt weg van zijn taak.
Die Jona, zit die niet een beetje in ieder van ons?
Weglopen van iets wat je eigenlijk zou moeten doen,
gebeurt dat niet heel vaak, ook bij ons?
Iemand is heel erg ziek, een collega, een goede bekende.
Je moet eigenlijk eens op bezoek gaan . Dat wordt van je verwacht.
Maar je ziet er verschrikkelijk tegenop. Je weet niet wat je zeggen moet.
Hoe zullen ze reageren? En dus zoek je een alibi.
Ik heb het zo druk, ik heb deze week echt geen tijd.
Ik heb een zieke thuis die alle aandacht vraagt.
Het is geen weer geweest om te gaan.
Het heeft toch weinig zin dat ik ga, ik heb er niets aan en hij ook niet.
Kortom, een litanie van meestal ongegronde redenen,
om maar niet te hoeven doen waartoe je je eigenlijk wel geroepen voelt.
Net als Jona gaan we vaak op de loop voor moeilijke dingen.
Maar dan kan er een moment komen dat je er niet meer onderuit kunt,
dat je dan toch maar die moeilijk stap zet,
misschien met de moed der wanhoop
en dat je net als Jona gaat doen wat je behoort te doen in die omstandigheden,
dan kan dat een heel bijzondere ervaring zijn.
Toen Jona voor de tweede keer de opdracht kreeg om naar Ninive te gaan,
en hij ondanks zijn bezwaren toch maar ging,
toen beleefde hij een enorme verrassing:
er werd naar hem geluisterd en de bewoners van Ninive bekeerden zich.
Een soortgelijke ervaring kunnen ook wij hebben.
Als we dan toch, net als Jona, alle moed verzamelen
om te gaan doen wat van ons verwacht wordt, verwacht mag worden,
als we toch doen waar we heel erg tegenop gezien hebben,
dan blijkt het heel vaak een bijzondere positieve ervaring te zijn.
Dan zeggen we vaak: dat had ik eerder moeten doen.
En net als toentertijd Jona en de mensen van Ninive
worden ook wij er andere, betere mensen van.
Als we nu even kijken naar het evangelieverhaal van vandaag, dan zien
we dat die eerste leerlingen heel anders reageren dan die Jona. Jezus
vraagt een aantal vissers om voortaan met hem in zee te gaan, en dat
doen ze zonder aarzelen, zonder enige uitvlucht, zonder uitstel. Kom en
volg mij, zegt Jezus en terstond lieten Simon en Andreas hun netten in
de steek en volgden hem. En ook de zonen van Zebedeüs lieten hun vader
en de boot achter en volgden hem.
Je kunt je haast niet voorstellen dat het zo in werkelijkheid gegaan is,
maar de evangelist benadrukt zo wel hun onvoorwaardelijke bereidheid
om Jezus te volgen, om juist als hij vissers, redders, van mensen te worden.
Ook wij zijn Jezus´ volgelingen, maar wij hebben soms wel onze aarzelingen.
Hem volgen, zijn leerling willen zijn, leven volgens zijn blijde boodschap
gaat bij ons wel eens gepaard met allerlei bedenkingen.
Onvoorwaardelijk zijn weg gaan, doen wat hij van ons vraagt,
dat klinkt heel mooi, maar in de praktijk van het leven
lijkt dat bijna een onmogelijke opgave.
Wij hebben vaak allerlei redenen om de boot wat af te houden,
soms misschien wel eens terecht, zeker, maar veel vaker onterecht.
Ik zou wel naar hen toe willen gaan, maar ik denk niet dat ik gelegen kom.
Ik zou wel vaker naar de kerk gaan, als ze maar meer Latijn zongen.
Ik zou daar en daar wel iets aan willen geven,
maar ik betwijfel of het wel goed terecht komt.
Ik wil best wat doen, maar niet alleen, anderen moeten maar eerst gaan,
of: nu nog niet, dat komt wel later. Maar van uitstel komt al te vaak afstel.
Als we echt Jezus’ volgelingen willen zijn,
als we juist als zijn leerlingen vissers van mensen willen zijn:
mensen redden uit de zee van verdriet, van ellende,
dan mag de eerste vraag nooit zijn: komt het mij wel uit,
dan moet de eerste vraag zijn: wat kan ik hier doen,
hoe kan ik hier een helpende hand bieden?
En zeggen we tegen onszelf: waar een wil is, is een weg.
Of zijn we te vaak toch als die Jona en kijken we de andere kant uit?
3e zondag door het jaar (2006)
B-cyclus · Tijd door het jaar · 3e zondag · groen